ALPHEN AAN DEN RIJN - Dat de eerste Molukkers in Nederland aankwamen, was in maart 75 jaar geleden. Nog altijd laten de gebeurtenissen in die tijd hun sporen na. Nico Tamaelasapal is van de tweede generatie en inmiddels één van de oudste bewoners in de Molukse wijk in Alphen aan den Rijn.
Nico voer als 16-jarige mee met het schip naar Nederland. Aan de bootreis zelf heeft de 90-jarige Molukker mooie herinneringen. 'Als er flinke deining was, dan werd iedereen misselijk en kwam er niemand eten', lacht hij. 'Dan aten wij met de jongens alles op.'
Nico zat op de boot, omdat zijn vader vocht onder de Nederlandse vlag in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Hij is een van de weinige overgebleven bewoners die de reis naar Nederland in 1951 nog bewust heeft meegemaakt.
De Molukse gemeenschap staat op 25 april stil bij het uitroepen van de onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (RMS) in 1950. De eilandengroep bleef sindsdien onderdeel van Indonesië.
RMS-dag is nog steeds belangrijk voor de gemeenschap, die nog altijd streeft naar erkenning van hun onafhankelijkheid.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Indonesië bezet door Japan. In die periode belandden veel KNIL-soldaten in Jappenkampen. Nico was enigst kind. Hij had het heel moeilijk in die periode. 'Soms moest ik het dagen doen zonder eten', vertelt hij. 'Dagen!'
Ook de vader van Jer Kaitjily, eveneens uit Alphen aan den Rijn, vocht voor het KNIL. In het kamp werd hij zwaar mishandeld. 'Hij is zelfs opgehangen geweest op de markt, aan zijn handen', vertelt Jer. 'Hij nam de schuld op zich, toen oudere medegevangenen stiekem hadden gekookt, dat mocht niet.'
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gaf Japan zich over, maar daarmee stopte de oorlog niet. Het was het begin van de onafhankelijkheidsstrijd, onder leiding van Soekarno.
Nederland gaf zich niet zomaar gewonnen en probeerde met het KNIL de opstand hardhandig de kop in te drukken.
Ook de vader van Jer werd ingezet bij deze 'politionele acties'. 'Op het strand lagen allemaal lijken', vertelde zijn vader hem. 'Het bevel was om de kogels te bewaren voor zichzelf en voor zijn gezin, ze mochten zich niet zomaar overgeven.'
Toen Indonesië onafhankelijk werd, hield het KNIL op te bestaan. De militairen mochten niet bewapend terug naar de Molukken en wilden uit angst voor represailles niet voor Indonesië vechten. 'Als je veel met Nederlanders bent geweest, was je tweederangs', zegt Nico.
Omdat de militairen nergens heen konden, besloot Nederland hen tijdelijk met hun gezinnen naar Nederland over te brengen.
Maar in Nederland wachtte hen een bittere verrassing: de militairen werden ontslagen en ondergebracht in voormalige barakkenkampen. Voor Molukse gezinnen was dat een enorme klap.
'Mijn vader draaide helemaal door toen hij hoorde dat hij werd ontslagen', vertelt Nico. 'In de tropen kreeg je al pensioen na 25 jaar dienst. Dat viel allemaal weg.'
De teleurstelling en frustratie in de gemeenschap waren groot. De beloofde onafhankelijke Molukse republiek kwam er nooit. 'Toen duidelijk werd dat er geen terugkeer zou komen, heeft mijn vader al zijn onderscheidingen verbrand', zegt Jer.
Ishara Kaitjily is de dochter van Jer. Zij merkt dat haar vader en tante steeds vaker over het verleden praten en is daar blij mee. 'Ik denk eigenlijk dat het wel heel mooi is dat wij dat mogen meemaken dat ze hun emoties laten zien. Dat harde is een soort zelfbescherming, maar als je emoties toont, kan je ook gaan loslaten.'
De persoonlijke verhalen in dit artikel zijn onderdeel van de nieuwe documentaireserie Thuis in twee Werelden. De eerste aflevering 'Waar het begon' belicht hoe de Molukkers in Nederland en later in Alphen aan den Rijn terecht zijn gekomen.
Thuis in twee Werelden is gepubliceerd door Studio Alphen, met steun van het Zuid-Hollands mediafonds. De eerste aflevering kun je hieronder bekijken.
Source: Omroepwest - Alphen aan den Rijn