Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Sherwin Tjin-Asjoe (39) ging met zwarte collega’s naar een antiracismedemonstratie. ‘Alle collega’s gingen door hun knie, vuist krachtig in de lucht.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik was leidinggevende in Zaanstad en merkte het ongemak. Na de dood van George Floyd in Amerika zag je wereldwijd overal demonstraties tegen politiegeweld en discriminatie. Ook Nederlandse politiecollega’s werden door burgers weggezet als racisten.
‘Op een dag belde mijn collega-teamchef Bart uit Purmerend: ‘Sherwin, wij krijgen hier een antiracismedemonstratie. Om die goed te begeleiden zoek ik mensen, eh, met een bepaalde deskundigheid.’ Hij zocht naar woorden, bang om iets verkeerds te zeggen.
‘Je bedoelt mensen van kleur?’ vroeg ik. Ja, erkende hij. Het zou geen grote demonstratie worden, zo’n vierhonderd mensen in het Leeghwaterpark, maar door het Amerikaanse politiegeweld was het protest ook tegen de politie gericht. ‘Bart, ik begrijp het’, antwoordde ik. ‘Wij komen jullie helpen.’
‘Met acht of negen zwarte collega’s ging ik die dag naar Purmerend. Tijdens de briefing zei de commandant dat er twee veiligheidsringen werden opgesteld: de politiemensen van kleur moesten tussen de demonstranten gaan staan, om te verbinden. De overige collega’s, nagenoeg allemaal wit, zouden om de demonstratie heen gaan staan.
‘Is dat nou wel verstandig?’, vroeg ik. Maar ik begrijp ook dat je een plan niet op het laatste moment wijzigt. Toen de briefing bijna was afgerond, vroeg mijn collega Winston: ‘Als de demonstranten gaan knielen met een vuist in de lucht, wat gaan wij dan doen?’
‘Er viel een ijzingwekkende stilte: oei, daar was niet over nagedacht. Je voelde de spanning. Politiemensen moeten neutraal zijn, maar je wilt met die demonstranten verbinden, het vertrouwen herstellen en je bent het ook wel met hun gedachtegoed eens. Politiemensen van kleur hebben allemaal weleens met discriminatie te maken gehad, ook binnen de politie.
‘Nee’, zei de commandant. ‘We zijn neutraal en gaan niet knielen.’ Ik ving twee verontwaardigde blikken – dit voelde voor een aantal collega’s niet goed – en benadrukte: ‘Ik begrijp het uitgangspunt van neutraliteit, maar het gaat hier over een kernwaarde van de Nederlandse politie: Artikel 1 van de grondwet, iedereen is gelijk.’
‘Zo kijk ik er ook naar’, zei Anja Schouten, de toenmalige politiechef. ‘De ruimte om te knielen moet er zijn voor wie dat wil.’ Mooi. De chef had gesproken, einde discussie. Maar gevoelsmatig was die discussie helemáál niet afgelopen.
‘Toen we in het Leeghwaterpark aankwamen, voelde je: we zijn niet welkom. Wij gingen in koppels contact maken met die demonstranten. Dat verliep stroef. Ik legde uit dat ik als politieman de veiligheid kwam waarborgen, maar dat ik ook mijn eigen geschiedenis met discriminatie heb en met hen meevoelde. En dat ik het, in alle eerlijkheid, dus best ingewikkeld vond om daar te staan.
‘Op het podium begon een man vurig te speechen. Hij appeleerde aan een gevoel dat wij allemaal kennen. Ik ken de pijn van collega’s tegen wie tijdens een briefing ooit letterlijk is gezegd dat er geen twee negers op één dienstauto mogen zitten. Ook tegen mij is weleens gezegd dat er geen twee gekleurde mensen naar dezelfde melding mochten, want ‘dan gaan de mensen bellen of jullie wel echt van de politie zijn’. Niet fraai. Die speech raakte ons allemaal.
‘En toen kwam dat kippenvelmoment. De spreker op het podium knielde. Al die demonstranten gingen door hun knieën. Om me heen zag ik mijn collega’s hetzelfde doen, vol overtuiging, vuist krachtig in de lucht. Het was een minuut lang indrukwekkend stil. Ook ik knielde.
‘Daarmee toonden we dat we echt solidair met de demonstranten waren. Dat we het meenden. Want mensen ruiken of je acteert of niet. Rond die knielende massa stonden onze witte collega’s rechtop. Ik verwijt ze niks, maar het was een vreemde gewaarwording.
‘Toen ik opstond, werd ik door een demonstrant omhelsd. Ik zag hetzelfde gebeuren bij collega’s. Heel ontroerend, we kregen alleen maar positieve reacties. Wij hadden iets van het vertrouwen in de politie hersteld, zo voelde dat.
‘Daarna had ik de mooiste debriefing uit mijn hele politieloopbaan. Een van de witte collega’s zei: ‘Wij hadden ook daartussen moeten staan.’ Iemand anders voegde toe: ‘Ik baal dat ik zelf niet geknield heb.’ Toen kwam pas echt een inhoudelijke discussie op gang, en de verbinding met de Purmerendse collega’s.
‘Het ging nog even over neutraliteit. Ik zei: ‘Als je Artikel 1 van de Grondwet op de muren van alle politiebureaus zet, dan bén je niet neutraal ten opzichte van discriminatie. Dan ben je tégen. Anders moet je het niet op die muren zetten. Uiteindelijk knielden wij daar voor Artikel 1.’
‘De les hiervan is dat goed politiewerk niet zit in wetskennis of in kordaat optreden. Dat zit in het vermogen om te verbinden met anderen. Als het vertrouwen in de politie weg is, heeft je uniform echt geen effect meer. Dan kun je alleen nog verbinden door jezelf als mens te laten zien. Uitleggen waarmee je worstelt en begrip tonen voor de ander. Als je dat oprecht meent, dan herwin je het vertrouwen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant