Een uitgever kreeg de Italiaanse cultschrijver in 2008 zo ver om een tweede boek te schrijven. Het lijkt alsof de schrijver heeft gedacht: willen jullie een nieuw boek? Dan krijgen jullie meer van hetzelfde.
Drie jaar geleden verscheen de vertaling van de enige roman van de Italiaanse journalist Nicola Pugliese (1944-2012). Malacqua speelt zich af in Napels, waar het vier dagen lang regent. De roman verscheen oorspronkelijk in 1977, werd niet herdrukt, maar bleef circuleren als cultboek.
In 2008 kreeg een kleine Napolitaanse uitgeverij Pugliese zo ver een tweede boek te publiceren, La Nave Nera oftewel Het zwarte schip, een korte verhalenbundel die nu ook weer kundig vertaald is door Annemart Pilon.
Het hoofdpersonage uit Malacqua, Carlo Andreoli, maakt ook in deze bundel zijn opwachting. We zijn weer in Napels, waar een groot, zwart schip de haven van de stad binnenvaart. Daar blijft het rondhangen, volgens sommigen zelfs zwevend boven het oppervlak.
Er is niemand aan boord. De Napolitanen proberen te begrijpen wat er aan de hand is, tevergeefs.
Daarmee is de komst van het zwarte schip, ‘een uitgesteld probleem’, de opmaat voor acht merkwaardige verhalen, waarin op droge toon over onwaarschijnlijke gebeurtenissen wordt verteld. Alsof er elke dag een schip zonder bemanning een haven binnenvaart, of een agenda verkocht wordt met verkeerde data (in ‘Agenda 1980’). Of Maria-Hemelvaart, nieuwjaarsdag en Pasen afgeschaft worden (het uitgangspunt in ‘De grote crisis’).
Franz Kafka, maar dan met de stijl en de speelse ernst van Italo Calvino, de schrijver en redacteur die Malacqua ontdekte.
Het zwarte schip is een hechte bundel, met het personage Carlo Andreoli dat her en der opduikt, de terugkerende observaties dat mensen of dingen ‘precies hetzelfde’ zijn. Elk verhaal wordt verteld in dezelfde stijl die Malacqua ook kenmerkt: zowel dwingend als babbelig. Veel ‘ik’ en ‘jij’, van een onbekende verteller die zijn personages aanschrijft: ‘Enfin, daar was het, redelijkheid begon weer een spinnenweb van gezond verstand op zijn schaamte te tekenen, en wat dacht je nou, beste man?’
Terwijl ik de bundel las, begon ik me af te vragen of we Het zwarte schip niet moeten lezen als een grote grap. Een postmoderne practical joke richting de uitgever die ongetwijfeld zo blij was met een nieuw boek van Pugliese. Een boek dat zowel acht serieuze verhalen vertelt, als acht grapjes: jullie willen een nieuw boek? Dan krijgen jullie meer van hetzelfde: acht verhalen over overeenkomsten, gelijkenissen en imitaties, vol spiegelende scènes, stilstand en odes aan zijn literaire leermeesters.
Zoals de verteller in ‘Agenda 1980’ opmerkt, wanneer deze heeft vastgesteld dat er allerlei agenda’s zijn gekocht waarin de dagen van 1980 precies dezelfde zijn als die van 1979: ‘Met wat voor hypotheses kan ik deze steeds sterker wordende vergiftiging concreet maken? Met het filosofisch-leopardiaanse idee dat volgend jaar in alle maar dan ook alle opzichten hetzelfde zal zijn als dit 1979, dat ten einde loopt?’
Het verhaal eindigt klokslag middernacht, toen ‘gebeurde het dat hij’ – en geen punt, gewoon een einde midden in een zin. Weg verteller.
Plus ça change, plus c’est la même chose…
Misschien bedoel ik daarmee ook wel te zeggen dat ik niet helemaal weet wat ik met de verhalen aan moet. Vaak blokkeren ze bewust de leeservaring. Sommige verhalen zijn de uitvergroting van een gegeven dat bij andere auteurs vermoedelijk het beginpunt van een verhaal zou zijn geweest. Andere lijken in hun postmoderne spielerei direct uit het oeuvre van Italo Calvino te komen.
In ‘Dood op Maria-Hemelvaart’ leest Carlo Andreoli over zijn eigen dood. Andreoli wordt wakker op een Maria-Hemelvaart als alle andere, ‘precies hetzelfde’ als de 15de augustus een jaar eerder, ‘exact hetzelfde’ als op 15 augustus het jaar erna. Op de derde pagina van de krant leest hij een verhaal: ‘Dood op Maria-Hemelvaart’.
‘Meta!’, noteerde ik in de kantlijn. Dit verhaal begint op exact dezelfde wijze als Puglieses verhaal, en dus leest Carlo Andreoli over Carlo Andreoli, die blijkbaar gaat sterven. Aan het einde wordt hij neergeschoten, ‘maar het verhaal van de derde pagina eindigde precies op die manier, met zijn dood in de hal. En het eindigde nota bene, om precies te zijn, met het woord hal. Hal.’
Hal.
Elk jaar is hetzelfde, niks verandert. Er is een zwart schip de haven binnengevaren en weer weggegaan. Zoals de Napolitanen in verhalen proberen te vatten wat het schip betekent, zo gaat Het zwarte schip telkens over het vertellen van verhalen. In het laatste verhaal, ‘Knap gedaan, meisje’, keert Carlo Andreoli voor een laatste keer terug. Het is 14 augustus, avond, en hij rijdt door Napels. Aan het einde zit hij naast zijn auto, ‘diepbedroefd’ aan de Via Leopardi de duisternis in te staren. Wordt hij de volgende dag neergeschoten? Of is dat toch een andere 15 augustus en heeft hij inderdaad een oneindig leven?
Op de beste momenten ontstaan er uit deze postmoderne ficties doorvoelde, levensechte verhalen. Op andere momenten komt Pugliese niet verder dan stijloefeningen, grapjes, postmodern omdat het kan. Daarop kun je slechts zeggen: knap gedaan, Pugliese.
Nicola Pugliese: Het Zwarte Schip. Uit het Italiaans vertaald door Annemart Pilon; Van Oorschot; 93 pagina’s; € 20.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant