Home

Het literaire powerkoppel Paul Auster en Siri Hustvedt was gelukkig, ondanks alles, blijkt uit de rouwmemoires

Niet alleen Paul Austers overlijden komt ter sprake in Siri Hustvedts Ghost Stories. Ze kijkt ook terug op 43 jaar samenzijn – hun liefde, hun gezin, hun vriendenkring en hun nooit eindigende intellectuele dialoog.

is schrijver en redacteur van katern Zondag

Begin mei 2024 postte de Amerikaanse schrijver Siri Hustvedt (1955) een lang bericht op Instagram. Ze was naïef geweest, schreef ze, in haar veronderstelling dat zij degene zou zijn die de dood bekend zou maken van haar man, de schrijver Paul Auster.

Enkele dagen daarvoor overleed hij op 77-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, in de zonnige bibliotheek van hun huis in Brooklyn, omringd door zijn naasten. Maar nog voor zijn lichaam was opgehaald, circuleerde het nieuws van zijn dood online. Hustvedt en de familie werden van de waardigheid beroofd om het feit tot zich te laten doordringen en het zelf aan vrienden mee te delen.

Hoe dit kon gebeuren wist Hustvedt niet, ‘but I know this: this is wrong’. De lange post, waarin ze ook vertelde over de akelige behandelingen die haar man zonder klagen had doorstaan, had een licht agressieve urgentie: dit was háár verhaal om te vertellen, en dat zou ze doen ook.

In die post zat al de kiem, lijkt het, van Ghost Stories – Een boek van herinneringen, de rouwmemoires die nu zijn verschenen, waarin Hustvedt behalve op zijn ziekbed en dood terugkijkt op haar 43 jaar samen met Paul Auster – hun liefde, gezin, vriendenkring, en hun nooit eindigende intellectuele dialoog.

Tussen lichaam en geest

Een paar jaar voor Austers dood had het noodlot al eens toegeslagen. Het stel had ook toen ervaren hoe zijn roem ertoe kon leiden dat de buitenwereld zich schaamteloos met hun intiemste zaken bemoeide. Austers drugsverslaafde zoon uit een eerder huwelijk (met Lydia Davis, die door Hustvedt nooit wordt genoemd) overleed aan een overdosis terwijl hij terechtstond voor de dood van zijn 10 maanden oude dochtertje door nalatigheid.

Het was een schandaal in de media, maar vooral een onvoorstelbare tragedie, waarvan Auster nooit meer echt herstelde. Hustvedt denkt erover na welke rol die ‘gruwelijke dingen’ speelden in de kanker van haar man. Maar ‘een tumor is geen boom. Je kunt onmogelijk achterhalen wanneer die is geplant en hoewel er al heel lang een link wordt gelegd met gevoelsaandoeningen en verlies, en dat idee wordt onderzocht in tal van recente medische studies (…), bestaat er geen wetenschappelijke consensus.’

Zulke overwegingen typeren Hustvedt als schrijver en essayist. In al haar werk zoekt ze houvast in wetenschappelijke publicaties uit de psychiatrie en neurologie, die ze naar eigen zeggen tamelijk obsessief leest. Ook dit boeiende boek heeft iets van een onderzoek naar de wisselwerking tussen lichaam en geest die het bewustzijn vormt, de ervaring van liefde en van verlies. Zoals altijd neemt Hustvedt zichzelf als belichaamd onderzoeksobject: ‘Ik voel Paul als een gapend gat in mijn lijf (…)’ ‘Hij leeft door in mijn observaties, mijn gebaren, mijn manier van lopen en mijn grapjes.’

Ook als mens zoekt ze die houvast in onderzoek, zo blijkt uit de meticuleuze wijze waarop ze de behandelingen van Auster volgt. Uit de lange medische verslagen die ze tijdens hun ‘omzwervingen in Kankerland’ naar hun vrienden stuurt, spreekt een haast opgewekte verwondering over de schors van de taxusboom en de eierstokken van Chinese dwerghamsters waaruit Pauls kuren worden gemaakt. ‘Bent u zelf ook arts?’, vraagt een dokter haar eens.

Fantoompijn

Maar Hustvedt is schrijver, geen arts. Uiteindelijk gaat het haar om die dingen waarop de wetenschap geen vat krijgt. Het gemis dat zo groot is dat het op een dag na de begrafenis de vorm aanneemt van een spookverschijning (iets wat veel rouwenden ervaren, kan ze niet nalaten te noemen). Ze ligt op bed en weet ineens zeker dat Paul in de kamer is, terwijl hij toch echt onder de grond ligt.

In dat soort fantoompijn spiegelt zich, naarmate dit fragmentarische rouwdagboek vordert, ook steeds vaker het geluk dat hun ten deel viel. Ghost Stories bevat veel narigheid, maar het leest tegelijk als een ode aan het blakende huwelijk van een literair powerkoppel, midden in de New Yorkse uitgeefwereld in een tijd dat een postmoderne schrijver als Auster nog een echte beroemdheid kon zijn.

Je zal een rouwende enige romantisering en ook een zekere zelfvoldaanheid moeten vergeven, want Siri en Paul – allebei markant knap – rijzen uit dit relaas op als het soort stel dat elkaar elke avond belt als ze apart zijn, dat een nacht lang opblijft om over Wittgenstein te praten, dat elkaar altijd het eigen werk voorleest, dat praktisch tot de dood toe goede seks heeft en elkaar openlijk adoreert.

Neigen naar het licht

Je hebt schrijvers die er de grootste eer in scheppen om genadeloos te zijn, om de mens in zijn naaktste lelijkheid te laten zien. Je hebt ook schrijvers die de genade juist tot doel maken, die hun werk in het teken stellen van menselijke goedheid. Beide types komen met een eigen hoogmoed, maar Hustvedt hoort duidelijk tot de tweede categorie; ze neigt naar het licht. Net als haar man, trouwens.

‘Het was een vraag die we vaak stelden: Team Blauw? Een denkbeeldige club, waarvoor je slechts in aanmerking komt met een goed gevoel voor humor en ironie, maar ook, zo citeert ze Austers roman Oracle Night, ‘een zekere bescheidenheid en discretie, voorkomendheid jegens anderen, een milde, edelmoedige aard. Geen branieschoppers of arrogante dwazen, geen leugenaars of dieven. Een lid van het Blauwe Team moest leergierig zijn, veel lezen en zich realiseren dat hij de wereld niet naar zijn hand kon zetten. Een scherpe waarnemer (…), een voorvechter van rechtvaardigheid.’

Ze zijn snugger genoeg om hierin ook de tamelijk onuitstaanbare morele superioriteit van een jongensclubje aan te wijzen. Maar wat Hustvedt door haar verpletterende rouw heen helpt, lijkt toch voor een belangrijk deel te zijn wat je haar lidmaatschap van het Blauwe Team kunt noemen: nederigheid, dankbaarheid voor wat er is, en blijven vasthouden aan schoonheid en rechtvaardigheid.

Dat geldt ook voor de rouw die daar nog eens bovenop komt: het democratisch verval van haar land, na de herverkiezing van de man die Paul in zijn ochtendlijke rants – die ze zo mist – aanduidde als ‘nummer 45’.

Siri Hustvedt: Ghost Stories – Een boek van herinneringen. Uit het Engels vertaald door Paul van der Lecq. De Bezige Bij; 320 pagina’s; € 27,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next