Home

In de nieuwe roman van Alex Schulman wordt veel gebeld met het verleden, en altijd is het 17 juni 1986

Schulmans derde roman, De zeventiende, is losjes gebaseerd op zijn jeugd met een alcoholische moeder en een driftige vader. Waarom gaat de inmiddels volwassen hoofdpersoon ineens ook door het lint?

is hoogleraar literatuur- en cultuurgeschiedenis en recensent voor de Volkskrant.

Journalist, schrijver en podcastmaker Alex Schulman is in Zweden al jaren een mediapersoonlijkheid. Hij werd bekend met zijn vier non-fictieboeken over zijn jeugd en opvoeding, waarin hij beschrijft hoe zijn ouders hem en zijn broers fysiek en geestelijk mishandelden. Een van die boeken gaat over zijn getroebleerde relatie met zijn aan alcohol verslaafde moeder.

In 2020 maakte Schulman de overstap naar fictie. Zijn eerste roman, De overlevenden, bracht hem internationale roem. In Nederland en België werden er van dit semi-autobiografische werk meer dan vijftigduizend exemplaren verkocht. Het gaat over drie broers die naar het vakantiehuis uit hun jeugd teruggaan om de as van hun gestorven moeder uit te strooien. Zij heeft een brief achtergelaten waarin staat dat ze niet bij hun vader wil worden uitgestrooid; daarmee komen alle jeugdtrauma’s naar boven.

De zeventiende, Schulmans derde roman, is eveneens op dat traumatische verleden gebaseerd, zij het wat losser. Vidar, leraar op een middelbare school, zit al een tijdje thuis. Zijn werk heeft hem geschorst na een gewelddadig incident. Hij heeft twee ruziënde jongens uit elkaar gehaald, maar is daarbij zelf door het lint gegaan. Een van de leerlingen heeft ernstige verwondingen opgelopen.

Herinneringen

In een poging zijn woedeuitbarsting te begrijpen, duikt Vidar in zijn verleden. Elke dag belt hij het oude telefoonnummer van zijn ouderlijk huis. Soms krijgt hij zijn vader aan de lijn, soms zijn moeder. Steeds is het dezelfde dag, 17 juni 1986. Vidar probeert te reconstrueren wat er toen is voorgevallen, omdat hij ervan overtuigd is dat daar de sleutel ligt voor het begrijpen van zijn huidige crisis.

Dankzij de telefoontjes naar het verleden komen de herinneringen bij Vidar bovendrijven. Hij denkt terug aan zijn liefdeloze, alcoholverslaafde moeder, haar ziekenhuisopname en zijn vaders driftbuien. Hij schakelt vervolgens ook zijn zus in om erachter te komen wat er die specifieke dag is gebeurd, maar zij kan hem niet verder helpen.

Het voortdurende bellen naar het verleden komt wat kunstmatig over. Het kan natuurlijk als een metafoor worden gelezen voor de poging om contact te krijgen met de overledenen, maar die is dan wel te lang uitgesponnen.

Dwangmatig bellen

Veel geloofwaardiger zijn de scènes waarin Vidar de door hem mishandelde leerling gaat stalken. Hij gaat daarbij steeds een stapje verder en overschrijdt alle grenzen. Als lezer ben je aanvankelijk geneigd Vidars gedrag te verwerpen. Hij komt over als een zwaar getraumatiseerde, enigszins gestoorde man, wat versterkt wordt door het dwangmatige bellen naar vroeger.

Je wilt als lezer graag weten waar het compulsieve gedrag van Vidar vandaan komt, en dat maakt deze roman tot een echte pageturner. Schulman weet de spanning knap op te bouwen en vast te houden.

Dankzij de onthulling van wat er op die 17de juni 1986 is voorgevallen, verandert uiteindelijk je blik op Vidar en het incident. Zijn dwangneurose blijkt terug te voeren op slechts één uitspraak, die enigszins verstopt zit in de tekst. Wie niet goed oplet, leest eroverheen.

Helemaal bevredigend is dat slot niet. Het voelt een beetje alsof je het laatste getal bij een sudokupuzzel invult. Het cijfervierkant is vol, en dat was het dan. De ontknoping is dan ook niet het sterkste onderdeel van dit boek; de weg ernaartoe des te meer.

Alex Schulman: De zeventiende. Vertaald door Angélique de Kroon. De Bezige Bij; 277 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next