Met pop-upcampings in stadswijken wil de organisatie De Buurt de sociale samenhang tussen bewoners versterken. Ontspanning is de sleutel, zegt directeur-bestuurder Maarten Hupkes, maar het wonder gebeurt als mensen uit verschillende bubbels elkaar ontmoeten.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Mensen denken vaak dat het voor mij het mooist is wanneer onze buurtcampings in allerlei steden plaatsvinden. Natuurlijk vind ik dat ook geweldig. Maar het mooist vind ik het wanneer na afloop de impactcijfers binnenkomen en me duidelijk wordt wat het concrete effect in al die buurten is geweest. Als ik zie hoeveel mensen er nieuwe vrienden of kennissen aan hebben overgehouden, iedereen weet hoe moeilijk dat is. Bijna 80 procent van de deelnemers geeft aan dat dat lukt, dat is een enorm hoog aantal.’
Als directeur-bestuurder van De Buurt vertelt de 35-jarige Maarten Hupkes bevlogen over dit landelijke netwerk van buurtinitiatieven. Met negen mensen in dienst plus een groep van ruim 1.600 vrijwilligers organiseerde De Buurt vorig jaar 65 campings in stadswijken. Daarnaast zijn er ruim vierduizend buurtbankjes door heel Nederland geplaatst, waarop buurtgenoten met elkaar in gesprek kunnen gaan. En er is een project met ‘zwaaistenen’, een stoeptegel die mensen aanmoedigt om op straat elkaar te groeten. ‘Al onze activiteiten zijn erop gericht mensen samen te brengen en daarmee iets te doen aan de verdeeldheid in het land. Dat doen we zonder een opgeheven vingertje, we willen niemand uitsluiten.’
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Een einde aan de polarisatie zal De Buurt niet bewerkstelligen, weet Hupkes, maar ‘we kunnen wel Nederlanders meer verbonden met elkaar maken’, luidt zijn vaste overtuiging. Diverse sponsors, waaronder de Nationale Postcode Loterij, chipmachinefabrikant ASML en het Univé Buurtfonds, heeft hij daarvoor sinds zijn aantreden in 2021 weten te winnen. Hun bijdragen stelden hem in staat de organisatie, die sinds 2013 bestaat, te professionaliseren.
Het enthousiasme van sponsors verbaast hem niet: ‘Er zijn zo veel mensen die zich zorgen maken over de polarisatie zonder te weten wat ze eraan kunnen doen. Wij bieden daarop laagdrempelige antwoorden.’
Zijn bevlogenheid voert hij terug op ‘een gelukkige jeugd in een hecht dorp’ in de jaren negentig. Hupkes groeide op in Kraggenburg, vijftienhonderd zielen groot, gelegen in de Flevopolder. Zijn vader, eerst boer, later makelaar en mediator, was ‘een VVD’er met een sociaal hart’, die als voorzitter van de carnavalsvereniging en de voetbalvereniging zich ‘enorm’ voor de gemeenschap inzette; zijn ‘linkse moeder’ was werkzaam in de thuiszorg en deed aan vrijwilligerswerk. ‘Je inzetten voor een groter geheel heb ik met de paplepel ingegoten gekregen’.
Zijn gelukkige jeugd telt ook zwarte bladzijden. Wanneer hij 4jaar is, komt zijn acht jaar oudere broer Frank om het leven na door een auto te zijn geschept. ‘Vreemd genoeg heb ik vooral herinneringen van warmte en geborgenheid aan die tijd. De dorpsgemeenschap ging als een roedel om mijn ouders, mijn zus en mij heen staan, terwijl mijn ouders ook het verdriet van de gemeenschap zeer ter harte namen. Dat mensen in zo’n zware tijd er voor je zijn, dat gun ik iedereen.’
Na zijn jeugd slaat de dood nogmaals toe, zijn vader overlijdt aan een hartstilstand op 60 jarige leeftijd. Maarten is dan 21. ‘Van de ene op de andere dag had ik het gevoel op eigen benen te moeten staan. Dat heeft ook bijgedragen aan mijn drive mensen met elkaar te willen verbinden en de maatschappij verder te willen helpen.’
Wat voor kind was u?
‘Ik was wat excentriek. In mijn geboortejaar, 1990, kwamen in ons dorp veertien jongens ter wereld. Vanzelf vormden we een vriendengroep. Maar ik was wel het buitenbeentje. Zij gingen op voetbal, mijn interesse lag bij musical en toneel. Toen we verplicht een fietshelm moesten dragen, kozen alle jongens voor blauw, ik wilde een roze. Op mijn 17de ben ik uit de kast gekomen. Vooral tegenover de vriendengroep was dat spannend. Ik had ze thuis uitgenodigd en ze daar aan mijn vriendje, die van buiten het dorp kwam, voorgesteld. Er werd even over gepraat, maar al snel stonden we als vanouds om een krat bier.
‘Die vertrouwdheid ervaar ik nu ook nog altijd als ik in Kraggenburg kom: het blijft een hechte gemeenschap. Een aantal jongens heeft een boerenbedrijf. We kunnen over stikstof van mening verschillen, maar er ontstaat geen haat en nijd. En ze zijn geïnteresseerd in mijn vriend, ze staan open voor andere perspectieven.’
U koos voor een studie sociale wetenschappen, waarom?
‘Ik wilde begrijpen wat mensen beweegt: waarom doen we wat we doen? En hoe verhoud je je als individu tot de gemeenschap? Maar ik vroeg me met name af hoe het toch kon dat we niet duurzamer gingen leven. Wanneer het huis in de fik staat, onderneem je actie. Dan ga je niet afwachten, zou je denken. Maar ik zag een verlamming in de samenleving. Hoe dat mogelijk was, werd de centrale vraag tijdens mijn studie.
‘Daarna ben ik initiatieven gaan bedenken om een ander publiek dan wit en hoogopgeleid met duurzaamheid in aanraking te brengen. Op festivals kwam ik van alles tegen over duurzaamheid, maar dat ontbrak in de hiphopwereld. Dus organiseerde ik met een groepje een hiphopfestival om andere doelgroepen op een speelse manier met duurzaamheid te laten kennismaken.’
En dat lukte?
‘Dat festival hebben we enkele jaren gehouden, maar gaandeweg raakte ik gefrustreerd en ook wel cynisch door het gebrek aan zichtbare resultaten. Dat werd anders toen ik bij een festival over klimaatadaptatie en stedelijke innovatie een podium creëerde met buurtmakers: mensen die naast hun drukke, werkende leven tijd vrijmaakten voor activiteiten in hun buurt en gepassioneerd daarover vertelden. Toen besefte ik: het hoeft niet zo groot en megalomaan, je kunt toch niet eigenhandig de opwarming van de aarde tegengaan. Ik raakte enthousiast over het zetten van kleine, maar concrete stappen.’
In 2021 kwam u bij De Buurt; wat trof u aan?
‘De Buurt heette toen nog stichting De Buurtcamping. Het was in 2013 spontaan ontstaan, toen Roderik Schaepman, een inwoner van Amsterdam, een buurman een tentje zag opzetten in het Oosterpark. Schaepman kwam net als ik uit een dorp en miste in Amsterdam de dorpse gezelligheid. Dus bedacht hij dat buren met een tentje naar het park zouden kunnen komen. Mensen zouden dan vanzelf ontspannen met elkaar omgaan. Dat werd een groot succes, iedereen werkte mee – het bleek een eenvoudige manier om een buurt gezelliger en meer saamhorig te maken.
‘Sindsdien is het jaarlijks gegroeid. Buurtbewoners die zich eenzaam voelen, zoals alleenstaande ouders, komen eropaf, maar ook mensen die geen geld hebben om op vakantie te gaan. Er zijn in Nederland veel kinderen die tijdens de vakantie niet verder komen dan de hoek van de straat. Dankzij de buurtcamping hebben zij op school ook een verhaal wanneer een klasgenootje over zijn vakantie in Italië begint.’
Wilt u de sociale cohesie in wijken vergroten?
‘Ik heb het liever over sociale gezondheid. Dat houdt in dat er een vangnet om je heen is van mensen op wie je kunt terugvallen. Daar is grote behoefte aan, blijkt uit onderzoek, het is minstens zo belangrijk als je fysieke en je mentale gezondheid. Daar gaat het meestal minder goed mee wanneer je sociale gezondheid tekortschiet. Eigenlijk zouden we een weekend aan je sociale gezondheid werken even normaal moeten vinden als naar de sportschool gaan voor je lichaam, of naar de psycholoog voor je geest. Wij creëren met onze buurtcampings plekken waar mensen aan hun sociale gezondheid kunnen werken.
‘Een inspirerend voorbeeld vind ik het verhaal van Bas. Hij was lange tijd verslaafd en dakloos, hij werd vrijwilliger bij ons. Toen ik hem ontmoette, viel hij me om de hals. Hij was zo blij dat er een plek was waar het niet om zijn verleden ging of om welke vaardigheden hij niet had. Hij voelde zich gezien, omdat het ging om wat hij wel kon. Nu treedt hij zelfs soms met me op voor een volle zaal en houdt dan zijn verhaal. Hij is helemaal opgebloeid.’
Hoe ziet u de rol van De Buurt ten opzichte van maatschappelijke problemen als verslaving, armoede, obesitas?
‘Ontmoetingen tussen mensen uit verschillende bubbels is ons hoofddoel. Daar ontbreekt het nu te veel aan. Vooral mensen die het goed voor elkaar hebben, komen maar zelden anderen tegen. Wanneer die ontmoetingen plaatsvinden, heeft dat een rimpeleffect. Ben je gewend niet zo gezond te eten en deel je de maaltijd, zoals op onze campings gebruikelijk is, met iemand die bewust met voeding omgaat, dan kan dat wellicht gevolgen voor je eigen gezondheid hebben. Zo treden er allerlei effecten op.
‘Maar we werken niet met welzijnsprogramma’s, de buurtcamping moet een ontspannen weekendje weg blijven. Mensen moeten niet het gevoel krijgen dat ze in een fuik terechtkomen van bijvoorbeeld strijd tegen schulden, obesitas of het klimaatprobleem. We willen niet met moralisme afschrikken. Primair gaat het om nieuwe vrienden en kennissen op te doen, daar vloeit alles uit voort. Een mooi voorbeeld vind ik een nieuw buurthuis dat er is gekomen, nadat mensen bij een kampvuur op de camping aan de praat waren geraakt over een leegstaand gebouw in hun buurt.’
Waartoe kan een ontmoeting met iemand uit een andere bubbel leiden?
‘Vlak na corona had ik bij een kampvuur een gesprek met een vrouw die tegen vaccins was. We verschilden sterk van mening, maar dat leidde niet tot boosheid. Had ik haar online ontmoet, dan zou ik al snel niets meer met haar te maken gehad willen hebben. Nu zag ik iemand met oprechte zorgen. Iemand met wie ik het weliswaar oneens was, maar die ik als persoon niet afwees. Voor dat soort nuance is in onze samenleving vaak te weinig ruimte, achter ons scherm raken we het zicht op de ander kwijt. Door ontmoetingen met diepgang willen we dat verhelpen. Ik zou willen dat media vaker de positieve voorbeelden daarvan laten zien.’
Waar denkt u aan?
‘Aan de stichting Thuisgekookt bijvoorbeeld die mensen aanzet tot koken voor buurtgenoten die een maaltijd nodig hebben. Of aan Resto VanHarte, dat meer onderling contact stimuleert via pop-uprestaurants, zoals wij met onze pop-upcampings doen. Dat soort voorbeelden stemmen me optimistisch, zoals ook onze eigen groei dat doet. Het feit dat er zich veel jongeren bevinden onder onze vrijwilligers stemt me ook hoopvol. Dat we hen enthousiast krijgen, houdt denk ik verband met de vrijheid die we ze laten om een camping geheel op hun eigen manier te runnen.’
Ondervindt u ook weerstand?
‘Die komt soms van gepensioneerden. Die hebben zich dan verenigd in ‘vrienden van het park’ en roepen dat ze geen festival willen, wat we niet zijn, of geen luide muziek, die er niet is. In Hilversum vreesden ze zelfs voor de waardedaling van hun woningen. Mensen kunnen zo met zichzelf bezig zijn dat ze zich niet meer afvragen: wat heeft de gemeenschap hierbij te winnen?
‘Die camping is niet doorgegaan, jammer voor Hilversum. Gelukkig zijn er genoeg andere buurten die wel dolgraag ermee willen beginnen. In 2030 willen we in driekwart van de buurten actief zijn. Dat is ambitieus. Uiteindelijk willen we dat iedereen in Nederland in een betrokken buurt leeft.’
Boektip: Naar een nieuw samen van Ap Dijksterhuis
‘Ik wil graag in een samenleving wonen die meer over ‘ons’ gaat dan over ‘onszelf’. Waarin niet de verschillen tussen mensen, maar juist datgene wat ons verbindt de nadruk krijgt. Dit boek van de psycholoog Ap Dijksterhuis bevat een inspirerend pleidooi voor een samenleving waarin ‘samen’ weer meer ruimte krijgt’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant