Home

‘Ik besefte dat ik altijd een beetje verliefd op hem was gebleven’

Als studenten waren ze gek op elkaar, maar hun relatie was een onstuimige en niet voor de eeuwigheid. Hoewel Kim nu gelukkig getrouwd is, bleef ze een zwak houden voor RJ. Toen kwam een telefoontje dat een eind maakte aan elke dagdroom.

is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

Kim, 53:

‘Het was op een dag in april, ik zat op mijn hurken in de slaapkamer en was bezig de koffers te pakken voor de meivakantie. Diezelfde middag nog zouden we naar Duitsland rijden van waaruit we naar de Canarische eilanden zouden vliegen met ons gezin: mijn man en ik en onze twee kinderen van toen 13 en 11. Ik had er zin in, hoewel ik de voorbereidingen voor een vakantie altijd behoorlijk stressvol vind; altijd bang om iets te vergeten of om een vlucht te missen, of dat er iets anders onverwachts gebeurt, een vertraging of zo.

Ik hing boven de familiekoffer, was bezig de toiletartikelen en beautyspulletjes van mij en mijn dochter in een tasje te stoppen, de shampoo, de make-up remover. Mijn man maakte een grapje dat ik nu even niet kon hebben, ik propte nog wat kleding die ik ter plekke wilde wassen in de koffer, toen mijn telefoon ging. Voor ik het wist had ik opgenomen.

‘Hoi’, hoorde ik een vergeten stem aan de andere kant zeggen, ‘je spreekt met Marieke, ken je me nog?’ Ik wist meteen wie ze was en was onmiddellijk weer terug bij het laatste gesprek dat ik zeven jaar geleden met haar broer had. Het was zo’n typisch telefoongesprek van twee exen die elkaar respecteren en geen oude koeien willen opvissen, maar elkaar nog lang niet onverschillig laten: beleefd en voorkomend. ‘Hé, alles goed?’, had ik hem toen gevraagd. ‘Ja, alles goed’, was zijn antwoord. ‘Nog steeds met dezelfde leuke vrouw, en jij?’ ‘Nog steeds met dezelfde leuke man.’

Ik schrok. Marieke belt me omdat haar broer ziek is, dacht ik, misschien wil hij me graag nog eens zien. Maar ze zei: ‘RJ leeft niet meer.’ En ik weet niet meer precies wat ik deed of zei, maar wel nog heel goed hoe ik me voelde, sinds dat moment snap ik wat mensen bedoelen als ze zeggen dat de grond onder hun voeten verdween.

Als in een tijdmachine werd ik gekatapulteerd naar de tijd dat we studeerden en lovers waren. Ik besefte dat ik altijd een beetje verliefd op hem was gebleven. Hoe zeer ik ook niet terugverlang naar die tijd en hoe enorm blij ik ook ben met mijn man. RJ, de lange tengere blonde man, kaki broek, gestreepte bloes, schoenen met gaatjes en lid van studentenvereniging Veritas. Ik, de kunstacademiestudent van Chinese afkomst, die niks met het corps had en het corps niet met mij.

Zijn vrienden noemden me het wijf van de Rijk. Er is een foto uit die tijd. We staan met zijn tweeën op een gala. Hij draagt een smoking met loshangende vlinderdas, ik een zwarte lange jurk met in mijn gehandschoende vingers een zwart sigarettenpijpje. Zijn blonde haar steekt af tegen mijn korte zwarte new wave-kapsel. En als je heel goed kijkt zie je in zijn ogen de aanhankelijkheid en in de mijne geveinsde zelfverzekerdheid.

Vier jaar heeft onze relatie geduurd, twee keer twee jaar. We hoorden bij elkaar, en toch lukte het steeds niet. Met een hand in mijn schoot en een hand aan de telefoon, voelde ik hoezeer hij nog altijd een deel van me was. Ook al had ik hem jaren niet gezien, telkens als ik voor werk naar Utrecht moest, checkte ik nog eens extra mijn make-up, want je wist nooit of we elkaar op straat ineens tegen zouden komen. Dat gebeurde natuurlijk nooit en dat was prima, maar Utrecht zal voor mij altijd RJ blijven.

Zo gek waren we op elkaar, zo verliefd en ook zoveel ruzie hebben we gemaakt. Alles even intens. Het waren de jaren dat we onszelf nog moesten uitvinden, dat we onszelf beter dachten te leren kennen door de ander verwijten te maken, en dat ruzie maken een manier was om je grenzen aan te geven. Maar zijn zus was nog niet klaar. Ze had dit vast al een aantal malen eerder gezegd, want haar stem klonk beheerst: ‘RJ leeft niet meer, hij heeft er zelf voor gekozen.’

Hij bleek al jaren depressief en liet, zoals dat heet, een ex-vrouw achter en een zoon van 15. Hoe kan je een kind van 15 in de steek laten, dacht ik koortsachtig en voelde op datzelfde moment nog meer herinneringen naar boven borrelen: hoe groot de liefde was, de chaos, de hartstochtelijke verzoeningen. Ik dacht aan de uitputting, de schoonheid en onze twee onverenigbare milieus die de magie eigenlijk nog groter maakten.

Alles maakte ik die paar minuten opnieuw mee. Hoe André Hazes optrad op een Veritas-gala en ik niet wist wie die zanger was. Hoe RJ mijn fotografie bewonderde en zo trots was toen ik stage liep bij Erwin Olaf. Als Chinees meisje heb ik hem nooit aan mijn ouders voorgesteld, want in mijn milieu neem je pas iemand mee naar huis wanneer je gaat trouwen. Maar met kerst aten we wel bij zijn ouders. Ik wist dat hij antidepressiva slikte, maar dat doen er zoveel, dit was iets wat ik niet had voorzien. Niet voorzien had kunnen hebben, want het was immers al lang uit tussen ons.

‘Ik stuur je een rouwkaart’, zei de zus tenslotte, ‘hij sprak nog altijd heel liefdevol over je.’ Haar woorden maakten een eind aan mijn gepeins en aan alle kansen om op wat voor manier dan ook nog eens met hem na te praten over de betekenis van deze bijzondere en dierbare tijd. Hij was zo lief en gevoelig. ‘Kimski’ noemde hij me en als ik thuiskwam stond mijn hele huis vaak vol bloemen. Hij kocht cadeautjes; dure crèmes van grote cosmeticahuizen waarvan ik nog nooit had gehoord. Mijn kamer stond vol met bij elkaar gescharreld meubilair, maar in zijn huis stond niets tweedehands of van Ikea. Hij wilde me bier leren drinken, drukte een glas in mijn handen en dan schaterden we het uit want met mijn Aziatische genen is alcohol een ramp.

Het is uitgegaan omdat we niet meer konden. Het ‘ja maar jij’-geschreeuw. En het ‘blijf hier!’ en ‘nee, ik ga nu.’ Dat je je best kan doen voor een relatie, begrepen we nog niet. Zoals we zoveel niet begrepen. Je kan elkaar nog zo geweldig vinden, als je niet met elkaar kunt leven, heeft een relatie geen zin.

Nog voor zijn zus ophing vroeg ik of ze nog anekdotes over mij en hem wist. Ze antwoordde dat de foto’s van mij daar op de kist veelzeggender waren.

Deze zomer schrijft Corine Koole weer over vakantieliefdes. Verhalen zijn welkom. We spreken ook de ander (en helpen hem of haar op te sporen). We zoeken vooral ervaringen uit een recenter verleden, naar romantische avonturen van jonge mensen, of herinneringen aan ‘the one that got away’. Ook nodigen we mensen die niet meer samen zijn uit om te reageren. Mail een korte toelichting: deliefdevannu@volkskrant.nl

Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next