Home

Beroemd geworden met haar portretten uit die ene uitdagende wijk in Los Angeles waar Dana Lixenberg thuis voelt

Er zijn heel wat plekken die onze gids Dana Lixenberg thuis noemt, of waar ze zich ooit thuis voelde: van het Friese dorpje Hitzum tot aan de wijk Imperial Courts in Los Angeles. In LA komt ze sinds 1993 om haar portretten en straatbeelden telkens weer aan te vullen.

is schrijver en kunstjournalist

Er zijn heel wat plekken die onze gids Dana Lixenberg thuis noemt, of waar ze zich ooit thuis voelde: van het Friese dorpje Hitzum tot aan de wijk Imperial Courts in Los Angeles. In LA komt ze sinds 1993 om haar portretten en straatbeelden telkens weer aan te vullen.

is schrijver en kunstjournalist

Nog een paar dagen en dan rijdt Dana Lixenberg (61) weer over het vier verdiepingen tellende viaduct bij South Central in Los Angeles, daar waar de I-105 kruist met de I-110 en de wijk Imperial Courts ergens in de oksel tussen die twee snelwegen genesteld ligt. De zon zal schijnen, de weg zal stoffig zijn en ze zal terugdenken aan de keer dat ze hier in 1993 een maand lang bijna dagelijks reed, het viaduct nog in aanbouw, The Chronic, het debuutalbum van Dr. Dre, bijna non-stop op de radio.

Ze zal denken aan bendeleider Tony Bogard, die haar als jonge fotograaf destijds introduceerde in de hechte gemeenschap van Imperial Courts – voor sommigen een berucht zwart getto, voor de bewoners gewoon ‘thuis’ – en die in 1994 werd doodgeschoten. Of aan China, de vrouw die met een hoofd vol krulspelden voor de camera verscheen en op een dag verdween. Aan Boo Boo, die Lixenberg de laatste jaren assisteerde wanneer ze aan het fotograferen was in de wijk en die in 2023 volkomen plotseling overleed. Een nieuwe assistent kwam er tot op heden niet.

Ze zal even stoppen bij de Pink Store, waar Toussaint werkt, de broer van Selena, die weer de moeder is van Sa’Marra, en Toussaint zal zeggen: ‘O hi, Dana, you’re back’, alsof ze er gisteren nog was, terwijl het feitelijk alweer een jaar geleden is dat ze elkaar zagen. En dan zal ze terug zijn in Imperial Courts. Ze zal haar grootformaat 4x5-camera uitpakken, het statief neerzetten en aan het werk gaan.

Er zijn plekken die je je leven lang met je meeneemt. Voor fotograaf Dana Lixenberg zijn dat New York, waar ze destijds als student naartoe verhuisde en bleef wonen, Amsterdam, waar ze opgroeide en inmiddels weer in haar ouderlijk huis midden in de Jordaan woont, en Friesland, met name Hitzum in het noordwesten, waar ze menige zomer doorbracht. Zo’n plek is ook Imperial Courts, waar ze inmiddels drieëndertig jaar regelmatig fotografeert. Nadat ze destijds voor een reportage voor Vrij Nederland naar South Central LA was gekomen en via via Tony Bogard had ontmoet, ontstond het idee voor een persoonlijk project.

Lixenberg heeft duidelijk zin in de ophanden zijnde reis. Ze zit aan tafel in haar Amsterdamse studio en het is alsof ze al in LA is. Alsof ze al op die snelweg rijdt. Ze is enthousiast en tegelijkertijd gedecideerd voorzichtig wanneer ze over Imperial Courts praat. ‘Toen ik er in 1993 voor het eerst kwam, hing er spanning in de stad’, vertelt ze. ‘Het was tijdens het nieuwe proces tegen de vier witte politieagenten die terechtstonden voor de mishandeling van Rodney King (een zwarte man die in 1991 op gewelddadige wijze werd gearresteerd, een gebeurtenis die toevallig gefilmd werd, red.). Onrustige buurten zoals Imperial Courts waren veel in het nieuws. ’s Avonds zag ik dan op tv hoe opgewonden de verslaggeving was, terwijl ik dat zelf in de wijk helemaal niet zo had ervaren. Voor het eerst zag ik heel duidelijk hoe anders de realiteit was voorbíj de soundbites van die dramatiek.’

Aanleiding voor het gesprek is het indrukwekkende retrospectief American Images in het Maison Européenne de la Photographie (MEP) in Parijs, een coproductie met Fundación Mapfre in Madrid. Voor wie in de gelegenheid is om erheen te gaan: twijfel niet. Er zullen weinig mensen zijn die nog nooit een foto van Lixenberg zijn tegengekomen. De Nederlandse fotograaf verkreeg internationale faam met projecten die dikwijls gericht zijn op mensen aan de randen van de samenleving en haar werk is vaak gepubliceerd in tijdschriften als New York Times Magazine, The New Yorker, Vrij Nederland en Rolling Stone. Maar niets weegt op tegen het bekijken van haar portretten op groot formaat aan de muur en je verwonderen over hoeveel ontroering dat oplevert. De tentoonstelling biedt een overzicht van het werk dat ze in ruim drie decennia maakte in de Verenigde Staten. Voor de goede orde: dat is dus veel meer dan het nog altijd lopende project Imperial Courts, waarvan in de prachtige zalen van het MEP uiteraard slechts een gedeelte hangt.

Er is ook een selectie te zien uit The Last Days of Shishmaref (2007), waarvoor Lixenberg naar een afgelegen en door klimaatverandering bedreigde gemeenschap in Alaska reisde. Er hangen portretten uit Jeffersonville, Indiana (1997-2004), waarvoor ze de bewoners van een tijdelijke daklozenopvang in Kentucky op ontroerende wijze fotografeerde. En er zijn een heleboel (maar écht: een heleboel) portretten van Amerikanen, bekend en onbekend, groot geprint aan de muur of als eindeloze rijen polaroids liggend in vitrines. Naast erotische danseressen en de leden van een damesstudentendispuut zijn dat – een kleine greep, hoor – Louise Bourgeois, Prince, Allen Ginsberg, Whitney Houston, Eminem, Lil’ Kim, Kathleen Turner, Susan Sontag, Donald Trump, Kate Moss, Iggy Pop, Toni Morrison. En o ja: rappers Biggie en Tupac natuurlijk.

Het zwart-witportret van Tupac Shakur uit 1993, gemaakt in opdracht van tijdschrift Vibe – geesteskind van muzikant en producer Quincy Jones – hangt groot en prachtig uitgelicht aan het einde van een gangetje in de tentoonstelling. Het is een beroemde, zo niet de beroemdste, foto van de man die drie jaar daarna op 25-jarige leeftijd zou worden doodgeschoten.

Nader het beeld langzaam en je begrijpt volledig waarom. Tupac kijkt je ietwat vanuit de hoogte aan met een blik die niet verwaand is, maar wel zelfverzekerd en, als je wat beter kijkt, ook kwetsbaar en zacht. Hij heeft een bandana om zijn hoofd geknoopt en zijn donkere ogen lijken je niet los te laten, vanuit welke hoek je ook naar hem kijkt. Zijn lange, gitzwarte wenkbrauwen zijn buitenaards. De gedetailleerdheid van de foto – het gevolg van precies weten hoe je een grootformaat camera moet bedienen – is adembenemend; je kunt de afzonderlijke haartjes van Tupacs dikke wenkbrauwen tellen.

Je zou bijna beweren dat Lixenberg zijn ziel... nee. Dat ze de kérn van Tupac... nee. Zijn esséntie dan... ook niet.

‘Vanaf het begin wilde ik sterke en mooie portretten van mensen maken, maar ik heb ook altijd gepaste afstand bewaard’, zegt Lixenberg. ‘Het is nooit mijn bedoeling om het persoonlijke leven van degenen voor mijn camera bloot te leggen – of om überhaupt te denken dat ik dat kan. De foto van Tupac is beroemd geworden, maar het is niet dé foto van Tupac. Het was een momentopname. Daarmee bedoel ik dat een portret een persoon niet definieert; het is altijd de uitkomst van een samenwerking, en een reflectie van de tijd en de cultuur waarin het is gemaakt.’

Dat geldt ook voor de portretten die ze maakt in Imperial Courts. Lixenberg is behoedzaam met haar werk en met de context waarin het wordt getoond. Ze is zich constant bewust van het feit dat zij een witte vrouw is die een beruchte buurt met vooral zwarte bewoners vastlegt, en van de mogelijke kritiek die dat kan opleveren. ‘Ik vind fotograferen een verantwoordelijkheid’, zegt ze.

Ze waakt ervoor dat haar beelden als louter ‘illustraties’ worden gebruikt bij journalistieke verhalen, die wat haar betreft te vaak te ronkend zijn, te gespitst op de gewelddadige gangsterverhalen. Die zíjn er wel. Maar Imperial Courts is ook gewoon een wijk waar mensen op elkaars kinderen passen en zich zorgen maken om de hoogte van de huur. ‘Het is niet zo dat ik aan de hand van die foto’s hét verhaal van de wijk vertel’, zegt ze, ‘ik representeer die wijk niet.’

Daarom wil ze liever geen stoere houdingen en zonnebrillen op haar foto’s. ‘Geen bendetaal’, glimlacht ze. ‘Als mensen per se zo wilden poseren, maakte ik voorheen eerst een polaroid. Die mochten ze dan hebben, en dan maakte ik daarna de foto die ik wilde. Tegenwoordig heb ik altijd een kleine digitale camera bij me voor verzoeken en de wat speelsere poses. De meeste mensen accepteren dat.’ Ook fotografeert ze consequent buiten en niet bij mensen thuis. ‘Het licht in LA is gewoon heel mooi’, zegt ze, ‘maar het is ook omdat die huizen van binnen donker zijn. Dan moet je er lampen op zetten en wordt het extra dramatisch. Dat wil ik niet. Bovendien: die huizen zijn privé, het zijn de plekken waar mensen zich kunnen terugtrekken. Dat hoeft niet op de foto en het is ook niet waarnaar ik op zoek ben.’

Verstilling. Concentratie. Dat ene woordeloze ogenblik tussen fotograaf en gefotografeerde, een korte ontmoeting door de lens van haar camera. Dáár zoekt ze naar. Het is waar die camera goed in is. ‘Op de Rietveld Academie vond ik de 4x5 irritant. Het was zo’n groot, log ding. We moesten er technische stillevens mee maken in de studio.’

Later, toen ze ermee ging werken in Imperial Courts – een vanzelfsprekende keuze, omdat ze steeds vaker vanaf een statief begon te werken – bleek het langzame, uitgebreide proces van fotograferen dat de camera afdwingt precies te zijn wat Lixenberg nodig had.

‘Je moet ervoor onder een doek en je ziet wat je fotografeert ondersteboven door het matglas. Je moet het licht meten, scherpstellen, overeind komen en zorgen dat je model ondertussen niet verstijft – en dán maak je de foto. Dat leidt ertoe dat je heel geconcentreerd gaat kijken. Je hebt overzicht, je bent je bewust van elke kleine verandering in iemands houding. Het kan net een oogopslag zijn of een beweging van iemands hand die maakt dat je denkt: nu. Bij Tupac was het bijvoorbeeld net die ene blik. In het dagelijks leven heb ik last van keuzestress, maar op dat soort momenten niet; dan weet ik precies wat ik doe en zit ik er helemaal in. Ik voel veel ontroering wanneer ik mensen portretteer. Je komt even heel dichtbij, zonder dat je iemand echt kent of weet wat zich in hun persoonlijke leven afspeelt.’

‘Niet dat het altijd meteen goed is. Soms zijn mensen moeilijk bereikbaar, maar dan is het aan mij om ze gerust te stellen. Ik herinner me Prince – die kwam vrij ongemakkelijk binnen. Maar ik neem zoiets nooit persoonlijk, ik vind dat mensen die gefotografeerd worden veel ruimte moeten krijgen om hun angst en onzekerheid te uiten. Het gaat ook altijd vanzelf weer weg. En dan komt dat ene moment eigenlijk altijd, al is het natuurlijk niet zo dat elke shoot een sterk portret oplevert.’

Over een paar dagen zal Dana Lixenberg weer richting Imperial Courts rijden. Ze kondigt haar bezoek nooit aan, ze rijdt er gewoon heen en ziet daar wel wie ze treft. Welke baby’s er in de tussentijd zijn geboren, wie uit de wijk is vertrokken en wie er terugkeerde. Mensen zoals Peanut met de sproeten, die ze in 1993 als jongeling fotografeerde en die ze in 2023 voor het eerst weer zag. In het MEP in Parijs hangen zijn twee portretten in twee zalen, maar wel zo, dat je ze vanaf een bepaalde hoek samen kunt zien. ‘Ik herkende hem meteen’, zegt Lixenberg, ‘met die sproeten en die golf in zijn voorhoofd. Jarenlang leefde ik met dat eerste portret in mijn hoofd, terwijl het leven gewoon doorging. Ik bedoel: het ís een portret van Peanut, maar zodra ik het had gemaakt, werd het ook een soort object, iets dat losstaat van de persoon zelf.’

‘Het was nooit mijn bedoeling om van Imperial Courts een levenslang project te maken. Intussen is het dat wel geworden. Het is een relatie – met de mensen, met de plek – die ik niet meer kan wegdenken. Ik zie het vertrouwen dat ik daar heb opgebouwd niet als vanzelfsprekend; het is een fragiel vertrouwen, maar het is er. De band is er. Dus ik zal er blijven komen. Naast Amsterdam en New York is Imperial Courts een van de ijkpunten in mijn leven.’

Buurt: De Wallen, Amsterdam

In 2021 begon ik op uitnodiging van het Stadsarchief Amsterdam De Wallen te fotograferen, de buurt waar ik geboren ben en de eerste twee jaar van mijn leven doorbracht. Mijn vader, die beeldend kunstenaar was, had er tot zijn dood een atelier en ik leerde als klein meisje fietsen op het plein naast het Waalse kerkje. Natuurlijk zijn er stukken van De Wallen die ik liever mijd. Je moet voorbíj de irritatie over de mensenmassa’s en het banale, maar dan zie je een buurt die bijzonder en inspirerend is.

‘Er zitten zoveel levens en verhalen in die kleine steegjes en in die oude panden. Ik voel me daarmee verbonden. Het kostte me meer tijd om grip te krijgen dan ik aanvankelijk had gedacht, maar uiteindelijk lukte het me echt binnen te komen en de wijk opnieuw te leren kennen. Dat is het mooie van fotografie: ik kan nog zoveel vooroordelen hebben, wanneer ik aan het werk ga, brokkelen die af en gaat er iets open.’

Kerktoren: Westertoren

‘Ik groeide op in de Jordaan in Amsterdam, in een huis op de Leliegracht waar ik nu ook weer woon. Elke dag, elk kwartier hoorde ik de klok: zo’n vertrouwd en ontroerend geluid. Toen ik na 28 jaar uit New York terugkeerde en bleek dat je tijdens de verkiezingen in de Westertoren kon stemmen, was het helemaal magisch. Ik heb lang in het buitenland gewoond, maar ben toch erg geaard in Amsterdam. Of ik de toren mooi vind... dat weet ik eigenlijk niet eens. Hij is er altijd geweest en ik vind het troostrijk hem te zien. Na de recente restauratie moest ik even wennen. Ze hebben de keizerskroon weer de oorspronkelijke kleur gegeven: blauw. Maar ik ken hem al mijn hele leven in geel. Het geeft niet; ik hou gewoon van die toren.’

Weg: Afsluitdijk

‘Mijn ouders hadden vroeger een zomerhuisje in Hitzum, een dorpje in het noordwesten van Friesland. Mijn vader was kunstenaar en mijn moeder zat in het onderwijs, dus we brachten er veel weekenden en alle schoolvakanties door. Het was een klein oud huis aan een doodlopend pad met een poepton en een oude koeiengreppel. In Amsterdam moesten mijn broer en ik altijd stil zijn voor de buren; hier konden we los. Het was een plek die een grote rol speelde in mijn leven, ik droom er nog weleens van. En altijd wanneer ik over de Afsluitdijk rijd, voel ik dat weer: de rust, de vrijheid. Het licht dat daar zo anders is. Vroeger stopten we altijd halverwege de Afsluitdijk bij het oude koffietentje, waar we een gevulde koek kregen. Wat ik heb met de snelweg bij Los Angeles, heb ik ook met de Afsluitdijk.’

Mensenkijkplek: De bankjes bij Balthazar, Spring Street, New York

‘Als je lekker mensen wilt kijken in New York, dan is dit de perfecte plek. Ik vind bijna niets leuker dan een scone en een koffie halen bij de kleine Balthazar take-out, en dan de hele ochtend daar op een bankje zitten. Er is altijd reuring, er komen zoveel leuke mensen voorbij. Ik spreek er ook weleens af met vrienden wanneer ik in New York op bezoek ben, al klinkt dat laatste nog steeds een beetje gek omdat die stad 28 jaar lang mijn thuis was. De bankjes liggen zo ongeveer tussen de plekken waar mijn eerste twee huizen waren: het eerste op de Bowery, het tweede op Broadway. Als ik daar zit, ben ik weer even helemaal terug.’

Boottocht: De ferry tussen Rockaway Beach en Wall Street, New York

‘Al sinds 1989, toen ik naar New York verhuisde, kom ik op Rockaway Beach. Het is een prachtig strand en het is er heel urban, heel divers. Er komen allerlei soorten mensen op af. New York is natuurlijk een intense, gejaagde stad, maar op Rockaway Beach zijn mensen relaxed. De sfeer is echt goed. Vroeger ging ik er vaak heen met een vriendin, frietje eten, koud biertje erbij. Tegenwoordig is er een hele fijne Venezolaanse eettent, Caracas, waar ze heerlijke muziek draaien. Mijn aanrader is: de metro heen en de ferry terug. Die boottocht duurt wel een uur. Je vaart dan langs Brighton Beach, Coney Island en het Vrijheidsbeeld en onder de Brooklyn Bridge door. Het einde van de dag, wanneer iedereen rozig en soezerig is, is het beste tijdstip.’

Plek: Santa Monica Beach, Los Angeles

‘In 1993 logeerde ik een maand in het Shangri-La Hotel in Los Angeles, daar kon ik toen een supergoede deal krijgen. Overdag fotografeerde ik in Imperial Courts en dan moest ik daarna op mijn hotelkamer de films in mijn cassettes laden. Ik had toen nog geen laadtent, dus ik moest het kleine jarenvijftigkeukentje in mijn hotelkamer heel donker maken met handdoeken. De dagen waren behoorlijk intensief en ik vond het altijd heerlijk om aan het einde van de dag even over het strand te lopen.

‘Ik kom er nog steeds graag, vaak met mijn goede vriendin en collega Monica Nouwens, die er al ruim dertig jaar woont. De scene is ontzettend leuk: er wordt veel gevolleybald en gesport, en er rijden de hele tijd van die paradijsvogels op rolschaatsen of fietsen voorbij, vooral wanneer je richting Venice wandelt. Men kent er geen gêne. LA is een leuke, maar vreemde stad; je kunt er snel eenzaam zijn omdat het zo uitgestrekt is en best doods kan aanvoelen. Dan moet je even ergens heen waar alles en iedereen samenkomt.’

Voorstelling: De Wand, Internationaal Theater Amsterdam

Eerlijk gezegd ben ik geen enorme theaterganger – ik ben meer van de film – maar dit toneelstuk vond ik echt waanzinnig. Het is een monoloog, gebaseerd op de roman De Wand van Marlen Haushofer uit 1963, waarin een vrouw moet zien te overleven nadat een grote glazen muur haar plotseling van haar oude leven heeft afgesneden. Alles is ineens weg: de dagelijkse dingen, haar kinderen, haar identiteit. Wie ben je dan nog? Het is heftig, maar ook mooi; ze bereikt uiteindelijk ook weer een soort rust of iets van geluk. Ik ging naar de première en vond dat razend spannend, want Chris Nietvelt, die de monoloog uitspreekt, is een goede vriendin. Ik was plaatsvervangend zenuwachtig. Het stuk gaat vanaf 16 april in reprise en ik wil graag nog een keer, zodat ik haar fenomenale spel zonder zenuwen tot me kan nemen.’

Films: ik kan niet kiezen

A Woman Under the Influence, La Strada, The Bicycle Thief – ik kan eigenlijk niet kiezen. Dat hoeft ook niet? O, gelukkig. Ik hou enorm van films, en deze hebben veel indruk gemaakt, net als vele andere. Wat ik vooral zo fijn vind, is dat je ze in elke levensfase weer anders ervaart, dat je er weer heel andere dingen uit haalt, terwijl het gevoel dat je had toen je ze voor het eerst zag er óók nog steeds is. Le Notte di Cabiria, net als La Strada van Fellini – ken je die? Die arme vrouw die denkt dat ze echte liefde heeft gevonden, dat ze een toekomst hebben samen en dat ze dan haar huisje verkoopt. En dan wordt ze gewoon in de rivier geduwd, het is hartverscheurend. Het proces van een film maken zou mij persoonlijk helemaal niet liggen, ik hou van fotografie, maar als alle elementen – het spel, mise-en-scène, camerawerk, soundtrack – op hun plek vallen is dat zo geweldig en inspirerend.’

Muziek: Nina Simone: Feelings, live tijdens Montreux Jazz Festival, 1976

‘Ik was er natuurlijk niet bij, maar de opname ervan (te vinden op YouTube, red.) is zo mooi. Het is bijzonder dat deze performance zo goed is gedocumenteerd; volgens mij is het nummer niet op een plaat te vinden. Ik zag de opname voor het eerst tijdens een etentje met vrienden en ik was ontzettend onder de indruk. Hoe ze die piano bespeelt, en dan dat samenspel tussen die piano en haar stem – ze was zo’n muzikaal talent. Ze leed aan stemmingswisselingen en die worsteling zie en hoor je terug. Ze daagt het publiek uit en is een beetje bozig en geïrriteerd over het nummer. Feelings is natuurlijk ook een ontzettend kitschnummer, maar zoals zij het zingt is uniek. Er zit zoveel power en ontroering in. Ik doe niet aan bucketlists, maar van haar had ik graag een portret gemaakt.’

1964 Geboren in Amsterdam.

1984-1989 Londen: College of Printing, Amsterdam: Gerrit Rietveld Academie.

1989-1991 New York: freelance-assistent van onder andere modefotograaf Patrick Demarchelier.

1991 Begin opdrachtwerk voor Nederlandse publicaties, onder meer Vrij Nederland.

1993–heden Imperial Courts.

1993 Publicatie Imperial Courts-portfolio in Vibe Magazine.

2017 Deutsche Börse Photography Foundation Prize voor Imperial Courts. De publicatie wint de Nederlandse Fotoboekprijs.

2025 De Wallen: tentoonstelling Stadsarchief Amsterdam en gelijknamige publicatie.

2026-2028 Dana Lixenberg: American Images, Maison Européenne de la Photographie, Parijs (t/m 24 mei 2026), daarna: Fundación Mapfre, Barcelona en Madrid; CO Berlin, Berlijn; Deutsche Börse Foundation, Eschborn.

Dana Lixenberg woont in Amsterdam.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next