Een van de hoogtepunten van dit filmjaar is de karaokescène met Sandra Hüller in Project Hail Mary. Harry Styles, zoals we hem nooit hebben gehoord. Waarom werkt dat zo goed? En wat zijn de meest memorabele karaokescènes uit films en series?
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Een van de manieren om de mensheid in te delen: zij die zich verheugen op karaoke en zij die niet dood gevonden willen worden met een microfoon in de hand. Mensen die geen probleem hebben om zich, eventueel door drank ondersteund, publiekelijk over te geven aan nummers die meestal buiten het vermogen van de zanger liggen; en mensen die zich het liefst aan het begin van de kerstborrel al uit de voeten hebben gemaakt.
In karaokescènes in series en films zoeken de regisseur en de acteurs het ongemak en de emotie soms juist op. Om zo een naakte versie van het personage neer te zetten, en om het verhaal in een onvoorspelbare stroomversnelling te brengen.
Zo wordt het onverwachte hart van de 2,5 uur durende sciencefictionfilm Project Hail Mary gevormd door een scène die flink binnenkomt, maar niet zo makkelijk te duiden is. Wat gebeurt hier eigenlijk, in deze film die verder klassieke patronen volgt?
De aanwezigheid van de Duitse actrice Sandra Hüller in een Ryan Gosling-spektakel is op zichzelf al een staaltje bravourecasting van de eerste orde. Het is vaker vertoond, dat niet-Amerikaanse acteurs in een Hollywoodmal worden geduwd. Maar zo niet Hüller, als Eva Stratt, de wetenschappelijk leider van Project Hail Mary, een poging om het heelal te redden van een virus dat de zon bedreigt.
Gosling is Ryland Grace, een briljant wetenschapper, maar wellicht niet gezegend met de overtuiging dat er een held in hem schuilt. Stratt wil dat hij meegaat op een expeditie diep de ruimte in, maar Ryland ziet dat om vele redenen niet zitten. Precies op dát moment in de film zit de karaokescène.
We zien dat Stratt in een bar vol wetenschappers en astronauten de microfoon grijpt en met haar blik op Grace aan Sign of the Times van Harry Styles begint: ‘Just stop your crying/ It’s a sign of the times’. Een nummer, de eerste hit van Styles’ eerste soloalbum, dat opbouwt naar ‘They told me that the end was near/ We gotta get away from here’.
Na een ademloze minuut – in de scène én in de bioscoopzaal – legt ze de microfoon weg met de woorden: ‘And that is enough.’ En dan lijkt er in de film heel subtiel iets te zijn verschoven. Allereerst in de manier waarop we naar dit personage kijken, die strenge wetenschapper met het Duitse accent; alsof we opeens zien wat de echte dimensies van het totale Eva Stratt-pakket zijn. Maar ook in de manier waarop we in de film zitten en ons realiseren dat dit verhaal ons emotioneel echt alle kanten op kan sturen.
Het komt ook door het nummer, met die onverwacht passende tekst voor dit apocalyptische ruimte-epos, verstopt in een dijk van een Harry Styles-hit. En het is niet in de laatste plaats de zangstem van Hüller die je treft: zuiver en raak, maar niet professioneel, met een randje dat de tekst nog urgenter lijkt te maken. ‘Just stop your crying/ It’ll be alright.’ Sterker nog: het lijkt in deze versie de eerste keer dat je de tekst van het nummer hoort.
Het verhaal over deze scène, die aanvankelijk niet in het scenario van Project Hail Mary stond, werd tijdens de promotietour een gepolijste anekdote. Gosling had Hüller horen zingen op de set. ‘Can you sing like that?’, had hij gevraagd. ‘Yeah’, had zij op haar aller-Hüllerst geantwoord. Gosling: ‘Wil je in de film zingen?’
Ze kwam vervolgens zelf met het nummer van Harry Styles op de proppen, omdat ze dat thuis ook nogal eens zong. Ze had het aan haar dochter gevraagd, omdat ze wilde weten of een ‘bijna 48-jarige vrouw’ zich wel aan Harry Styles moest wagen, althans in het openbaar. De dochter gaf groen licht. De volgende dag werd de scène opgenomen.
Het is in Hüllers filmografie niet eens haar opmerkelijkste karaokescène. Die zit toch echt in het tragikomische meesterwerk Toni Erdmann (Maren Ade, 2016). Daarin speelt ze de workaholic Ines Conradi, die het contact met de wereld en haar excentrieke vader lijkt te zijn kwijtgeraakt. Aan het slot neemt haar vader op een feestje plaats achter het huisorgel en begint aan het intro van The Greatest Love of All, een nummer waaraan buiten Whitney Houston zich geen sterveling zou moeten wagen.
Het feit dat Hüller de vele vocale hindernissen in dit nummer niet uit de weg gaat maar juist bestormt, maakt het een onvergetelijke scène en een emotionele catharsis. Het is een klassiek geval van lachen door je tranen heen. Blèrt u mee? ‘No matter what they take from me/ they can’t take away my dignity.’
Is het belangrijk dat de karaokezanger kan zingen? Niet echt – de professionele zanger is eigenlijk een matige figuur voor een klassieke karaokescène. Toen Ariana Grande optrad in een inmiddels bekende huwelijkssketch in Saturday Night Live, werkte het zo goed omdat ze op haar allervalst zong, iets wat eigenlijk niet in haar pakket zit.
Bij Hüller besef je al snel dat ze een fijn gestemd instrument heeft. Haar Duitse accent in het Engels dat ze in Project Hail Mary spreekt, is meer aangezet dan in de Engelse dialogen in Anatomy of a Fall. En ze pakt Whitney Houston heel anders aan dan Harry Styles, omdat het verhaal daarom vraagt. En nee, ze kan niet spelen dat ze een geschoolde zangeres is, maar een briljante acteur komt altijd een heel eind.
En hoe kies je het juiste nummer? Het helpt als we de tekst horen en die kunnen inpassen in het drama dat we zien, het liefst in de vorm van een meezinger met een tekst die helemaal van het moment is. In Toni Erdmann is het alsof Whitney Houston de relatie tussen de vader en de dochter heeft ontleedt: ‘I decided long ago/ never to walk in anyone’s shadow’.
Dan is er nog de praktische kwestie van de muziekrechten. Toen Hüller voorstelde een nummer van Harry Styles te zingen, werd er eerst voorzichtig geïnformeerd wat dat wel niet zou kosten. Maar ze kwamen eruit, al is het maar omdat een hitfilm of -serie een ouder nummer zomaar een nieuw leven kan geven. Vraag maar aan Kate Bush.
Adam Driver zingt Being Alive van Stephen Sondheim, uit de musical Company.
Someone to need you too much/ Someone to know you too well/ Someone to pull you up short/ And put you through hell
Theaterregisseur Charlie Barber (Adam Driver), midden in een uiterst pijnlijke scheiding van actrice Nicole Barber (Scarlett Johansson), gaat in een pianobar achter de microfoon staan en zingt Being Alive van Stephen Sondheim. Driver mag dan geen professionele zanger zijn, de manier waarop hij de emoties van dit nummer overbracht droeg bij aan zijn Oscarnominatie.
In de musical Company wordt het nummer gezongen door de hoofdpersoon, een 35-jarige vrijgezel, die zich realiseert dat hij zijn hart aan iemand moet geven, zelfs als dat betekent dat die dat hart kan breken. Een inzicht dat voor Charlie Barber te laat komt.
Bill Murray zingt More Than This van Roxy Music.
I could feel at the time/ There was no way of knowing/ Fallen leaves in the night/ Who can say where they’re blowing
In het melancholische Lost in Translation ontmoeten een oudere acteur (Bill Murray) en een jonge Amerikaanse vrouw (alweer Scarlett Johansson), die is verlaten door haar vriendje, elkaar in een hotel in Tokio. Het hoogtepunt van hun gezamenlijke etmaal in de Japanse hoofdstad is een bezoek aan een karaokebar, een populair tijdverdrijf van de Japanners.
Johansson zingt, als Charlotte Lewis (met die inmiddels iconische roze pruik op), Brass in Pocket van The Pretenders. Als ze bij ‘I’m Special’ is aangekomen, heb je voor het eerst het gevoel dat ze er zelf weer in is gaan geloven. Dan kondigt ze haar compaan aan: ‘Ladies and gentleman, mister Bob Harris!’
‘This is hard’, zegt Bill Murray, voordat hij aan een kwetsbare vertolking van More Than This begint. De karaokebar, met zijn jonge Japanse clientèle, is de enige plek in de metropool waar iedereen dezelfde taal lijkt te spreken.
Ton Kas zingt Kleine jongen van André Hazes.
Kleine jongen/ Je bent op deze wereld/ dus zal je moeten vechten net als ik/ Ik kan het weten/ Het leven is niet makkelijk/ Er is tegenspoed op ieder ogenblik
Is dit de beste opening van een Nederlandse speelfilm? Al tijdens de openingscredits horen we een versie van de Hazes-klassieker Kleine jongen in de onmiskenbare Amsterdamse tongval van acteur Ton Kas. We zien glimpen van een karaokescherm waarop de woorden van het nummer oplichten. We zien de microfoon in de hand van Kas, en de lachende hoofden van een aantal van de aanstaande beste acteurs van Nederland.
En dit alles voordat duidelijk wordt dat we aanwezig zijn bij de gruwelijke mishandeling van een man die kennelijk zijn mond voorbij heeft gepraat. De vette dictie van Kas en de tekst van Hazes (‘er is tegenspoed op ieder ogenblik’) maken er een onvergetelijke ouverture van. Ze zetten de toon voor de wrange ironie in wat inmiddels geldt als een klassieke Nederlandse misdaadfilm.
Renée Zellweger zingt Without You van Badfinger (vooral bekend van de covers van Harry Nilsson en Mariah Carey).
I can’t live if living is without you/ I can’t live, I can’t give anymore
De klassieke karaokescène uit de eerste Bridget Jones-film gooit hoge ogen als de geestigste uit de filmgeschiedenis. De film opent al met een voorspellende scène, als Bridget thuis in haar pyjama, aangeschoten op de bank, meebrult met All by Myself (oorspronkelijk van Eric Carmen, maar vooral bekend van de versie van Céline Dion).
Het kan nog erger, als we Bridget in een voice-over horen vertellen dat ze valt voor haar baas Daniel Cleaver (Hugh Grant op zijn allergladst). Laat hij nou net de kerstborrel van het kantoor binnenlopen als Bridget – sigaret in de hand, dronken staand op een bureau, kerstornament op het hoofd – bij het zeer vals gezongen refrein van Without You is aangekomen.
Schitterend gespeeld van Zellweger, maar Grant is in al zijn weerzin de perfecte illustratie van die andere regel uit Without You: ‘Well, I can’t forget this evening or your face as you were leaving’. Het is bijna niet mogelijk om dit nummer nog te horen zonder te denken aan de spectaculaire vocale ontsporing van Bridget Jones.
Alan Ruck zingt Famous Blue Raincoat van Leonard Cohen.
It’s four in the morning, the end of December/ I’m writing you now just to see if you’re better
Succession-maker Jesse Armstrong had er een handje van om zijn personages (de leden van de familie Roy en hun aanhang) in de pijnlijkste situaties te brengen. Wie herinnert zich niet de rap van Kendall (L to the OG) in aflevering 8 van seizoen 2. Erger kon niet, toch?
Totdat het oudste kind, Connor (Alan Ruck), zijn broers en zus uitnodigt in een onheilspellend blauw uitgelichte karaokekamer, aan de vooravond van zijn huwelijk. Hij is depressief, omdat hij vermoedt dat zijn verloofde hem heeft verlaten. Wat beter om een fikse depressie te vieren dan een nummer van Leonard Cohen, een zanger die in een karaokeversie nog onpeilbaarder en somberder klinkt. Broer Roman kan het niet langer aan: ‘This is Guantanamo level shit.’
Cohen wist zelf precies waar de song over ging: ‘Ik had altijd het gevoel dat elke vrouw met wie ik was me bedroog met een onzichtbare man.’ Laat het register ‘zelfmedelijden’ maar over aan Alan Ruck.
Na deze scène loopt vader Logan de karaokeruimte binnen en levert het finale, beroemde oordeel over zijn kinderen: ‘I love you, but you are not serious people.’ Wat ze dan niet kunnen weten, is dat dit de laatste keer zal zijn dat ze elkaar allemaal zien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant