Alicja Gescinska De filosoof Alicja Gescinska kreeg de Socratesbeker voor haar boek over tien vrouwelijke denkers en schrijvers die zich verzetten tegen het kwaad in de wereld. „Je moet zien te voorkomen dat dictators invloed op je denken krijgen.”
Alicja Gescinska.
Als de tien vrouwelijke denkers en schrijvers die filosoof Alicja Gescinska in haar boek Vrouwen in duistere tijden portretteert iets met elkaar gemeen hebben, dan is het hun verzet tegen oorlog, onrecht en onderdrukking. Vorige week werd haar boek bekroond met de Socratesbeker 2026 voor het „meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek”. Het juryrapport benadrukt dat de geportretteerde vrouwen, onder wie Etty Hillesum, Edith Stein, Anna Achmatova, Hannah Arendt en Barbara Skarga, voorbeelden zijn „voor het eigen leven, hoe je je kunt verzetten tegen kwaad en verontmenselijking.” Actueler kan het bijna niet in een tijd waarin het kwaad overal zijn gezicht laat zien.
Twee dagen na de prijsuitreiking spreek ik Gescinska (Warschau, 1981), die in 1988 met haar ouders communistisch Polen ontvluchtte en in België neerstreek, via Zoom in haar huis in het Vlaamse Beerse, een stadje in de provincie Antwerpen.
Alicja Gescinska: Vrouwen in duistere tijden. Tien denkers van blijvende betekenis. De Bezige Bij, 429 blz. €29,99
„Voor Arendt waren haar hoofdpersonen bakens van licht. Ik ervoer hetzelfde bij de vrouwen in mijn boek, want in de huidige, grimmige tijd hebben we eveneens voorbeeldfiguren nodig. Veel mensen maken zich tenslotte grote zorgen. Kijk naar de huidige conflicten in de wereld en met name de oorlog op het Europese continent. Ook doen democratische waarden er steeds minder toe en zijn autoritaire leiders terug van weggeweest. In Europa hebben we zelfs een nieuwe wapenwedloop.
„Natuurlijk zullen we pas achteraf begrijpen hoe grimmig deze tijd werkelijk was. Maar juist daarom kunnen voorbeeldfiguren je laten zien hoe zij vergelijkbare grimmige tijden hebben doorstaan, en antwoord gaven op wat op hen afkwam. Daarom heb ik voor die tien vrouwen gekozen. Allen komen uit de 20ste eeuw, de bloedigste eeuw uit de geschiedenis met twee wereldoorlogen en de drie –ismen: het nazisme, het fascisme en het communisme. De meeste vrouwen in mijn boek zijn er rechtstreeks mee geconfronteerd. Ze hebben het kwaad in de ogen gezien en mij daardoor antwoord kunnen geven op mijn vragen. Niet alleen door hun denken, maar ook door de wijze waarop ze in het leven stonden.
„Ik heb die tien vrouwen ook samengebracht omdat het mij na twintig jaar als professioneel filosoof verbaast hoe weinig bekend zij zijn. Behalve Hannah Arendt zijn de meeste anderen ondergewaardeerd en wordt hun werk niet gelezen. Terwijl ik zelf steeds bij hen terugkom.”
„Die vraag wordt mij vaker gesteld. Als zou ik een voorliefde hebben voor Joodse denkers. Welnu, zelf noem ik ze meestal niet Joods, omdat de meesten zichzelf niet als zodanig zagen en uit geassimileerde gezinnen kwamen. Hun Joodse achtergrond beseften ze vaak pas ten volle door de duistere tijden waarin ze leefden. Voor mij telde vooral dat ze het kwaad in de ogen hebben gezien. En in de 20ste eeuw gold dat nu eenmaal vaak voor mensen met een Joodse achtergrond. Het heeft hun denken beïnvloed en hun leven vormgegeven. Daarmee zeg ik niet dat Joodse denkers betere denkers zijn. Want dat is flauwekul.”
„Jazeker, maar bedenk dat Joden niet alleen in de 20ste eeuw werden vervolgd, maar ook in de eeuwen daarvoor. Hun ouders moesten dus al assimileren en zien te overleven. In zulke families maakt de vraag hoe je moet leven en hoe je je moet aanpassen deel uit van de opvoeding. Daardoor ontwikkelden ze al vroeg sensoren voor het kwaad en voelden ze de dingen eerder aan, al hebben sommigen, zoals Etty Hillesum, ervoor gekozen om met hun lotgenoten te sterven.”
„Woorden, kennis en boeken waren belangrijk voor hen. Zo was Anna Achmatova iemand van wikken en wegen. Woorden hielpen haar te bevatten wat zich om haar heen afspeelde. Maar onder Stalin waren haar gedichten verboden. Daarom leerden haar vrienden ze uit het hoofd, nadat zij ze op fluistertoon aan hen had voorgelezen. Alleen daardoor bleven die gedichten bewaard. Want je kon toen niet zomaar iets opschrijven en dat op je bureau laten liggen. Bepaalde dingen mocht je onder Stalin niet meer denken, schrijven, of delen met anderen. Pas in zo’n situatie merk je hoe belangrijk het is om iemand te kunnen vertrouwen. Een gedicht met iemand delen kon je je leven kosten. Vriendschap is in mijn boek dan ook een rode draad. In duistere tijden is vriendschap een levensader.”
„Ik ben voor het vrije woord. Maar in veel landen staan schrijvers onder huisarrest en worden boeken gecensureerd. Als bijvoorbeeld in een kinderboek een kind met twee moeders niet mag bestaan, dan betekent dat niet alleen dat schrijvers er beknot worden, maar ook dat homoseksuele relaties in dat land verboden zijn. In zo’n land is niemand vrij. In Amerika wordt de lijst met verboden boeken zelfs steeds langer. Dat gaat hand in hand met een bepaalde politiek.”
„Door vooral zelf te blijven nadenken en te beseffen hoe belangrijk woorden, boeken en kennis zijn. Zo moet je zien te voorkomen dat dictators invloed op je denken krijgen.”
„Als wij wegduiken onder het mom van ‘wij kunnen toch niets tegen Poetin doen’, dan worden we zelf een speelbal van het kwaad, of sterker nog een aanjager ervan.”
„Ja, want als we nu onze ogen sluiten voor het kwaad in de wereld, dan zal de volgende generatie ons de rekening presenteren. Ze zullen ons vragen waar we waren toen het misging, wat we deden, hoe het kon dat wij maar bleven vliegen, eten, consumeren. Onze welvaart, die we vanzelfsprekend vinden, gaat nu eenmaal ten koste van de planeet.
„Als het om de lege maag van een ander gaat, dan zeggen we ‘c’est la vie’. We hebben er duidelijk moeite mee onszelf verantwoordelijk te voelen voor de dingen die misgaan. En toch is dat nodig. Niet dat we daarmee alles kunnen veranderen, maar we mogen niet zomaar onze oren en ogen sluiten voor het lijden in de wereld. Want die wereld is ook de onze.”
„Ik hoop dat mensen zich na lezing ervan verantwoordelijker voelen. Dat ze zich afvragen waarmee ze bezig zijn en hoe ze kunnen bijdragen aan een aangenamere toekomst. Maar helaas steken velen liever hun hoofd in het zand en maken ze zichzelf wijs dat we niet anders kunnen en we nu eenmaal het slachtoffer zijn van de geschiedenis. Maar we kunnen veel meer dan we willen toegeven. Tenslotte geven we dagelijks zelf vorm aan het leven door bepaalde boeken te kopen, naar bepaalde tv-programma’s te kijken, dingen op sociale media te liken. Op die manier geven we richting aan de manier waarop we naar onze medemensen kijken.”
„Je wordt gevormd door het leven dat je leidt. Als je op jonge leeftijd ontheemd raakt, zoals ik, dan doet dat iets met je. Zo moest ik van jongs af aan mijn evenwicht hervinden en bedenken waar ik nu eigenlijk thuishoorde en wat zoiets betekende. Mijn migratieachtergrond kan ik niet ongedaan maken. Ik heb een heel Poolse achternaam en ik schrijf en denk in het Nederlands. Dat is al een tweespalt. Maar ik word niet zozeer bepaald door die migratie, als wel door mijn brede interesse, die er het gevolg van is. Zo wil ik niet tot een bepaald kamp behoren. Ik was bijvoorbeeld bevriend met de Britse conservatieve filosoof Roger Scruton. Om me heen konden sommigen dat niet begrijpen. Ze zeiden: ‘Jij bent zelf niet conservatief, dus je moet niet met conservatieven in gesprek gaan’. Maar ik wil juist niet alleen met gelijkgestemden praten en de rest dom of fout moeten noemen. Het is tenslotte de taak van een denker om een dialoog aan te gaan met andere ideeën. Dat zoiets tegenwoordig taboe is geworden, is bijna iets abnormaals. Het is een verlies voor het denken.”
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews