Slachtofferschap wordt nog altijd sterk gekoppeld aan vrouwen en meisjes, maar ook mannen én jongens worstelen met de vaak langdurige gevolgen van (online) misbruik.
Meisjes krijgen van kleins af aan waarschuwingen dat jongens en mannen over hun grenzen kunnen gaan. Maar jongens worden zelden voorbereid op de mogelijkheid dat zij zélf misbruikt kunnen worden. Slachtofferschap wordt nog altijd sterk gekoppeld aan vrouwen, mede door de verwevenheid met heersende, heteronormatieve genderrollen. Als klinisch psycholoog zie ik in de spreekkamer een andere werkelijkheid: meisjes én jongens die worstelen met de vaak langdurige gevolgen van (online) seksueel misbruik.
De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn kleiner dan vaak wordt aangenomen. Uit een publicatie in The Lancet blijkt dat wereldwijd ongeveer 19 procent van de vrouwen en 15 procent van de mannen misbruik heeft meegemaakt. Meestal gebeurde dit in de kindertijd en dikwijls door een bekende uit de familie- of vriendenkring. Daarnaast is het van belang te erkennen dat genderdiverse mensen, waaronder trans personen en non-binaire personen, een nog groter risico lopen om seksueel misbruikt te worden en vaak nóg minder zichtbaar zijn in het publieke debat.
Over de auteur
Iva Bicanic is hoogleraar seksueel misbruik van kinderen: impact en behandeling aan het UMC Utrecht en directeur Kennisontwikkeling bij het Landelijk Centrum Seksueel Geweld.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ondanks de veelzeggende cijfers blijft (online) misbruik van jongens op de achtergrond, omdat we vooral zien wat we verwachten: meisjes en vrouwen als slachtoffer, jongens en mannen als dader. Deze misvatting is diep verankerd in beleid, media en publieke opinie. Voor jongens en mannen als slachtoffer lijkt daardoor minder, of misschien zelfs steeds minder, ruimte te bestaan. Het resultaat is een maatschappelijke blinde vlek met ingrijpende gevolgen voor zelfbeeld, gezondheid en relaties.
Veel jongens herkennen hun ervaringen zelf niet als seksueel misbruik of voelen zich geremd om te spreken over hun klachten zoals slaapproblemen, kort lontje, eenzaamheid, seksuele problemen, verslaving, depressie en suïcidaliteit. Hoe meer misbruik van jongens onbesproken blijft, hoe meer zij zich gedwongen voelen hun ervaringen weg te stoppen. Ze doen alsof er niets aan de hand is, storten zich op school, sport of werk, of verdwijnen naar de achtergrond.
Schaamte en schuldgevoel zijn bij jongens en mannen vaak nog groter dan bij meisjes en vrouwen, mede door het stereotype dat jongens ‘stoer en sterk’ moeten zijn. Daardoor zwijgen zij vaker en langer, en dit versterkt hun isolement en belemmert hun herstel. De gevolgen hiervan kunnen vele generaties doorwerken.
Drempels om te onthullen worden bovendien versterkt door de genitale respons die tijdens het misbruik vanzelf kan optreden, zoals een erectie. Een vergelijkbare automatische lichamelijke reactie kan overigens ook bij vrouwen optreden, bijvoorbeeld in de vorm van lubricatie. Deze respons zegt niets over seksuele opwinding of consent, maar kan leiden tot diepe schaamte, schuld, walging en twijfels over de eigen seksuele identiteit. Deze gevolgen worden versterkt wanneer de fysieke reactie gepaard gaat met een lekker gevoel.
Jongens die wél vertellen wat hun is overkomen, stuiten geregeld op negatieve reacties: ongeloof, bagatellisering of zelfs insinuaties dat ze ‘boffen’ dat dit hun is overkomen. Dit zogenoemde luckyboyfenomeen komt vooral voor wanneer de pleger een vrouw is. Dit is het geval bij een derde van de mannelijke slachtoffers ouder dan 16 jaar en bij 7 procent van kindermisbruikgevallen. Ook meisjes en vrouwen kunnen jongens en mannen dwingen tot penetratie. In tegenstelling tot de heersende gedachte, is in zulke situaties degene die penetreert niet de pleger, maar juist het slachtoffer.
Een zorg die bij sommige jongens en mannen kan spelen, is de angst om later zelf over de grens te gaan. De nadruk op meisjes en vrouwen als primaire slachtoffers maakt dat deze zorg onder mannelijke slachtoffers moeilijk bespreekbaar wordt. Onderzoek toont aan dat één op de 25 mannelijke slachtoffers later grensoverschrijdend gedrag vertoont (bij vrouwelijke slachtoffers is dit nog niet onderzocht).
Voor de overgrote meerderheid van de mannelijke slachtoffers is dit dus níet het geval. Toch kan er angst zijn voor het eigen handelen. Deze angst kan leiden tot overmatige alertheid op het eigen gedrag in contact met anderen. Dat maakt het nog moeilijker om misbruikervaringen te delen, om relaties op te bouwen, of zelfs om een gezin te stichten.
Kortom, als we blijven vasthouden aan het narratief dat seksueel misbruik vooral meisjes en vrouwen treft, zien we een grote groep jongens en mannen over het hoofd die net zo goed erkenning en aandacht nodig hebben. Zij zitten gevangen in hun schaamte als gevolg van een taboe dat wij als samenleving in stand houden. Daarom is het essentieel dat er een eerlijk en volledig beeld is van alle kinderen die misbruik meemaken. Want wie we niet zien, kunnen we ook niet beschermen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant