is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Kerosine kan worden toegevoegd aan het rijtje zeldzame producten waarin ook witte truffel, Peri Bali-honing en almas kaviaar staan. De vliegtuigbrandstof is peperduur en soms zelfs niet meer te krijgen. In Azië worden al vluchten geschrapt, omdat de luchtvaartmaatschappijen er niet meer aan kunnen komen sinds de Straat van Hormuz potdicht zit.
Een vat kerosine (159 liter) kost op de wereldmarkt 200 dollar – het dubbele van voor de oorlog in Iran. Dat is 1,25 euro per liter. Een Boeing 737-800 heeft voor een retourvlucht naar een Spaanse zonbestemming veertienduizend liter van deze brandstof nodig, een rekening van 17.500 euro. Verdeeld over 180 stoelen is dat bijna 100 euro per passagier.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hoewel op kerosine geen accijns en btw zit, moet nog wel 30 euro luchthavenbelasting worden afgerekend per passagier. Niettemin blijven Europese vliegmaatschappijen stunten. Een retourvlucht (heen Ryanair, terug Vueling) naar Málaga in juni is te boeken voor slechts 69 euro, aldus prijsvergelijker Skyscanner. En de prijs voor een vlucht naar Ibiza of Palma de Mallorca is 75 euro. En ook KLM biedt retourvluchten aan voor 147 euro, waarmee de blauwe zwaan vast een veer moet laten.
Dat kerosine zo kostbaar is, lijkt merkwaardig. De benzineprijs is ‘slechts’ vijftig procent duurder geworden en kost nu 120 dollar per vat, terwijl kerosine gemakkelijker uit ruwe olie is te destilleren dan benzine. Het is een middelzware brandstof – iets tussen stookolie en benzine in.
Omdat voor benzine een extra productiestap nodig is voor het omhoogbrengen van het octaangehalte, zou die eigenlijk duurder moeten zijn dan kerosine. Ook de transportkosten van benzine zijn hoger. Raffinaderijen die kerosine produceren, liggen heel vaak in de buurt van vliegvelden. Benzine kost bij de pomp weliswaar 2,60 euro, maar die prijs bestaat voor meer dan de helft uit accijns (0,85 euro) en btw (0,46 euro). Op kerosine zit accijns noch btw.
De prijsvorming van kerosine en benzine op de wereldmarkt – zonder belastingen – is nog veel minder transparant dan die van ruwe olie, waar die producten van worden gemaakt. Hoewel kartelvorming en machtspolitiek een rol spelen, is er voor de verschillende oliesoorten één wereldmarktprijs.
Op de benzine- en kerosinemarkt is transparantie zoek. Voorraadvorming en speculatie spelen een grote rol. Handelaren en speculanten – en dat zijn vaak de grote olieconcerns zelf – proberen extra inkomsten te verwerven met de brandstoffenhandel of het afdekken van risico’s – hedgen.
Op dit moment is er in de wereld meer benzine beschikbaar dan kerosine. Op de wereldmarkt zijn overschotten ontstaan doordat benzine-auto’s bijna overal worden vervangen door stekkerauto’s. Het zou mooi zijn als raffinaderijen van de ene op de andere dag minder benzine en meer kerosine en diesel konden produceren, maar zo werkt het raffinageproces niet. Het vergt enorme investeringen, zoals de bouw van kraakinstallaties, om dat te veranderen.
Niettemin is een reis naar Málaga met een benzine-auto niet goedkoper dan met een vliegtuig. Misschien is daarvoor toch een kerosineaccijns nodig of een verplichting om op kaviaar of truffel te vliegen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant