Home

Jarenlang werd Gisèle Pelicot gedrogeerd en verkracht door haar ex-man. ‘Ik leer ermee leven’

Verkrachtingen van Mazan Française Gisèle Pelicot (73) hoopt met haar verhaal steun te bieden aan andere slachtoffers van seksueel geweld. Maar ze wil niet alle mannen over één kam scheren. „Ik denk dat mannen en vrouwen ervoor gemaakt zijn om in harmonie samen te leven.”

Gisèle Pelicot.

Toen Gisèle Pelicot (73) op 2 november 2020 van de politie hoorde dat haar echtgenoot Dominique Pelicot haar een decenniumlang had gedrogeerd, verkracht en laten verkrachten, wilde ze het aanvankelijk niet geloven. Over de foto’s waarop te zien was hoe haar man en tientallen onbekende mannen haar bewusteloze lichaam penetreerden, zei ze: „Dat ben ik niet”. „Het geweld was te onvoorstelbaar”, zegt Pelicot in een hotel in Amsterdam, waar ze is ter promotie van haar boek Ode aan het Leven dat half februari uitkwam bij uitgeverij De Geus. Donderdag nam ze in Middelburg bovendien de prestigieuze Freedom from Fear-Award in ontvangst van de Zeeuwse Roosevelt Foundation.

Maar ze was het wel. Tenminste: het was haar lichaam dat dit geweld jarenlang was aangedaan – Dominique Pelicot en vijftig andere mannen zijn eind 2024 veroordeeld voor zeker tweehonderd verkrachtingen. Toen het besef indaalde, viel ze in stukjes uit elkaar. „Het voelde alsof ik een hogesnelheidstrein had gekopt”, zegt Gisèle Pelicot, van verre herkenbaar aan haar roodbruine bob en zachte glimlach die ondanks het zware gespreksonderwerp nooit ver weg is. „Ik verloor alles. Ook mijn zelfvertrouwen, zoals vaak gebeurt met slachtoffers van seksueel geweld.”

Hierna begon wat Fransen la reconstruction noemen: de wederopbouw van een mens na een trauma, een verlies, een groot verdriet. „Ik kan niet zeggen dat de wederopbouw voltooid is, maar ik denk dat ik op de goede weg ben”, zegt Pelicot. „Wat ik heb meegemaakt laat onuitwisbare sporen achter en ik zal het nooit kunnen vergeten. Maar ik leer ermee leven.”

Wat heeft het schrijven van dit boek u gebracht?

„Aanvankelijk wilde ik helemaal geen boek schrijven. Over de rechtszaak was alles al gezegd en geschreven in de pers en ik dacht dat mijn persoonlijke leven niemand zou interesseren, want ik ben een hele gewone vrouw. Maar toen begonnen uitgeverijen aan te kloppen en besefte ik dat bij de rechtszaak maar een deel van mij te zien was en dat niemand wist wie ik echt was. Met dit boek wil ik mijn verhaal delen om uit te leggen hoe het kan dat ik nog overeind sta. Dat komt denk ik doordat ik van jongs af aan moeilijke momenten heb meegemaakt, vooral het verlies van mijn moeder aan een hersentumor toen ik negen was. Ook mijn moeder was une femme debout (een vrouw die niet omviel): ondanks haar ziekte heb ik haar nooit zien klagen.”

Is dat altijd positief? Is het niet een manier om pijn te verstoppen?

„In mijn familie delen wij onze tranen niet, wij delen glimlachen. Zo ben ik opgevoed en ik vind dat fijn.”

De manier waarop u en uw kinderen omgingen met het trauma verschilde sterk. Hoe was dat voor u?

„Mijn dochter Caroline had het nodig om te krijsen, te schreeuwen.” In het boek beschrijft Pelicot hoe Caroline haar ouderlijk huis overhoop haalde na de arrestatie van haar vader. „Ze zat in de haat, in de woede. Ik begrijp dat, want waar ik meneer Pelicot heb gekozen, heeft zij dat niet. Ik was overrompeld door haar reactie, maar ze had het recht om zich op die manier te uiten.”

Toch had u na de rechtszaak een tijdlang geen contact met haar. Hoe is dat nu?

„Gedeeld lijden brengt een gezin niet per definitie dichter bij elkaar. Caroline vond dat ik haar niet genoeg steunde, maar ik moest ook mezelf repareren. Inmiddels hebben we onze moeder-dochter relatie teruggevonden. In november had ik een medische ingreep nodig – een gevolg van de verkrachtingen – en ik ben mijn hondje verloren. Toen mijn dochter dat hoorde, heeft ze weer contact opgenomen. Nu bellen we elkaar weer elke dag en ik probeer er voor haar te zijn. Want ik voel dat ook zij nog steeds lijdt.”

In uw boek valt op met hoeveel liefde en zachtheid u praat over de Dominique Pelicot van vóór de verkrachtingen. Bestaan er in uw gedachten twee versies van deze man?

„Tijdens de rechtszaak heeft een psychiater uitgelegd dat meneer Pelicot een gespleten persoonlijkheid heeft. Eén kant was de man die ik kende: een zorgzame, attente man, een goede familieman, een fijne vriend. De andere kant, die ik niet kende, is een narcistische, manipulatieve perverseling. Ik heb nooit enige perversie of manipulatie waargenomen. Dat is angstaanjagend.”

U bracht meneer Pelicot zelfs warme kleding toen hij in de gevangenis zat.

„Dat deed ik vooral omdat ik een humanist ben. En ik heb vijftig jaar van mijn leven met deze man gedeeld. We hebben mooie herinneringen samen en die wil ik bewaren. Als ik alles zou weggooien, zou het zijn alsof ik die vijftig jaar niet heb bestaan.”

Heeft u hem al gesproken sinds de veroordeling?

„Nee, nee, nee. Ik heb er geen tijd voor gehad, maar ik hoop hem voor het einde van het jaar te bezoeken in de gevangenis. Hem weer zien is onderdeel van mijn reconstruction. Ik wil hem vragen: waarom heb je dit gedaan? Waarom heb je ons verraden, zoveel gelogen? Hij heeft nooit ontkend wat hij me heeft aangedaan en ik denk dat hij inmiddels introspectie heeft kunnen plegen. Dus ik denk dat hij me antwoorden zal geven.”

Wilt u hem ook vragen naar de aanklachten van poging tot verkrachting en een verkrachting en moord uit de jaren negentig?

„Voor mij is hij onschuldig tot het tegendeel wordt bewezen. Hij heeft de poging tot verkrachting bekend, voor de andere aanklachten is geen bewijs. Ik durf te hopen dat hij niet schuldig is aan moord.”

We kennen uw verhaal omdat u ervoor koos de rechtszaak niet achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. U schrijft dat als u jonger was geweest, u dat misschien niet had aangedurfd.

„Dan had ik de kracht niet gehad dit besluit te nemen. Want ik ben een preutse vrouw, ik schaamde me ontzettend en kon het niet aan om blikken van buitenaf toe te laten. Maar mijn dochter moedigde me vanaf het begin aan de deuren te openen omdat ik anders de verdachten zou beschermen.” In Frankrijk mogen slachtoffers van verkrachting bepalen of hun rechtszaak achter gesloten deuren plaatsvindt. „Aanvankelijk wilde ik het niet, maar toen ik mijn zelfvertrouwen ietwat hervond, besefte ik dat het tijd was de boel op te schudden. En ik wist dat ik niet alleen was: ik had mijn advocaten, mijn steunnetwerk.

„Toen de rechtszaak in september 2024 begon, dacht ik dat de lokale pers er een paar regels aan zou wijden. Maar iedere dag kwamen er meer journalisten en bezoekers naar de zittingszaal. Steeds meer vrouwen kwamen hun steun uiten en ik heb duizenden brieven ontvangen. Daarin deelden vrouwen hun eigen leed, hun ervaringen met verkrachting. Elke avond na de zitting las ik de brieven, met mijn geliefde Jean-Loup. Het besef dat er zoveel leed is, was verschrikkelijk. Maar het gaf me ook kracht dat zoveel vrouwen zich in mijn verhaal herkenden.”

U heeft de liefde opnieuw gevonden.

Pelicot glimlacht. „Het is een prachtig hoofdstuk in mijn leven en ik had het totaal niet verwacht. Ik vond het niet erg om alleen te zijn. Maar toen ontmoette ik via vrienden deze man. Zij zagen dat wij beiden gebroken zielen zijn – Jean-Loup heeft jarenlang zijn zieke vrouw verzorgd. Vanaf het begin was er een vonkje, maar we waren voorzichtig en werden eerst vrienden. Het is een buitengewone man, ongelooflijk aardig, iemand die ik kan vertrouwen.”

„Mensen vragen me dan: hoe dan? Omdat ik meneer Pelicot ook vertrouwde. Ik denk dat mensen vertrouwen onderdeel is van wie ik ben. Maar ik ben natuurlijk wel waakzaam, en ik ben me nu bewust van de risico’s van seksueel misbruik onder invloed van drugs. Dus stel dat ik op een ochtend ineens moeite heb met wakker worden, zal ik meteen haarmonsters en bloedtesten laten afnemen”, zegt ze lachend. Dan weer serieus: „Ik zie de goedheid in deze man. Dat dit mij is overkomen, betekent niet dat ik moet gaan generaliseren. Dat zou heel schadelijk zijn voor al die mannen die nergens schuldig aan zijn.”

U zegt dat u geen radicale feminist bent, toch lees ik in uw boek af en toe feministische opvattingen zoals uw kritiek op de mannelijke dominantie in de Franse maatschappij. Bent u in dat opzicht veranderd?

„Ik denk dat ik het altijd in mij heb gehad, zonder dat ik het wist. Ik ben altijd onafhankelijk geweest, heb altijd gewerkt. Maar een radicale feminist ben ik inderdaad niet. Dat betekent dat ik niet mee doe aan feministische marsen en weiger mannen en vrouwen tegen over elkaar te zetten. Ik denk dat we ervoor gemaakt zijn om in harmonie samen te leven. Dat kunnen we bereiken door vanaf de opvoeding respect en aandacht voor de ander voorop te zetten. En we moeten af van dat idee dat er één sekse dominant is en de ander gedomineerd kan worden.”

Op Internationale vrouwendag, 8 maart, was u met uw dochter wel aanwezig bij een feministische mars in Parijs.

„Dat was omdat mijn dochter aanwezig was met haar stichting M’endors pas [‘val niet in slaap’, waarmee ze aandacht vraagt voor drogering]. Ik ben een kwartiertje gebleven want meteen sprongen talloze journalisten op me. Dat was vervelend, want het ging niet om Gisèle Pelicot. Het ging om al die vrouwen die daar samen waren en van wie sommigen zich al jaren inzetten voor vrouwenrechten. Ik wilde hen niet overschaduwen.”

Wat kunnen wij journalisten beter doen, behalve u met rust laten op dit soort momenten?

„Ik vind het helemaal niet erg om vragen te beantwoorden van journalisten. Het enige wat ik vervelend vind, is als mensen me reduceren tot de rechtszaak. Gisèle Pelicot is meer dan dat.”

Wat vindt u ervan om bekend te zijn?

„Ik probeer me te beschermen tegen de negatieve kanten. Toen ik ervoor koos de rechtszaak openbaar te laten plaatsvinden, deed ik dat voor het collectief. Ik dacht: als ik laat zien dat ik dit kan, zullen andere vrouwen zich ook durven uitspreken. Mijn hele leven vroeg ik me al af wat mijn missie op deze aarde is, en ik denk dat dit het was. Ik weet nu dat mijn tijd op aarde niet voor niets zal zijn geweest.”

Welke boodschap wilt u andere vrouwen die slachtoffer van seksueel geweld zijn meegeven?

„Het is niet makkelijk, maar het is mogelijk om weer op te staan. Ook als je zo beschadigd bent dat dat je denkt dat je leven voorbij is, kun je er doorheen komen.”

Denkt u dat alle slachtoffers dit kunnen?

„We bezitten misschien niet allemaal dezelfde kracht. Het belangrijkste is dat slachtoffers praten. Gisteren kwam er op het station een jonge vrouw naar me toe, die zei dat ze nog nooit heeft durven uitspreken wat ze heeft meegemaakt. Ik heb haar gezegd: spreek u uit. Er zijn psychologen, slachtofferorganisaties, advocaten die kunnen helpen. Spreken is de eerste stap naar herstel.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Mensenrechten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next