In Washington en Moskou zitten twee geestverwante politici in één en hetzelfde schuitje.
Vicepresident JD Vance is het lachertje van de week in de VS. Overal waar hij opduikt, faalt hij. Regeringsleider Viktor Orbán is nog niet gestorven, zoals paus Franciscus vorig jaar Pasen na een bezoek van Vance, maar verloor wel de verkiezingen na een doodskus van Vance. Trump keurde de ‘loser’ Vance geen blik waardig – hij was blasfemisch in de weer zichzelf als Jezus Christus te portretteren – en dat zwijgen is volgens de Financial Times een omineus voorteken voor de politieke toekomst van Vance.
In Rusland heeft Poetins rechterhand Sergej Kirijenko een even groot probleem. Kirijenko runde afgelopen maand een team Russische ‘politieke technologen’, die de Hongaarse oppositieleider Péter Magyar met een campagne uit de Kremlinschool vol angstvisioenen en nepnieuws de pas moesten afsnijden. Kirijenko – de ‘curator binnenland’ die in Rusland alle verkiezingen en het lokale personeelsbeleid naar zijn hand heeft gezet – faalde. Dat reikt verder dan Hongarije. Als zijn aanpak daar niet werkt, is succes in Moldavië, Georgië, Servië of Bosnië ook niet meer verzekerd.
Dichterbij loert eveneens gevaar. Kan Kirijenko de Russische parlementsverkiezingen dit najaar nog frauduleus manipuleren? Of delft hij het onderspit tegen de militaire vleugel rond Poetin, die geen heil meer ziet in schone schijn en Telegram wil afknijpen, in weerwil van Kirijenko die zo’n ayatollah-maatregel afraadt omdat het berichtenkanaal, ondanks de binnenlandse blokkade van afgelopen maand, nog steeds door een kwart der kiesgerechtigde Russen wordt gebruikt?
De fiasco’s Vance en Kirijenko zijn meer dan persoonlijk falen. Ze zijn ook kleine aanwijzingen dat de Natintern – de Nationalistische Internationale, waarin autoritaire populisten aller landen zich hebben verenigd – scheurtjes begint te vertonen. De Europese Unie biedt talrijke burgers kennelijk nog steeds een alternatief. Op sociale media wordt die hoop al weken viraal verbeeld door memes met het Italiaanse duo Andrea Tirone en Roberto Conigliaro, die met peuk en glas hun relaxte disco draaien als commentaar op de gekte rondom.
Premier Giorgia Meloni van Italië, een politieke acrobate die tot voor kort openlijk loyaal aan Orbán was zonder anti-Europees te zijn, lijkt zich als eerste uit de voeten te willen maken, tot afgrijzen van Trump die haar kritiek op hem dinsdag „schokkend en onaanvaardbaar” noemde. Niet alleen Meloni ziet de bui hangen. Onversneden radicaal-rechtse grafdelvers van de EU, zoals Nigel Farage in Engeland, hebben nog meer reden de Hongaarse rentree in Europa met argusogen te volgen.
Afgelopen zestien jaar liep veel financiering via Boedapest. Zo kon Orbans politieke zuster Marine Le Pen er bijna elf miljoen euro lenen voor haar verkiezingscampagne in Frankrijk. Die geheime suikerpot lijkt te verdwijnen. Magyar liet maandag meteen al weten dat hij een einde maakt aan de staatssubsidies voor het Mathias Corvinus Collegium, een belangrijke partijschool van de Natintern. Blijft het daarbij of wordt er straks meer belastend materiaal opgediept uit de archieven in Boedapest?
De rechtsstaat mag in Hongarije, zeventig jaar na de Sovjetinterventie van 1956 en zestien jaar na Orbans knieval voor Moskou, weer aan kracht hebben gewonnen, maar de winst van Magyar is geen vanzelfsprekend keerpunt. Poetin en Trump willen Europa nog steeds kapot spelen, al dan niet in gemeen overleg. Amerika doet dat via de band van de NAVO. De ‘peetvader’ in het Kremlin, zoals Magyar de beschermheer van zijn ambtgenoten Robert Fico (Slowakije) en Aleksandar Vucic (Servië) op een eerste persconferentie openlijk noemde, moet nu ineens andere verse Trojaanse paarden zien op te tuigen maar zal die ongetwijfeld vinden.
Eén Hongaarse lente maakt dus nog geen zomer. Europa kan niet op de lauweren rusten. Het relaxte Italiaanse discoduo biedt wellicht een goed gevoel, maar geen politiek perspectief.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU