Home

Natuurbeheerders beginnen offensief tegen rivierkreeft met ‘diervriendelijke’ methode: de vriezer

Miljoenen Amerikaanse rivierkreeften vernielen ecosystemen in de Nederlandse natuur. Een nieuwe ‘diervriendelijke’ methode is misschien de oplossing tegen de invasieve exoot.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

In de verte steken de kantoorzuilen van de Zuidas scherp af tegen de blauwe voorjaarslucht. Hier, op een vroege morgen aan de rand van Amstelveen, wordt een oase verlicht door de ochtendzon. Er klinken volop eerste grutto’s, tureluurs en kieviten in het zogeheten Bovenland van de Middelpolder, een restant oud veenlandschap van zo’n 30 hectare groot, waar volgens beheerder Noord-Hollands Landschap al honderden jaren niets is veranderd.

Dat laatste is niet helemaal waar. Ja, de weidevogels zitten er nog, dankzij broodnodige beschermingsmaatregelen. Maar het 20 meter brede water langs het gebied is troebel. Waterplanten zijn er nauwelijks meer te vinden, de oevers brokkelen af. Een van de boosdoeners: de Amerikaanse rivierkreeft. De exoot is afgelopen decennia – na vermoedelijk te zijn vrijgelaten door aquariumhouders – opgerukt in de Nederlandse natuur, waar de alleseter hele ecosystemen ruïneert. Zo eet de rode Amerikaanse rivierkreeft bijvoorbeeld krabbenscheer, een plant die in veenweideplassen als deze de enige gastheer is voor de larven van de groene glazenmaker, een zeldzame libel.

Toen Jocelyn de Kwant hier drie jaar geleden werd aangesteld als boswachter Landschap Noord-Holland, schetste haar voorganger haar hoe het gebied er dertig jaar eerder bij lag. De Kwant: ‘Toen was dit een water vol snoeken, waterplanten en ander leven. Dat systeem is volledig ingestort.’

Maaiboten en graskarpers

Dat ligt overigens niet alleen aan de rivierkreeft, want zoals vaak schuilt achter één probleem een complex van vele factoren. ‘Er was ook te diep gebaggerd. De oevers werden ruw afgestoken met maaiboten. In de jaren negentig werd de graskarper uitgezet, om de groei van waterplanten tegen te gaan en de doorstroming te bevorderen. Waterplanten die juist zorgen voor helder water, weten we nu. Zo zie je dat elke beheerder een probleem voor de toekomst creëert.’

Aan haar zijde staat Sara Botschuijver, microbioloog en ‘slootdokter’. Ze is geboren en getogen rond de Middelpolder. ‘Het ergste vind ik dat je hier geen kikkers meer ziet. De kreeften eten al het kikkerdril op.’

Maar het verlies is groter: ‘Vroeger stond het hier vol met oeverplanten als gele lis, moerasrolklaver, lisdodde, egelskop, waterweegbree en lidsteng. Doordat die grotendeels zijn verdwenen, brokkelen de oevers nog sneller af.’ Botschuijvers specialiteit is echter de onderwaterplanten, zoals krabbenscheer, fonteinkruiden en gele plomp. Het droombeeld is dat die allemaal weer kunnen terugkeren zodra het kreeftenprobleem is aangepakt.

En dan zaten er ook nog muskusratten in de Middelpolder, die óók waterplanten wegvraten – vooral de egelskop, een soort die juist oevergrond vasthoudt. De rat, ook al een exoot, is actief bestreden. Duizenden kilo’s karpers zijn weggevangen en elders uitgezet. De oevers worden niet meer afgestoken met maaiboten. Er is 2 kilometer aan natuurvriendelijke oevers aangelegd, op sommige delen zijn karperrasters geplaatst om overgebleven karpers uit de kanten te houden.

Laatste stoorzender

Van alle bedreigingen is de rivierkreeft nu nog de enige stoorzender op weg naar natuurherstel. ‘Die exoten zijn hier door menselijk toedoen gekomen en dus vind ik dat wij mensen ook aan de knoppen moeten draaien wanneer een ecosysteem instort’, zegt De Kwant.

Die ‘knoppen’ bestaan hier uit een pilotproject rond een ‘natuurvriendelijke’ wijze van kreeften vangen. In het water van de Middelpolder liggen, zo’n 100 meter uit elkaar, sinds begin februari twee pontons van ongeveer 2 bij 2 meter, waaraan elk zes buizen van tientallen meters lengte zitten. Aan het einde van die ‘vangarmen’ zitten kreeftenvallen, piramidevormige bouwsels met aan de bovenkant een gat.

De kreeften worden gelokt met kattenvoer uit blik (‘daar zijn ze dol op’, weet Botschuijver uit ervaring), vallen in het gat en belanden in de vangarm. Terug kunnen ze niet, dankzij een aangeboren handicap: rivierkreeften kunnen alleen achteruitzwemmen, met behulp van hun staart. Waar andere dieren vooruit naar het open gat van de vangarm zouden kunnen terugzwemmen, lukt de kreeft dat niet.

En dus eindigt de gevangen kreeft na tientallen meters in het ponton, waar vers water en voedsel aanwezig is. Totdat de beheerders het deksel openen en zo reigers, ooievaars, futen en meeuwen een exotisch menu voorschotelen dat hun steeds meer begint te bevallen.

De ‘Craybar’ heet deze innovatieve vangmethode die adviesbureau Waardenburg Ecology enkele jaren geleden ontwierp. ‘We hebben de Craybar meerdere jaren getest en hierbij is nooit een andere diersoort dan de beoogde rivierkreeft gevangen’, zegt het bureau zelf.

‘Niet slecht zo vroeg in het jaar’

De Kwant en Botschuijver openen het deksel van een van de twee Craybars en direct zien we kreeften wegschieten. Snel trekt De Kwant een schepnet door de bak. Na enkele acties heeft ze zo’n dertig kreeften in alle soorten en maten weten op te vissen. ‘Niet slecht voor een weekje zo vroeg in het jaar’, concluderen ze.

Pas als het langdurig warmer is, worden de kreeften actiever, weten ze. En zal de opbrengst dus groter zijn. Of het genoeg zal zijn, moet later blijken. Het experiment in de Middelpolder moet vooral uitwijzen of de oevers direct in de nabijheid van de twee Craybars sneller aangroeien met beplanting dan verderop. Zo ja, dan is deze natuurvriendelijke wijze misschien de heilige graal. Dat de gevangen kreeften voornamelijk vrouwtjes zijn, is alvast goed nieuws, vindt De Kwant: ‘Die dragen de eitjes, dus zo voorkom je het meeste nageslacht.’

De gevangen dieren eindigen in de vriezer. ‘De meest humane wijze om ze dood te maken’, volgens De Kwant. Later in het seizoen zullen gevangen kreeften vogels voeden. In beginsel zijn de kreeften ook eetbaar voor mensen. ‘Maar de kopjes zitten wel vol pfas’, waarschuwt De Kwant.

Op vele plekken in de natuur worstelen beheerders met de exoot. Die overigens niet één soort is, maar meerdere: op de Unielijst van Invasieve Soorten staan sinds 2022 zes rivierkreeften, waarvan de rode rivierkreeft de schadelijkste is. Mede door opwarming gedijen de exoten goed in Nederlandse natuur. Schattingen over de aantallen lopen uiteen van ‘miljoenen’ tot zelfs miljarden. Dat het er in elk geval veel zijn, staat vast.

Fuiken en predatoren

Er bestaan meer methoden tegen de rivierkreeft. De meest gangbare is vangen met fuiken. Maar dat is duur. Het Hoogheemraadschap van Delfland is de schade zo zat dat het dit voorjaar toch ten strijde gaat met fuiken op 170 locaties in Zuid-Holland, langs in totaal 59 kilometer waterlijn. Kosten: ‘zeker 20 miljoen euro’.

Natuurlijk hebben ze in de Noord-Hollandse Middelpolder ook fuiken overwogen. Maar los van juridische aspecten rond vereiste visvergunningen kleeft er een nadeel aan, zegt De Kwant: ‘Je krijgt er altijd bijvangst mee die je juist niet wilt hebben.’

De Sportvisunie opperde enkele jaren geleden al om roofvissen als aal, baars, snoekbaars, snoek en Europese meerval uit te zetten. Die soorten zijn inheems en predatoren van de rivierkreeft. De club had ook toen al niet de illusie dat het probleem geheel valt op te lossen, maar in combinatie met actief vangen van de kreeften zou weer een natuurlijke balans kunnen ontstaan, was de gedachte. Samen met het Waterschap en de Sportvisunie zijn dit jaar snoeken uitgezet, die ooit veel voorkwamen in de polder. Die eten niet alleen kreeften, maar houden ook de bodemwoelende karpers in toom.

In 2023 opperde de Zoogdiervereniging dat de Europese nerts een geduchte bestrijder van de rivierkreeft zou kunnen zijn. Praktisch puntje: dat dier komt alleen nog voor in geïsoleerde kolonies in Zuidwest-Frankrijk, Noord-Spanje en de Donau- en Dnjestrdelta in Roemenië en Oekraïne.

De jongste inzichten zijn weer anders: niet het vangen van kreeften, maar het herstel van het hele ecosysteem is de oplossing, schreven onderzoekers half maart in een rapport. Schoner water, met minder voedende stoffen als stikstof en fosfor, is de belangrijkste stap. Slecht water maakt het systeem vatbaar voor exoten, stellen de onderzoekers. Stevige moerasbeplanting met riet en lisdodde beperkt volgens de onderzoekers de graafmogelijkheden van rivierkreeften. Tot slot zouden baars, snoek, zeelt, blankvoorn en verschillende soorten waterwantsen en waterkevers de kleine kreeftjes kunnen opeten, denken zij. Al zet dat laatste geen grote zoden aan de dijk, erkennen ze.

Dat klinkt niet alsof twee Craybars de oplossing zijn in de Middelpolder. Dat realiseert boswachter De Kwant zich ook. ‘De Craybars zijn een klein onderdeel van een veel groter plan van aanpak, samen met het Waterschap. Daarbij is het met ecosysteemherstel ook een beetje een kip-en-eiverhaal: water- en oeverplanten die het systeem zouden kunnen herstellen, worden juist gegeten. Dus dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Met deze twee pontons kunnen we hooguit 150 meter afdekken. Daarom is het ook een pilot. We gaan zien hoe het uitpakt.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next