Nearfield Instruments uit Rotterdam is een van
de grootste beloften van de Nederlandse chipsector. Het past helemaal in de grote ambities die Europa op het gebied van chips heeft. Toch waarschuwt de CEO Nederland: ‘In Nederland gaat alles langzaam.’
is economieredacteur van de Volkskrant en schrijft over technologie. Hij volgt de Nederlandse chipsector.
In een voormalige loods van een verhuisbedrijf, weggestopt in een hoek van Bedrijventerrein Rotterdam Noord-West, bevindt zich een ruimte die zo uit een futuristisch ruimteschip lijkt te zijn getild. Blinkend witte apparaten schreeuwen aan alle kanten hightech, al is voor het ongeoefende oog volstrekt ondoorgrondelijk waar ze voor dienen. Ertussenin zitten twee mannen in lichtblauwe pakken onderuitgezakt op zwarte bureaustoelen, hun gezichten grotendeels bedekt door mondkapjes. Ze zijn in de weer met een meterslange bundel kabels, de ingewanden van een van de machines.
In deze brandschone kamer, gebouwd op de plek waar een jaar of tien geleden nog stoffige inboedels stonden opgeslagen, bouwt Nearfield Instruments apparatuur voor de chipindustrie. Wereldwijd gebruiken chipfabrikanten deze machines om chips in aanbouw op productiefouten te controleren. De ietwat logge, blokvormige apparaten kunnen daarvoor chips ‘bekijken’ tot op het niveau van individuele atomen.
Nearfield geldt als een van de grootste beloften van de Nederlandse chipsector. Een sector waarin Nederland met chipmachinebouwers als ASML, ASM en Besi al een stevige positie heeft, en een speerpunt van De Nationale Technologiestrategie. Ook in de economische adviesrapporten van Peter Wennink en Mario Draghi, beide expliciet in het coalitieakkoord genoemd als inspiratiebron, speelt het stimuleren van de chipindustrie een hoofdrol.
Niet alleen brengt dit geld in het laatje, Brussel en Den Haag achten het van strategisch belang. De Europese economie is sterk afhankelijk van chips, die veelal elders worden geproduceerd, en dat maakt kwetsbaar. Om te zorgen dat de rest van de wereld ook Europa nodig heeft, moet het chiptechnologie in huis hebben die elders ontbreekt, is de gedachte. ‘Onmisbaarheid’ is dan ook een van de belangrijkste doelen van de Europese Chips Act.
Kortom: willen de ‘ASML’s van de toekomst’ opstaan. Als er al een jong Nederlands bedrijf kans heeft om een dergelijke status te benaderen, is het Nearfield.
Het zaadje voor het Rotterdamse bedrijf werd geplant bij het onderzoeksinstituut TNO. Onder anderen door Hamed Sadeghian, de CEO van Nearfield, die de Volkskrant ontvangt in zijn kantoor, één verdieping boven de stofvrije assemblageruimte.
Als twintiger bestierde hij in zijn geboorteland Iran een bedrijf dat machinerie maakte voor onder meer de olie- en staalindustrie. ‘Hefplatforms, transportbanden, mengmachines, dat soort dingen.’ Heel wat grover werk dan waar hij nu mee bezig is – de littekens die hij opliep tijdens het installatiewerk staan op zijn handen.
Twintig jaar geleden verkocht hij het bedrijf en verhuisde hij naar Nederland, omdat hij het regime verstikkend vond en hier meer kansen zag. Hij begon bij TU Delft een promotieonderzoek naar technieken om nieuwe chips te inspecteren, ‘metrologie’ in vaktaal, en zette zijn onderzoek na zijn promotie voort bij TNO.
Hij werkte onder meer aan apparatuur met extreem dunne naaldjes die het krachtenveld kunnen voelen dat rond iedere atoom hangt. Op basis van deze metingen is te zien of de microscopisch kleine onderdeeltjes van een chip wel op hun plek zitten. En dat allemaal razendsnel, want op weinig plekken is tijd zo duur als in chipfabrieken.
Zelf maakt Sadeghian graag de vergelijking met de naald van een platenspeler die de ribbels van een elpee aftast. Behalve dan dat de naaldjes van Nearfield het oppervlak nét niet aanraken en dus niet krassen. Kom daar maar eens om, als vinylliefhebber. Om deze techniek naar de markt te brengen, richtte hij in 2016 Nearfield op, samen met toenmalige mede-TNO’er Roland van Vliet, die in de raad van bestuur zit.
De baas van Nearfield is een techneut pur sang. Een van zijn hobby’s is sleutelen aan high-end audioapparatuur. ‘Ik houd van geluid’, antwoordt hij op de vraag of hij een muziekliefhebber is. ‘Uiteindelijk gaat het om golven. Misschien houd ik daar wel van, of het nou om mechanische golven gaat, om quantumgolven of om elektromagnetische golven.’
Op persoonlijk vlak is het een moeilijke tijd. Ten tijde van het interview vallen er volop Israëlische en Amerikaanse bommen op Iran, waar onder anderen zijn ouders en twee zussen wonen. ‘Het hele internet ligt eruit. Dat ik niets van ze kan horen, is heel stressvol.’ Zolang er hoop is, kunnen mensen veel ontberingen aan, zegt hij. ‘Maar zonder licht aan het einde van de tunnel wordt het heel zwaar. En dat is nu de situatie daar.’
Zijn werk biedt enige afleiding. Nearfield verkeert in een schier permanente alle-hens-aan-dekstaat. Het moet zorgen dat beloofde chipmachines op tijd af zijn, de apparaten installeren en ondersteuning bieden in chipfabrieken wereldwijd, en intussen in Nederland de productiecapaciteit opschroeven.
Wat Nearfield onderscheidt van menig ander beginnend chipbedrijf, is dat het de fase van ‘veelbelovend idee’ is ontstegen, aldus sectoranalist Marc Hesselink. Hij werkt voor ING, dat in Nearfield heeft geïnvesteerd, maar is zelf niet bij die investering betrokken.
Nearfield levert al volop aan grote chipfabrikanten, zegt hij. Naast het Zuid-Koreaanse Samsung mag het bedrijf geen namen delen. Uit het feit dat Nearfield verder grote fabrikanten in de Verenigde Staten, Japan en Taiwan bedient, valt wel het een en ander af te leiden. Zo kan het haast niet anders dan dat het Taiwanese TSMC, met afstand de grootste producent van geavanceerde chips ter wereld, tot de klanten behoort.
‘De weg die chipfabrieken zijn ingeslagen, werkt enorm in Nearfields voordeel’, aldus Hesselink. Geavanceerde chips worden steeds ingewikkeldere bouwwerkjes, met driedimensionale structuren en miljarden minuscule onderdelen. ‘Hoe complexer het chipontwerp wordt, hoe meer bestaande metrologietechnieken tekortschieten en hoe meer die van Nearfield van pas komt.’
Even onmisbaar als ASML zal Nearfield overigens niet snel worden, zegt hij. Zonder de technologie die alleen ASML kan bouwen, komt de productie van geavanceerde chips wereldwijd piepend tot stilstand; zo’n stevige monopoliepositie is bijna geen enkel bedrijf gegeven. ‘Maar het is goed als Europa meer ijzers in het vuur heeft.’
Veelzeggend is dat Nearfield in 2023 als enige Nederlandse mkb-bedrijf miljoenen euro’s subsidie kreeg, omdat zijn metrologietechnologie was aangeduid als Important Project of Common European Interest (belangrijk project van algemeen Europees belang). De andere bedrijven die deze subsidie kregen, waren vele malen groter: ASML en NXP.
Succes is allesbehalve gegarandeerd, waarschuwt Hesselink. Er ligt concurrentie op de loer in de vorm van KLA, een groot Amerikaans chipmachinebedrijf dat zich net als Nearfield met metrologie bezighoudt. De Rotterdamse nieuweling mag beslist geen steken laten vallen en moet zorgen dat het in zijn niche technologisch voorop blijft lopen.
Sadeghian is zich ervan bewust. ‘Of ik het nou leuk vind of niet, er wordt al van ons verwacht dat we ons gedragen als de grote spelers, zoals ASML en KLA.’ Het maakt hem een veeleisende werkgever. In Rotterdam draait het bedrijf dag en nacht door. Ingenieurs krijgen een grote mate van vrijheid, ‘maar daar hoort grote verantwoordelijkheid bij’. De strenge sollicitatieprocedure kan zo twee tot drie maanden in beslag nemen. Sommige werknemers vertrekken weer met klachten over de werk-privébalans, ‘al gaat dat om kleine aantallen’.
De CEO stapt de deur van het hoofdkantoor uit, pakt zijn zwarte, elektrische Mercedes en rijdt een paar straten verder. Hier staat de derde vestiging van Nearfield op het bedrijventerrein. Er kan aan 21 machines tegelijkertijd worden gewerkt, een grote capaciteitsuitbreiding. In de eerste fabriek ging het om acht stuks. De assemblage duurt enkele weken per machine.
Het bedrijf groeit rap. Inmiddels telt het dik vierhonderd medewerkers, eind dit jaar moeten dat er meer dan zeshonderd zijn. Ergens in de komende maanden verwacht Sadeghian een nieuwe investeringsronde bekend te maken. Daarna zou de waardering van het bedrijf weleens rond de 1 miljard euro kunnen uitkomen, claimt hij. Zijn doel is het bedrijf over een jaar of twee naar de beurs te brengen, waarna het op eigen benen moet kunnen staan.
Hij parkeert zijn auto vlak voor de deur van het nieuwe gebouw. Er is nauwelijks parkeerplek, zegt hij met een cynisch lachje, ‘met dank aan de gemeente. Dat was toch wel het minste dat je kunt regelen voor een bedrijf als dit.’ Sowieso had de gemeente Rotterdam van hem toeschietelijker mogen zijn met de bouwvergunningen. ‘In Azië gaat dat veel, véél sneller.’
Bij binnenkomst blokkeert een monteur op een trap het gat van de deur, in de weer met de stroomkabels. In de goed afgesloten stofvrije ruimten in dit gebouw zijn medewerkers in lichaamomsluitende pakken al bezig met het assembleren en testen van apparaten. Veel omringende ruimten, waaronder nieuwe kantoorvertrekken, zijn nog steeds bouwputten. De assemblage opvoeren krijgt prioriteit boven alles.
Ook van de landelijke overheid verlangt Sadeghian meer steun. Het is niet zozeer dat er minder regels moeten komen, vindt hij. Maar de overheid zou volgens hem best meer kunnen helpen en de paden door het regelwoud aanwijzen. Bedrijven als ASML hebben grote juridische afdelingen die zich over alle exportrestricties, veiligheidseisen en vergunningstrajecten kunnen buigen, en hij nog niet.
‘Als ik te maken heb met andere regeringen, merk ik dat ze begrijpen wat voor product wij maken, en dat ze uit zichzelf aanbieden te helpen’, zegt hij. ‘Hier gaat alles langzaam. Er is veel bereidwilligheid, maar tot nu toe gaat het vooral om woorden, niet om actie. Dat is jammer voor het land.’
‘Zijn roep is bekend bij ons’, reageert een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. ‘Sterker nog, we spreken hem vaak rechtstreeks.’
Nearfield zit aan tafel bij het Semicon Board NL, waar chipbedrijven met kabinetsleden delen waar ze tegenaan lopen. Weinig sectoren kunnen op zo veel aandacht uit Den Haag rekenen als de chipindustrie, zegt de woordvoerder.
Het kabinet-Jetten werkt bovendien aan beleid om start-ups en scale-ups te ondersteunen, en hecht veel belang aan het vestigingsklimaat voor hightechbedrijven, bijvoorbeeld door Nederland aantrekkelijk te maken voor expats. De woordvoerder wijst erop dat Nederland rechtstreeks in Nearfield heeft geïnvesteerd, waaronder 10 miljoen euro via overheidsfonds Invest-NL. ‘Dat we dit bedrijf koesteren, mag helder zijn.’
Sadeghian wil ook niet klagen, zegt hij. ‘Nergens is het honderd procent perfect.’ Nearfield is een wereldwijde speler, met vestigingen wereldwijd. ‘Maar ik overweeg niet om hier te vertrekken.’
Nederland heeft ook zo zijn voordelen, zegt hij. Neem de ‘competitieve cultuur’, waardoor ingenieurs volgens hem niet blijven doorlopen op een doodlopende weg omdat de baas het nou eenmaal heeft opgedragen. ‘Hier maakt het ze niet uit wie ze tegenover zich hebben, als er iets niet klopt, zeggen ze het je recht in het gezicht. Dat biedt een enorm voordeel.’
Terug in het hoofdkantoor staat een grote houten kist naast de stofvrije ruimte. ‘Delicate equipment, handle with care’, staat erop. Een van Nearfields apparaten is klaar voor transport, en wordt als bouwpakket naar een klant verstuurd. De onderdelen worden op schokdempers geplaatst, verpakt in kisten, en gaan dan met twee vrachtwagens richting het vliegtuig, op naar een land ver overzee. Heeft het hier toch nog iets weg van een verhuisbedrijf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant