Home

Drie nachten lang toonde Prince bij North Sea Jazz wat hij allemaal in huis heeft

10 jaar na de dood van Prince 21 april is het tien jaar geleden dat de veelzijdige Amerikaanse popartiest Prince plots overleed. Vijf jaar voor zijn dood, in 2011, hoopte hij op een eigen festival in Nederland – wat hij kreeg was carte blanche voor drie unieke nachtconcerten op het North Sea Jazz Festival in Rotterdam. Hoe wist het festival de superster te strikken?

Prince bij zijn nachtoptreden tijdens North Sea Jazz, 2011.

Het is zo’n moment dat je half wegkijkt en tóch blijft kijken: even genant als briljant. Prince die tijdens zijn concert zonder omhaal een punt zet achter de vocale bijdrage van zanger Seal. Er was al de hoop dat de Amerikaanse popartiest gastartiesten zou uitnodigen bij zijn exclusieve nachtshows op het North Sea Jazz Festival – muziekverwante namen als Janelle Monáe, Chaka Khan, Bootsy Collins, Raphael Saadiq en Mavis Staples zijn hier binnen bereik. Maar de manier waarop zanger Seal nu vals de geliefde song ‘Mountains’ van Prince staat mee te kraaien – niet alleen zeilt hij glorieus door een andere toonsoort (zie video vanaf 25 min), ook de tekst zinkt weg in een moeras – is precies níét de bedoeling.

Eerst laat meester-muzikant Prince het nog even gebeuren. Met het soort beheerste elegantie van een gastheer lacht hij de hulpeloze blikken van zijn band weg. Tot het genoeg is. Dan is er die scherpe, besliste beweging: de microfoon wordt overgenomen.

„Thank you, brother”, zegt hij, en vriendelijk maar gedecideerd wuift hij Seal het podium af, alsof hij een bladzijde omslaat. Zonder aarzeling richt hij zich weer tot zijn band: strak, precies, onverbiddelijk – die ‘Mountains’ doen we opnieuw. „First verse. Let’s go.”

En hop, meteen pakt hij door. Een funky ‘Come Together’ van The Beatles. En daar is zijn eigen ‘Alphabet St.’, van rustig in zes maten naar een turbofunkvariant. Op een gegeven moment vraagt Prince nadrukkelijk om meer engagement van het publiek: „Put your cameras down, participate.” Hij wil dat de zaal klapt, aanwezig is in het moment.

Prince-poster North Sea Jazz, 2011.

Het North Sea Jazz Festival, het grote jazz-, pop- en soulfestival in Rotterdam Ahoy met meer dan 150 optredens verdeeld over zo’n 17 podia, had vijftien jaar geleden, in 2011, een wereldpremière: Prince gaf er drie nachtconcerten, na afloop van iedere festivaldag. De belofte: elke nacht iets anders. Het zinderde al weken rond zijn komst.

In drie concertnachten kan Prince alles tonen wat hij in huis heeft. Als devote funkdiscipel. Als overdonderende rockster. En vrije jams met een jazz-attitude. Prince deed het al eens op het Montreux Jazz Festival, vaak in zijn aftershows in kleine clubs en ook in 2010 in de Gelredome in Arnhem, toen hij zijn eigen voorprogramma bleek. Een half uur durende gierende jazzjam – een uitgeklede versie van de song ‘Stratus’ van jazzdrummer Billy Cobham, met Prince op drums, bas en gitaar.

En dit is nacht twee. „North Sea, are you ready for me?” Een deel van het publiek komt rechtstreeks uit de festivaldrukte. Diehard Prince-fans liggen al sinds de middag voor de deur, met kaartjes voor drie nachten. Anderen komen die nacht fris van thuis Ahoy Rotterdam binnenstappen.

Prince verschijnt om kwart voor twee ’s nachts in een koraalrood pak, met in zijn hand een paars lathyrusbloemetje – achteloos gegrepen uit het vaasje van zijn kleedkamer. Hij begint ‘Joy in Repetition’, een ballade die zich langzaam uitstrekt, alsof hij de tijd zelf oprekt. Die gaat over in een zwoele eindeloze jam. Zijn gitaar zoekt, zingt, schraapt. Terug bij zijn microfoon zucht hij, smacht en verlokt, om zichzelf vervolgens te omhelzen: ‘Why don’t you love me babe?’ Een klaagzang die ombuigt in een zwoele verlokking, met een vingertje dat wenkt.

Sly and the Family Stone en The Jacksons worden geëerd. Hij pakt zelf de bas, trekt de band in een diepe groove. Twintig minuten lang duwt hij de muziek juist richting rauwe rock, voordat hij het weer openbreekt. En ergens daar, tussen controle en overgave, hangt ook het bloedmooie ‘The Beautiful Ones’ nog in de lucht.

„Tot morgennacht”, besluit hij na ruim twee uur. „Peace and love.”

Prince tijdens zijn optreden bij North Sea Jazz, 2011.

Dat Prince eigenlijk een jazzmuzikant was, voelde al jaren vanzelfsprekend. Niet in genre, maar in benadering. Hij was ook de zoon van een jazzzangeres en jazzpianist. Intuïtief, in het moment, altijd in dialoog met zijn band. Zoals jazzvisionair Miles Davis vooruitdacht, zo bouwde Prince zijn eigen muzikale werkelijkheid: geen effectbejag, geen hitparadereflex. Integendeel: de eigenwijsheid om dat juist níét te doen. Met een hart voor improvisatie, de niet aflaatbare lust te creëren.

Dat zijn band New Power Generation daarin een sleutelrol speelt – in een diepe, bijna ongeëvenaarde groove wordt elk signaal van de meester opgepikt – was evident. In Rotterdam speelde Prince met muzikanten als bassist Ida Nielsen en drummer John Blackwell, alles was gegrond in diepe, organische funk. En met zangeres Liv Warfield in de bezetting plus de New Power Generation Horns (o.a. saxofonist Maceo Parker), stond er een collectief dat volledig in dienst stond van het moment.

Al was het de nacht ervoor, tijdens de eerste nachtshow, nog niet helemaal een fantastische beleving. Als Prince eindelijk tegen twee uur ’s nachts, ruim 40 minuten na de aanvangstijd, begint, is de sfeer moody en donker. ‘Foxy Lady’ van Jimi Hendrix. De tsunami aan decibellen die Prince-fans vervolgens plots om de oren krijgen is ondraaglijk. Hard, schel, het is fysiek haast onaangenaam. Veel bezoekers vertrekken.En voor wie op hits rekent… Die eerste avond is één lange funkjam, schrijft deze krant achteraf. Prince brengt veel onbekend werk, vrijblijvende covers. „Een tegenvaller, wellicht het slechtste concert dat ik ooit zag van Prince”, schrijft Prince-fan van het eerste uur, Erwin Barendregt op zijn muziekblog.

Maar ook Prince is ontevreden.

Geen Prince Festival

Dat Prince drie nachten de vrije hand kreeg en niemand wist hoe dat zou uitpakken is met terugwerkende kracht nog uitzonderlijker dan het toen al was. Hoe haalde North Sea Jazz deze superster eigenlijk binnen? Wat waren zijn eisen en grillen, hoe gaven ze zijn eigen paarse domein in Ahoy vorm?

Dat begint al een jaar eerder, in 2010. Met onder meer optredens op het Deense Roskilde Festival en op het Belgische Werchter Boutique keert Prince in juli 2010 na jaren relatieve stilte nadrukkelijk terug op het Europese podium. Dat merkt North Sea Jazz, het grote driedaags muziekevenement voor jazz, soul, pop en funk dat jaarlijks in juli wordt gehouden. Werchter in België trekt veel festivalbezoekers weg.

Prince wil echter beslist ook iets in Nederland doen. Maar dan wel iets bijzonders. Niet vreemd: Nederland is altijd een van zijn grootste Europese afzetmarkten geweest. In november dat jaar volgt een eerste teken: hij doet een last minute show in het Gelredome, die pas twee weken van tevoren wordt aangekondigd en direct uitverkoopt.„Daarna blijft het maar zoemen”, merkt North Sea Jazz-boeker Kim Bloem, ze is nu een van directeuren van Mojo Concerts. Er heerst Prince-koorts. Hij wil spelen.

Prince doet zijn Europese zaken via zijn Deense agent Kim Worsøe. Die neemt in januari 2011 contact op met een concrete vraag: Prince wil een eigen festival in Nederland. Of ze die zomer het New Power Generation-festival, volledig gecureerd door Prince zelf, kunnen hosten? Optredens van artiesten als Janelle Monáe zouden plaatsvinden op zijn eigen podium, in de vorm van zijn iconische ‘Love symbol’, dat tussen 1993 en 2000 de naam van Prince verving. Hij gaf er 21 shows in de O2 in Londen (2007) op.

Het idee is zeer aantrekkelijk. Maar het schuurt meteen. „We hebben niet zomaar een locatie om dit neer te zetten”, zegt Kim Bloem. Gelijktijdig met North Sea Jazz een eigen Prince-festival met gelijkgestemde artiesten? „Tof idee, maar not in my backyard”, vat toenmalig directeur Jan Willem Luyken het samen.

Er volgt een tegenbod: één avond op North Sea Jazz, als headliner. Prince weigert. Het is „niet speciaal genoeg”. Dan, op 10 april, komt er een mail. Kort, bijna achteloos: ‘Prince would like to play North Sea Jazz Festival… but all nights and closing each night.’

„Holy fuck, wat een aanbod”, herinnert Bloem zich.

De timing is absurd: de programmering ligt al vast, het budget is op, de kaartverkoop loopt. Toch voelt North Sea Jazz: „Hier moet je vol op inzetten. All in”, zegt Luyken.

Waarom? Luyken: „Omdat het verzoek iets verraadt. Prince wéét wat North Sea Jazz maximaal kan betalen. Dus als hij dit vraagt, drie nachten, afsluiten, dan moet er een andere drijfveer zijn dan geld.”„Muziekinhoudelijk”, knikt Bloem. „Dan is het niet per se om er grof aan te verdienen, maar omdat hij hier wíl staan.”

Het is een ingewikkelde puzzel, maar de oplossing komt eigenlijk vanzelf. Het idee komt voort uit de reputatie van de nachtshows van Prince. De onaangekondigde optredens, afterparty’s in Nederlandse clubs als Nighttown, Het Paard. De shows die beginnen als de rest stopt. „Daar zijn we door geïnspireerd geraakt”, zegt Bloem. „En de ooit roemruchte nachtelijke jazzconcerten in het Concertgebouw”, vult Luyken aan.

Er wordt ingezet op nachtconcerten. Vier dagen later ligt er een aanbod, inclusief de harde randvoorwaarde: een curfew van 4 uur ’s nachts. De spanning loopt op. Er wordt dagelijks gemaild. „Ik had gehoord dat hij in a confirmation mood was”, zegt Bloem. „Dus ik bleef mail checken.” Ze draagt die dagen paarse sokken.

De euforie is compleet als op 2 mei de bevestiging komt. Drie shows, twee beginnend om kwart over één en een derde om kwart voor twaalf. Geen dik contract, geen lange onderhandelingen. De losse kaarten à 89 euro vliegen weg – het ticketsysteem loopt er zelfs een dag op vast.

Ticket voor het optreden van Prince, 8 juli 2011.

Geen gigantische decors, geen theatrale ingrepen

De productionele eisen van Prince voor de shows zijn relatief bescheiden. Technisch producent Hayo den Boeft herinnert zich vooral hoe normaal het eigenlijk was. „Het was allemaal redelijk low key. Een uitgebreide band met een standaard festival-setup.” Geen gigantische decors, geen theatrale ingrepen, behalve een grotere zaalopzet van het Sportpaleis van Ahoy, omdat ook publiek van buiten het festival naar binnen moet kunnen.

De akoestiek blijkt een ander verhaal. Door een recente verbouwing zorgt een glazen wand achterin voor vervelende reflecties. Vooral tijdens de eerste avond klinkt dat ge-na-de-loos door. Prince ergert zich duidelijk gedurende de show. Hij laat zijn shows nauwgezet registeren en luistert alles direct na afloop na. De volgende dag moeten extra ‘sound baffles’ – geluiddempende doeken – het geluid in toom houden. Bij de tweede show verontschuldigt de artiest zich voor het geluid van de avond ervoor.

In de kleedkamerruimtes van Ahoy heeft Prince een halve week lang zijn eigen domein. Een andere wereld, die haaks staat op het festivalgedruis. „Een streng afgebakend, eigen koninkrijkje binnen Ahoy”, weet Charlotte Louwers, verantwoordelijk voor de backstagecatering en de inrichting van de hele Prince-area, nog.

Prince komt met het relatief kleine gevolg van 26 mensen. Ter vergelijking: een artiest als Beyoncé toerde langs de podia met 500 mensen. Prince, die na de Rotterdamse nachten in het Amsterdamse Okura Hotel sliep, stelde niet meer eisen dan andere artiesten, maar was wel preciezer. Vooraf krijgt Charlotte Louwers „fotootjes van wat hij een fijne sfeer vindt”. Dat vertaalt zich in een huiselijke setting: draperieën, zachte meubels, veel bloemen – lelies, orchideeën, rozen – in lichte tinten. Wit, lichtroze. Rust als uitgangspunt.

Omdat Prince drie dagen blijft, wordt het ook echt een verblijf: met een woonkamer, een make-upruimte en een kleedkamer vol kleding. De gewenste champagne en limoncello staat klaar. TL-licht wordt gefilterd, schemerlampen toegevoegd, fruit en servies met aandacht neergezet. Zwarte elementen van de gewenste beeldschermen werkt ze zorgvuldig weg. „Gewoon knus, als een tijdelijk thuis. Het is de enige plek waar een artiest even kan inzakken, kan balen, kan verdwijnen uit zijn rol.”

Dat hij haar lathyrusbloemetjes in vaasjes meeneemt naar het podium „is het grootste compliment dat je kan krijgen”, zegt Louwers.

North Sea Jazz-posters van onder anderen Prince bij de merchandisestand op North Sea Jazz.

Fans van Prince zitten voor de deur in Ahoy te wachten voor de laatste van zijn drie optredens op North Sea Jazz.

Salade

Ook tijdens de derde show blijft zijn muzikale koers onveranderd eigenzinnig: lange jams, scats, onverwachte wendingen. Al komen er tegen het einde ook flink wat hits voorbij, als ‘Controversy’, ‘Let’s Go Crazy’, ‘1999’ ‘Take Me With U’, ‘Raspberry Beret’ en ‘Cream’. Het publiek is net als de eerdere avonden zichtbaar verdeeld: liefhebbers die volledig opgaan in het moment, en anderen die, midden in de nacht, moeite hebben om aangehaakt te blijven.

Na de kolkende dansrevue van ‘Cool’ („North Sea Jazz are you hot”) met een vleug van Michael Jacksons ‘Don’t Stop Till You Get Enough’ blijft het donker. De crew wacht. Misschien komt er nog een toegift. Een half uur verstrijkt. Dan kraakt de portofoon-verbinding. Een stem meldt droogjes: „He’s eating a salad.” Het zaallicht gaat aan.

De komst van Prince werd voor het North Sea Jazz Festival, dat dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert, een kantelpunt. Na een paar wisselvallige jaren in Rotterdam voelde het als het begin van een nieuwe fase. „2010 was in vele opzichten een moeilijke festivaleditie”, zegt oud-directeur Jan Willem Luyken. „Naast de concurrentie van Prince in België, viel de WK-finale tijdens headliner Stevie Wonder en er was extreme hitte en noodweer. De komst van Prince het jaar erna voelde echt als een omslagpunt en bleek de vooravond van een bloeiperiode.”

Die impact was direct voelbaar en reikte ver „Het plaatste North Sea Jazz op een geweldige manier in de spotlights, bij internationale media en een mondiaal publiek”, aldus Luyken. „En daarmee kreeg de reputatie van het festival een enorme boost, ook richting andere artiesten.”

Een jaar later meldt Lenny Kravitz zich.

Inmiddels, en helemaal na Prince’ overlijden in 2016, hebben de shows een haast mythische status gekregen. „Iedereen was er zogenaamd bij.”

Prince 10 jaar dood

21 april is het tien jaar geleden dat de Amerikaanse popartiest Prince op 57-jarige leeftijd overleed. Was de dood van de eerder dat jaar 2016 overleden popster David Bowie zorgvuldig geënsceneerd, de dood van Prince was abrupt. Een overdosis van de sterk verslavende pijnstiller Fentanyl werd hem ‘onopzettelijk’ fataal, aldus het onderzoeksrapport naar zijn dood. De artiest leed aan chronische pijn aan zijn heupen (vast door de vele spagaten, zijn hoge haklaarsjes) en hij weigerde het rustiger aan te doen. Hij werd gevonden in de lift van zijn studio. Een week voor zijn overlijden maakte zijn vliegtuig na een concert al eens een noodlanding voor reanimatie.

Zijn nalatenschap is groot: Prince was en blijft een van de meest complete artiesten. Een artiest die niet alleen genres als funk, rock en pop samenbracht, maar ze volledig naar zijn hand zette. De invloed van Prince op latere generaties artiesten is diepgaand en breed vertakt: hij leverde niet alleen een sound, maar ook een werkmethode en artistieke houding.

Maar zijn invloed reikt verder dan noten en ritmes. Hij belichaamde ook vrijheid: in zijn fluïde omgang met gender en esthetiek, zijn compromisloze artistieke controle, en zijn strijd tegen de verstikkende greep van de muziekindustrie. En dan is er nog de even praktische als tot verbeelding sprekende kant van zijn nalatenschap: The Vault – de kluizen in zijn studiocomplex Paisley Park in Chanhassen (Minneapolis, VS) vol niet eerder gehoorde, onuitgebrachte muziek.

De laatste echte Vault-release van Prince is Welcome 2 America uit 2021, een album samengesteld uit opnames die hij zelf nooit uitbracht. Sindsdien beperken de erven zich vooral tot heruitgaven en losse nummers.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Populaire muziek

Lees meer

Lees meer

Populaire muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next