Het eerste volwaardige blindenvoetbalveld van Nederland biedt blinde en slechtziende voetballers een veilige en uitdagende manier om te spelen, grotendeels op gehoor. Het veld opent de deur naar een professionelere toekomst voor het Nederlandse blindenvoetbal.
‘Hier, hier, hier!’, klinkt een stem op een Rotterdams voetbalveld. Een tiental spelers, in het paars-wit gestoken, volwassenen en kinderen gemengd, dribbelt op het geluid af. Dan komt het roepen plots uit een andere richting. Een tweede coach, opgesteld achter de groep, heeft het overgenomen. ‘Hier, hier, hier!’ En alsof de wind draait, verandert de paars-witte zwerm van richting, de kant van coach twee op.
Zo draaien de blindenvoetballers van SV Ommoord, allen blind of zeer slechtziend, hun oren warm. Ommoord is een van de vier voetbalverenigingen in Nederland met een blindenvoetbalteam. Eind 2024 begon de club daarmee en sindsdien groeit het team hard.
Sinds een paar weken is Ommoord bovendien de eerste club in Nederland die een volwaardig blindenvoetbalveld kan optuigen. Dat zit hem vooral in de boarding: veertig verplaatsbare witte schotten waarmee het veld wordt afgezet.
Coach Ramon Zoutenbier heeft de schotten zojuist eigenhandig opgezet. Die taak valt hem vaker ten deel, aangezien hij zelf niet blind of slechtziend is. ‘Maar als ik een berichtje in onze groepsapp stuur, komen er zo drie ouders van spelers een uur eerder, hoor.’
Blindenvoetbal wordt gespeeld op een veld van 40 bij 20 meter. Dat wordt hier dus met de boarding op een reguliere kunstgrasmat afgezet. De schotten zorgen er ook voor dat de bal zelden uitgaat: handig voor blinde spelers die deze niet op het zicht kunnen terugvinden. En wanneer de bal de boarding raakt, horen de voetballers waar die is.
Zo gaat er in dit spel wel meer op geluid. De belangrijkste regel is dat spelers ook zelf geluid maken. Wanneer ze op de bal afgaan, roepen ze ‘voy’, Spaans voor ‘ik ga’. Dit moet harde botsingen met anderen voorkomen. De bal maakt een rinkelend geluid en in wedstrijden geeft een ‘gids’, een coach die wel kan zien, aanwijzingen. Om te voorkomen dat slechtziende voetballers een voordeel hebben ten opzichte van blinde spelers, dragen ze allemaal een groot, verduisterend oogmasker dat ze ‘skibril’ noemen.
De spelers van Ommoord moeten de boarding nog leren kennen; in korte treintjes dribbelen ze er voorzichtig langs. Als een speler het einde heeft bereikt, gidst de achterste speler hem met zijn stem terug de rij in.
Maar straks moet dit volwaardige veld het team in staat stellen echte wedstrijden te spelen – tegen de drie andere Nederlandse teams, of misschien wel tegen teams uit Duitsland, waar het blindenvoetbal al veel verder is ontwikkeld.
Die dag kan voor de 11-jarige Abdulkarim (Karim voor teamgenoten) niet snel genoeg komen. Wanneer in de pauze andere spelers water gaan halen, trekt Karim met zijn vader naar het naastgelegen veld. Hij zet zijn skibril af, gaat in het strafschopgebied staan en schiet. ‘Hij wil gewoon wedstrijdjes doen, actiever zijn’, zegt vader Jalal.
Karim traint hier nog niet lang. Het allerliefst had hij gevoetbald bij zijn vader, die een ‘normaal’ team coacht in Bodegraven. Ze hebben het geprobeerd, zegt Jalal, maar het ging niet. ‘Zijn zicht wordt slechter.’ ‘10 procent nog’, zegt Karim.
‘Toen ik voor het eerst van blindenvoetbal hoorde, dacht ik: dat past niet bij mij, want ik ben niet blind’, zegt Karim. ‘Maar nu doe ik het, en eigenlijk is het voor iedereen met een visuele beperking. Want met de skibril is iedereen hetzelfde.’
Normaal wil Karim in het weekend vooral uitslapen. ‘Tot twaalf uur, gisteren’, zegt Jalal. Maar vanochtend stond hij uit eigen beweging klaar. ‘Ik kan eigenlijk nooit wachten’, legt Karim uit. ‘Eigenlijk zou ik willen dat het elke dag was.’
Ze zijn wéér beter geworden, concludeert Khashayar Taebi na de training in de kantine. De eerste vijftien jaar van zijn leven voetbalde Taebi fanatiek. Rond die leeftijd begon hij zijn zicht te verliezen. Eerst kon hij het spel nog enigszins volgen op tv, later werd het voetbal luisteren op de radio.
Zonder Taebi waren het blindenvoetbal en de boarding bij Ommoord er niet geweest. Hij benaderde de vereniging en doorliep het proces voor subsidies bij de gemeente. Dat laatste was nodig. ‘Het is een dure sport. De boarding kost tienduizenden euro’s, die ballen zijn heel duur, zo’n bril kost 70 euro.’
Nu hoort hij de spelers groeien: ze behouden de bal beter, roepen meer ‘voy’. Enkelen hebben zeker de potentie en wil om ooit voor een Nederlands blindenelftal uit te komen, denkt hij. Zo’n elftal is er overigens nog niet, in tegenstelling tot in bijvoorbeeld Duitsland, België en Engeland, maar ook daar wil Taebi gas achter.
‘We hebben meer spelers nodig, meer teams. Met vier teams in het hele land moeten spelers heel ver reizen, en dat is nu juist het probleem voor veel blinde volwassenen. Sommige van onze spelers stopten omdat ze dat niet elke week zagen zitten.’
Anderhalf jaar geleden was Taebi met zijn dochter in Parijs, bij de finale van het paralympisch blindenvoetbaltoernooi. Muisstil was het op de tribune, zodat de spelers de bal konden horen. Totdat er een doelpunt viel: toen kwam er een waanzinnige ontlading vrij.
Zulke momenten gunt hij Nederland ook. ‘Met een Nederlands team naar Brisbane in 2032. Dat is het doel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant