Home

Het familiehuis van een onderzoeker van Human Rights Watch in Beiroet werd verwoest: ‘In zogenaamde Hezbollah-bolwerken wonen heel veel burgers’

Lama Fakih | onderzoeker Human Rights Watch Als mensenrechtenonderzoeker is Lama Fakih gewend aan oorlogshandelingen. Nu haar geboortehuis bij een Israëlisch bombardement vernietigd is, maakt ze van dichtbij mee wat zo’n „zinloze en willekeurige” daad inhoudt.

Een vrouw zit vast in een door een Israëlische aanval beschadigd gebouw in Beiroet.

Een surrealistische ervaring. Zo omschrijft Lama Fakih het moment waarop ze op televisiebeelden zag dat haar geboortehuis in Ghobeiry, in de zuidelijke buitenwijken van de Libanese hoofdstad Beiroet, was verwoest door een Israëlische luchtaanval. Kort daarvoor waren er evacuatiebevelen uitgegeven door het Israëlische leger voor de omgeving van haar huis, en was haar familie gevlucht. Zelf woont Fakih met haar gezin elders in de stad.

Voor iemand die al jarenlang aanvallen op burgers en burgerdoelen documenteert, nu als hoofd onderzoek van Human Rights Watch, kwam het geweld ineens heel dichtbij. „Het was de eerste keer dat ik me ten volle realiseerde wat het betekent als je huis je op zo’n zinloze en willekeurige manier wordt afgenomen”, vertelt Fakih telefonisch vanuit Beiroet.

De zuidelijke buitenwijken van Beiroet worden in internationale berichtgeving vaak een ‘Hezbollah-bolwerk’ genoemd, zegt Fakih, terwijl het een dichtbevolkt gebied is met scholen en ziekenhuizen. Israël past in Libanon, en eerder in Gaza, de Dahiya-doctrine toe – vernoemd naar een wijk in Beiroet waar het sjiitische Hezbollah sterk vertegenwoordigd is, en waar ook de buurt Ghobeiry onder valt. De doctrine houdt in dat het leger ter afschrikking van de vijand disproportioneel geweld toepast op burgergebieden, de economie en de infrastructuur.

Hoe gaat het nu met u, en uw familie?

Lama Fakih.

„Het is een zware tijd geweest. Om persoonlijke redenen, maar ook uit bezorgdheid over de ontwikkelingen in de regio en specifiek in Libanon. Ik heb jonge kinderen en het is moeilijk om hier samen doorheen te komen en hen te beschermen.

„Nadat we hadden gehoord dat ons huis was gebombardeerd, kon mijn tante teruggaan om de schade aan de twee appartementen te bekijken. De voorkant was volledig weggevaagd en de meubels lagen op straat. Ik had een extreem gevoel van verlies. Dit was het huis waar ik na mijn geboorte met mijn ouders en grootouders heb gewoond en dat al meer dan vijftig jaar in de familie is.

„De manier waarop de aanvallen de onderlinge relaties tussen Libanezen beïnvloeden, baart me enorm veel zorgen. Mijn tante, die sjiitisch is en een hoofddoek draagt, moest op zoek naar andere woonruimte. Maar mensen zijn terughoudend om woningen te verhuren aan sjiieten en aan mensen die eruitzien alsof ze uit bepaalde delen van het land komen.”

Fakih maakt zich grote zorgen over de manier waarop de Israëlische aanvallen op Libanon de politieke tegenstellingen langs sektarische scheidslijnen verscherpen, en trauma’s uit de Libanese burgeroorlog (1975-1990) doen herleven.

Wat is er bekend over de burgerslachtoffers tijdens de zware Israëlische aanvallen op Beiroet van vorige week woensdag?

„Bij de aanvallen – meer dan honderd binnen tien minuten – zijn meer dan driehonderd mensen omgekomen. Onder hen zijn kinderen en anderen die duidelijk de status van burger hadden, zoals leraren. Volgens de basisbeginselen van het internationaal recht moet je onderscheid maken tussen aanvallen op burger- en militaire doelen. Je moet er ook voor zorgen dat aanvallen evenredig zijn, dat het militaire voordeel niet wordt overschaduwd door de schade aan de burgerbevolking. Deze aanvallen werden zonder enige waarschuwing in zeer dichtbevolkte gebieden uitgevoerd, waarbij ernstige en aanzienlijke schade is aangericht onder de burgerbevolking.”

Op dezelfde dag bombardeerde Israël de laatste brug over de Litani-rivier in Zuid-Libanon. In de weken daarvoor had het de overige bruggen verwoest. Wat zijn daarvan de gevolgen?

„De brug is beschadigd, maar niet volledig verwoest. Daardoor kan er nog wel enig verkeer doorrijden naar Zuid-Libanon. Veel mensen in Zuid-Libanon zijn afhankelijk van hulpgoederen uit het noorden. Vanwege de vijandelijkheden is het nu al ontzettend moeilijk om humanitaire hulpoperaties uit te voeren in het zuiden. Nu dreigt opnieuw een levensader te worden afgesneden voor de burgerbevolking. Met langdurige gevolgen, omdat het veel tijd kost om deze infrastructuur te herstellen. En het roept natuurlijk de vraag op of burgers in staat zullen zijn om terug te keren naar hun woonplaatsen in het zuiden.”

In Libanon zijn 1,2 miljoen mensen ontheemd geraakt door ‘evacuatiebevelen’ van het Israëlische leger. Komt dit neer op gedwongen ontheemding, een oorlogsmisdaad?  

„Israël heeft evacuatiebevelen afgegeven voor een enorm gebied, waar ruim een miljoen mensen wonen, en behandelt dit als een militair doelwit, op een onrechtmatige manier. De middelen en methoden die het Israëlische leger gebruikt, hebben geleid tot grootschalige schade en leed voor de burgerbevolking. Als je in een gebied verblijft waarvoor een evacuatiebevel geldt, heb je nog steeds recht op bescherming. Evacuatiebevelen mogen alleen worden ingezet als voorzorgsmaatregel om burgers te beschermen of als er dwingende militaire redenen voor zijn. Ze mogen niet worden gebruikt om de burgerbevolking te terroriseren of te verdrijven. Wat ik ook zorgwekkend vind, zijn de verklaringen van Israël waarin wordt gezegd dat burgers niet mogen terugkeren naar bepaalde gebieden.

„Er zijn grensgemeenschappen waar we in sommige gevallen de totale vernietiging van eigendommen hebben gedocumenteerd. Dat belemmert het vermogen van mensen om terug te keren en roept vragen op over moedwillige vernietiging, wat op zichzelf een oorlogsmisdaad is. Hier zien we parallellen met Gaza. Dit soort militaire acties mag niet worden genormaliseerd. Israël zegt dat het een ‘bufferzone’ creeërt, terwijl het in feite hele gemeenschappen uitwist.”

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Mensenrechten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next