Dagelijks leven in Iran Sinds de wapenstilstand met de VS vorige week is het in Iran weer druk op straat. Kantoren zijn weer open, scholen geven online les. Iraniërs hebben last van de nog hogere inflatie en zien de onderhandelingen met spanning tegemoet. „We voelen ons gijzelaars van de Islamitische Republiek.”
Hoewel het dagelijkse leven in Teheran weer op gang komt tijdens de wapenstilstand, zijn de verwoestingen van de oorlog met de Amerikanen en Israëliërs nog goed zichtbaar.
Het straatbeeld in Iran komt langzaam weer tot leven, sinds vorige week woensdag het staakt-het-vuren met de Verenigde Staten inging. In Teheran zijn de kraampjes terug, de straten druk. Voor het eerst in veertig dagen reed een vertaalster (40) uit de hoofdstad afgelopen weekend met haar ouders een rondje door de wijk. Ze wilden de militaire gebouwen zien die waren geraakt. „Ze zijn volledig met de grond gelijk gemaakt”, vertelt ze aan NRC.
Begin vorige week kwam al het werkende leven in Iran weer op gang. Kantoren zijn open, kinderen volgen online lessen. Niet vanwege de wapenstilstand — maar omdat de twee weken nationale vakantie rond Nowruz, het Iraanse nieuwjaar, voorbij waren.
Zo ook voor de receptioniste van een sportcomplex (50) uit Teheran. Tijdens de oorlog was zij met haar familie gevlucht naar een dorp bij Isfahan. Op maandag belde haar baas: ze moest terugkomen. Het werd ook saai in het dorpje, vertelde ze aan haar nicht in Nederland, met wie NRC contact heeft.
Toch is niet alles zoals het was. De Basij (de paramilitaire vrijwilligersmilitie van het regime) is nog steeds nadrukkelijk aanwezig. „Die klootzakken rijden nog steeds een paar keer per dag met enorme luidsprekers op pick-uptrucks door de buurt”, zegt de vertaalster. „Zelfs om twaalf uur ’s nachts. Ik word er gek van.”
De inflatie is verder opgelopen. De prijs van gebak en koffie is verdubbeld ten opzichte van een maand geleden, merkte de vertaalster vorige week bij de bakker.
Hoewel universiteiten en farmaceutische gebouwen zijn geraakt, bleef de medische zorg voor burgers tijdens de oorlog grotendeels intact. Een lerares Engels (40) uit Teheran haalde vorige week chemotherapiepillen op bij de apotheek voor haar vader. Er waren geen tekorten, en de medicijnen werden nog steeds vergoed via de zorgverzekering, vertelt ze via haar zus in Nederland.
Maar niet alles functioneerde. De moeder van een vriendin van de lerares brak voor het begin van de oorlog haar heup en is sindsdien immobiel. De fysiotherapeut is niet meer langs geweest. Via haar vriendin in Nederland vroeg ze om met behulp van AI fysiotherapie-oefeningen op te zoeken — want zelf heeft ze door het beperkte internet geen toegang tot zulke programma’s.
Een vrouw (die niet in het stuk voorkomt) zit in een café in het noorden van Teheran, afgelopen zondag.
Het staakt-het-vuren roept bij de Iraniërs met wie NRC contact heeft vooral bezorgdheid op. Een tandarts-chirurg (44) uit Teheran kijkt er met gemengde gevoelens naar. De angst voor harde knallen is afgenomen — maar het vooruitzicht van een akkoord verontrust haar. „Vrede met de Islamitische Republiek betekent dat de veiligheid van Iraniërs die achterblijven verdwijnt.”
Ook de vertaalster volgt de onderhandelingen met groeiende zorg. Zaterdag zag ze op satelliet-tv voorbijkomen — van een niet nader genoemde Iraanse bron — dat de VS akkoord zouden zijn gegaan met het vrijgeven van zes miljard dollar aan bevroren Iraanse tegoeden in Qatar, in ruil voor vrije doorgang door de Straat van Hormuz. Washington ontkende dit. „Ik ben bang dat onze belangen worden wegonderhandeld. Het voelt alsof we door de VS zijn verraden”, zegt ze.
Een promovenda internationaal recht (40) die vlakbij de Straat van Hormuz woont, schrijft: „Het staakt-het-vuren maakt me wanhopig. We voelen ons gijzelaars van de Islamitische Republiek.” Hoeveel Iraniërs er zo over denken, is niet vast te stellen.
Vorige week woensdagavond werd het staakt-het-vuren groots gevierd in Teheran. Al Jazeera deelde beelden van het Enqelab-e-Eslami-plein, waar Iraniërs zwaaiden met vlaggen van het regime en foto’s vasthielden van zowel de gedode opperste leider Ali Khamenei als zijn opvolger Mojtaba Khamenei. Amerikaanse en Israëlische vlaggen werden verbrand.
Tegelijkertijd is er ook op straat kritiek op het staakt-het-vuren te zien. Op het Sa’adat Abad-plein in het noorden van Teheran zag de tandarts-chirurg tientallen met spuitbus aangebrachte teksten: ‘Dood aan de hypocrieten’, ‘Dood aan de compromissluiters’, ‘Wij onderhandelen niet met de moordenaar van de Leider’, ‘Wapenstilstand verboden’. Op zo’n dertig plekken achter elkaar, groot op de muren. Om de leuzen te verbergen, staan er controleposten voor die met zwarte pick-ups de teksten afdekken, vertelt ze.
Op een video van Iran International, geverifieerd door NRC, is te zien hoe loyalisten roepen dat een staakt-het-vuren verraad is aan de Opperste Leider. Op beelden uit Isfahan, ook geverifieerd door NRC, scanderen regime-loyalisten bij het stadhuis ‘Dood aan de compromissluiters’. De tandarts-chirurg vertelt dat op vuilnisbakken bij cinema Azadi en in de wijk Yousefabad in het noorden van Teheran de woorden ’trump-bak’ en ‘pahlavi-bak‘ gespoten zijn — verwijzend naar Reza Pahlavi, zoon van de verjaagde shah en symbool van de monarchistische oppositie.
Het is weer druk in de straten van Teheran, zoals afgelopen maandag bij het Enqelab-e-Eslami-plein.
Over Trumps eerdere dreigementen heeft ze gemengde gevoelens. „Als het erop neer was gekomen dat we een paar maanden zonder water, elektriciteit en gas zouden zitten, maar de Islamitische Republiek zou verdwijnen — dan was dat het voor mij persoonlijk waard geweest.” Tegelijk erkent ze de prijs daarvan. „Doordat de infrastructuur niet is aangevallen, zijn patiënten in ziekenhuizen en mensen thuis die afhankelijk zijn van gekoelde medicijnen, veiliger. Maar het voortbestaan van de Islamitische Republiek betekent extra druk en executies voor politieke gevangenen.”
Toch is er ook een klein, onverwacht lichtpuntje. In het zuidenvan Iran begon het tijdens de oorlog te regenen — bijzonder in een land dat al jaren kampt met ernstige droogte en watercrisis. „Als het regent gaan de meeste mensen naar binnen”, schrijft de promovenda. „In Iran gaan we allemaal de straat op om ernaar te kijken. Het is iets goeds.”
De meeste Iraniërs kunnen sinds begin maart nauwelijks contact leggen met de buitenwereld, omdat het internet grotendeels is afgesloten voor internationale websites. NRC onderhoudt contact met mensen die beschikken over een VPN of een simkaart uit de Golfstaten. Ook werkt de redactie samen met Iraniërs in Nederland die via een Iraanse simkaart berichten van familie in Iran kunnen doorsturen.
Om veiligheidsredenen worden de Iraniërs die NRC spreekt niet met naam genoemd.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet