Home

Architect Cees Dam (1932-2026) – ontwerper van de Amsterdamse Stopera – was ‘een echte dwarsligger’

Cees Dam werd als architect gedreven door zijn passie voor kunst. Hij wilde het goede van traditie in ere houden, maar bleef altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Hij overleed op 93-jarige leeftijd na een kort ziekbed.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Architect Cees Dam drukte zijn stempel op het Nederlandse straatbeeld met het witbetegelde luxewooncomplex Residentie Seinpost in Scheveningen, het trommelvormige stadhuis van Almere en de 165 meter hoge Maastoren in Rotterdam. Maar vooral met het – omstreden – ontwerp voor de Stopera in Amsterdam, het gecombineerde muziektheater en stadhuis dat hij samen met de Oostenrijker Wilhelm Holzbauer ontwierp.

Een complex met een opvallende gevel van glas en marmer dat monumentaliteit uitstraalt, maar met zijn bakstenen vleugel ook moest aansluiten bij de omringende buurt. In 1986 werd het opgeleverd. ‘Het grootste moderne bouwwerk van de binnenstad is er, althans uiterlijk, tot nu toe nog steeds niet in geslaagd om bij de Amsterdamse burger het predicaat dierbaar te verwerven’, schreef de Amsterdamse architectuurcriticus Max van Rooy jaren later.

Toen Het Parool in 2017 aan Dam vroeg of hij trots was op de Stopera, zei hij: ‘Je moet niet trots zijn op wat je hebt gedaan in het leven. Als je iets hebt gemaakt voor iemand is het niet meer van jou, dan is het van de ander.’ Al maakte hij zich boos toen het interieur van het stadhuis zonder zijn goedkeuring door een ander architectenbureau werd verbouwd.

In een interview dat hij op zijn 87ste gaf, omschreef hij zichzelf als ‘een echte dwarsligger’; hij was toen nog altijd actief als architect. Op 93-jarige leeftijd is Dam na een kort ziekbed overleden.

Passie voor kunst

Dam (1932, Velsen) was een architect die werd gedreven door zijn passie voor kunst. Als kind wilde hij beeldhouwer worden, maar zijn vader zag hem liever bij een bank of in de diplomatiewereld; uiteindelijk ging hij bouwkunde studeren aan de HTS en de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Daar kreeg hij onder andere les van Gerrit Rietveld en Aldo van Eyck. Na zijn afstuderen in 1963 richtte hij met een partner een architectenbureau op in Heemstede.

Nadat hun wegen scheidden, begon hij Dam & Partners. Hij was inmiddels getrouwd met Josephine Holt, dochter van architect Gerard Holt, met wie hij twee kinderen kreeg. Zij hielp hem met de zakelijke kant van het bedrijf, dat in 1968 naar Amsterdam verhuisde.

In hetzelfde jaar won Holzbauer de prijsvraag voor een nieuw stadhuis in Amsterdam. Zowel tegen de bouw van dit ontwerp als de geplande opera in de wijk De Pijp van architecten Gerard Holt en Bernard Bijvoet werd geprotesteerd. Het idee ontstond om de opera niet in De Pijp te bouwen, maar te combineren met het stadhuis. Toen Bijvoet overleed, werd Cees Dam bij het project betrokken; het maakte hem in een klap tot een bekendheid.

Flamboyant figuur

Dam was een flamboyant figuur, die zich makkelijk bewoog in de politieke, zakelijke en kunstwereld. ‘Hij wist daarmee serieuze architectuur binnen te smokkelen in de wereld van potsierlijke bestuurders en diepgebruinde rijkaards’, aldus architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout. Zijn kantoor leek meer op een kunstgalerie dan een architectenbureau. Hij vulde het met alles wat hem inspireerde: sculpturen, schilderijen en opgezette dieren. Zelf ontwierp hij ook glaswerk en meubels.

Zijn stijl was postmodern. Hij combineerde klassieke vormen en materialen als baksteen en marmer met moderne technieken en strakke lijnen. ‘Ik probeer het goede van traditie in ere te houden, maar ben elke dag weer op zoek naar een nieuwe traditie; naar een nieuwe vorm en naar nieuwe mogelijkheden’, zei hij in Het Parool. In elk ontwerp verwerkte hij zijn initialen CD, in de vorm van twee halfopen cirkels; nu eens herken je ze in een deurgreep, dan weer als uitsparing in een muur.

Zijn zoon Diederik werd ook architect en trad in 1991 toe tot Dam & Partners. In die periode werd Dam aangesteld als hoogleraar architectuur aan de bouwkundefaculteit van de Technische Universiteit Delft. Hij schreef talloze artikelen, die hij later bundelde in het boek Over Architectuur (2017).

Ook verzorgde hij een Teleac-cursus architectuur op televisie om architectuur toegankelijk te maken voor een breed publiek. Voor zijn bijzondere verdiensten en inzet voor architectuur en cultuur werd hij in 2007, op zijn 75ste verjaardag in de Stopera, benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Vanstiphout, die Dam samen met Rem Koolhaas (1944) en Carel Weeber (1937-2025) rekent tot ‘de grote drie van de Nederlandse architectuur na 1968’, prijst zijn ontwerp voor het Mollerinstituut in Tilburg (1984) op de campus van de hogeschool. Een gebouw met een ingewikkelde plattegrond en draagstructuur dat evenwel simpel en elegant oogt.

Zelf was Dam het meest tevreden met het droomhuis dat hij in Frankrijk bouwde voor zijn vrouw. ‘Niet alleen vanuit de natuurlijke ligging en de architectuur, want dat zijn slechts de kaders waarbinnen het is ontworpen. Het object in relatie tot de inhoud, voor wie het is ontworpen, maakt het zo volmaakt.’

Dam stelde dat een gebouw ‘een verbinding tussen de mens en zijn omgeving’ moet zijn. ‘Een huis dient als een rustige omgeving voor de mens om zich van de chaotische buitenwereld af te kunnen sluiten.’

Hij had een uitgesproken weerzin tegen retroarchitectuur: ‘Als mensen een warm gevoel krijgen bij glas-in-lood uit de jaren dertig van de vorige eeuw ligt de uitdaging niet in het nabouwen van die huizen, maar in het eigentijds toepassen van de elementen die de juiste emotie opwekken.’

Over de toekomst van het vak:De hindernissen zijn van politieke en maatschappelijke aard. […] Het zou zo moeten zijn dat als je goede kwaliteit kunt leveren, je aanzien verwerft en je daar dan iets mee kunt verdienen. Maar tegenwoordig is het omgedraaid: het gaat eerst over macht, dan over geld, en van daaruit wordt er dan eventueel geprobeerd om kwaliteit te maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next