Veiligheidsgevoel Uit onderzoek blijkt dat jonge vrouwen zich vaker onveilig voelen in de openbare ruimte. Keri (30) en Nienke (30) delen hun ervaring met straatintimidatie en geweld. „Ik viel met mijn achterhoofd op straat. Eventjes zag ik sterretjes.”
Keri: "Vrouwen voelen zich steeds meer geroepen zich uit te spreken over ongelijkheid en onveiligheid."
Jonge vrouwen (tussen de 18 en 34 jaar) voelen zich veel vaker onveilig in de openbare ruimte dan andere vrouwen, blijkt uit onderzoek dat dinsdag is gepubliceerd door denktank HCSS. Dat verbaast Keri en Nienke (allebei 30 jaar) niet. „Het is een bevestiging van wat je al voelt”, zegt Keri. Nienke: „Je vindt er bijna niks meer van, zo’n onderzoek, omdat je het gewend bent.”
Keri en Nienke zijn allebei slachtoffer geworden van mannelijk belagers en durfden pas weer naar buiten te gaan na traumatherapie. Ze delen hun verhaal naar aanleiding van het HCSS-onderzoek naar de vrouwelijke onveiligheidservaring, die ontstaat door onder meer seksistische opmerkingen, straatintimidatie en fysiek geweld. Om privacy-redenen willen ze niet dat hun achternaam wordt gepubliceerd. Hun volledige naam is bekend bij de redactie.
Mannen zijn zich wel bewust van de vrouwelijke onveiligheidservaring, blijkt uit het HCSS-onderzoek, maar wijzen vooral naar ándere mannen om het probleem op te lossen. Wat kunnen mannen doen om het gevoel van onveiligheid bij vrouwen te verminderen? Ga na of je zelf niet onbedoeld een vrouw een onveilig gevoel geeft, zeggen Keri en Nienke. Bijvoorbeeld door ’s nachts achter een vrouw aan te fietsen, waardoor de vrouw misschien denkt dat ze wordt achtervolgd. „Hou afstand”, zegt Keri. „Of geef een vriendelijke knik”, zegt Nienke.
Tegelijkertijd zien Keri en Nienke een vrouwonvriendelijke beweging onder met name jonge mannen, die duidelijk conservatiever zijn dan jonge vrouwen. Dat blijkt ook uit het onderzoek van HCSS. „Vrouwen voelen zich meer dan voorheen geroepen om zich uit te spreken over de ongelijkheid en de onveiligheid”, zegt Keri. „Daardoor voelen veel mannen zich bedreigd in hun mannelijkheid.” Uit het HCCS-onderzoek blijkt dat een op de drie mannen vindt dat de aandacht voor de positie van de vrouwen ten koste gaat van mannen. „Dat geluid wordt online met seksistische opmerkingen versterkt.”
Extreme voorbeelden daarvan zijn te vinden in de zogeheten manosfeer, waarin influencers een jong, mannelijk publiek een giftige cocktail aanbieden van vrouwenhaat, complottheorieën en cursussen voor hypermasculiniteit. Die wereld is onlangs getoond in de documentaire Louis Theroux: Inside The Manosphere. Keri en Nienke zeggen allebei: mannen, kijk deze documentaire.
Twee zomers geleden zag Keri de onbekende man voor de zoveelste keer, vertelt ze in een vergaderruimte op haar werk. In de afgelopen jaren, meerdere keren in het jaar, kwam ze de man ‘toevallig’ in de binnenstad of in haar eigen buurt tegen. Hij had haar gezicht onthouden. Bij elke ontmoeting werd ze door hem bedreigd of achtervolgt.
Op een smal fietspad in de binnenstad van Utrecht fietsten de twee elkaar op een dag tegemoet. Van meters afstand riep de man: „Kankerhoer! Ja, jammer hè, dat je mij hier tegenkomt?”
De man, van in de veertig, reed steeds verder naar het midden van het fietspad. Keri probeerde hem te ontwijken. „Met een gemene lach spuugde hij vol op mijn blote arm”, zegt ze.
Zonder achterom te kijken is ze hard weggefietst, door rood licht gegaan. „Thuis heb ik nog lang voor het raam gestaan kijken of hij mij niet achterna was gereden.” Vanachter het gordijn belde ze de politie. Keri had „pech” dat hij nog geen misdrijf had gepleegd. Volgens de politie kon ze geen aangifte doen.
Betere training van politie zou eraan kunnen bijdragen dat de meldingen van vrouwen vaker serieus worden genomen. Dat is een van de aanbevelingen uit het HCSS-onderzoek. Voor Keri lag de drempel hoog om de politie te bellen. „Ik schaamde me. Maakte ik het groter dan het is?”, zegt Keri. De verantwoordelijkheid werd door de politie bij haar gelegd, zo voelde het „Ik had spijt dat ik gebeld had.”
Vrouwen nemen tal van voorzorgsmaatregelen om veiliger over straat te kunnen, blijkt uit het HCSS-onderzoek, bijvoorbeeld door te kiezen voor een drukke route.
Keri ging nog verder. Om overdag niet herkend te worden, droeg ze soms een hoodie of een pet. „In het donker voelde ik mij juist veiliger. Hij zou mij dan minder snel herkennen.” Van haar beste vriendin kreeg Keri een sleutelhanger met een alarmknop die een hard geluid kan maken. „Een tijdje had ik ook een briefje van 50 euro in mijn portemonnee. Als hij mij zou aanvallen had ik briefgeld paraat om hem om te kopen.”
Keri was constant bezig met wie achter haar fietste. Ze was bang dat de man haar van achteren zou aanvallen. „Als ik stilstond voor het stoplicht probeerde ik te zorgen voor een veilige buffer om mij heen.” Zijstraatjes waren haar potentiële vluchtroutes. Andere fietsers waren haar schild. Ze fietste zo snel ze kon van werk naar huis en terug. Het kostte haar zoveel energie en stress dat ze dagelijks hartkloppingen had. „Soms dacht ik: wat als ik straks neerval door een hartaanval?”
Nienke werd door een onbekende man in haar gezicht geslagen in de binnenstad van Utrecht. Na een avond „kroegen hoppen” wandelde ze met haar date naar huis. Een groep van zo’n vijf jonge mannen riep iets vrouwonvriendelijks naar Nienke. Wat ze precies schreeuwden, kan ze zich niet meer herinneren. „Iedereen had natuurlijk wat drankjes op”, vertelt Nienke aan de telefoon.
Nienke draaide zich om, wilde de mannen aanspreken op hun gedrag. Achteraf was het misschien niet verstandig, denkt ze nu. „Maar ja, ik trek al heel mijn leven mijn mond open als ik iets vrouwonvriendelijk hoor.” In eerste instantie bleef het gesprek kalm. Het werd „ongezellig” toen de date van Nienke het wilde sussen. Hij duwde een van de mannen uit de buurt van Nienke. Ineens werd het twee tegen één.
De date van Nienke lag op de grond. De mannen schopten hem in zijn middenrif. Een van de mannen sloeg herhaaldelijk met zijn vuist in het gezicht van haar date. „Stop! Anders sla je hem dood”, riep Nienke. Ze probeerde de jongen boven haar date weg te trekken. In een ruk draaide hij zich om en sloeg Nienke in haar gezicht. „Ik viel met mijn achterhoofd op de straat. Eventjes zag ik sterretjes.” Omstanders hielpen haar omhoog.
„De gele jas van mijn date […] was rood. Zijn lichtblauwe jeans was rood. Zijn witte sneakers waren rood. Heel zijn gezicht zat onder het bloed.” Beveiligingscamera’s op de Oudegracht hebben het incident gefilmd. Twee mannen kregen een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 120 dagen.
„Waarom moest je zo nodig je mond opentrekken?” vroeg de moeder van de zwaargewonde date aan Nienke, terwijl ze aan zijn ziekenhuisbed zaten.
Nienke: „Ik baal ervan dat ik het onbezonnen over straat lopen ben verloren.”
Leg de de verantwoordelijkheid voor veiligheid niet bij vrouwen zelf, benadrukt HCSS in het onderzoek. Toch gebeurde dat in het ziekenhuis. „De moeder van […], een vrouw met levenservaring, legt de verantwoordelijkheid bij mij neer”, zegt Nienke. Ze moest er bijna van huilen. „Ik ging aan mezelf twijfelen. Moet ik ooit nog ingrijpen als ik een vrouwonvriendelijke opmerking hoor?”
Voor Nienke waren de psychische klap en nasleep „pittig”. Het zien of horen van politie en ambulance, bloed of agressie, groepen mannen die te dicht bij haar in de buurt kwamen, het waren allemaal triggers die Nienke terugbrachten naar het incident. Wekenlang durfde ze de deur niet uit.
Dat is nu minder, ze gaat weer naar buiten, maar blijft waakzaam. Nog altijd durft ze geen oogcontact te maken met onbekenden. Ze zorgt dat ze altijd makkelijk contact kan zoeken met iemand in haar omgeving of via haar telefoon. „Ik baal ervan dat ik het onbezonnen over straat lopen ben verloren.”