Progressief Nederland (Pro) stelt vooruitstrevendheid centraal. Tegelijkertijd schort het in het ‘Progressief pleidooi’ van Pro aan een volwassen historisch vertrekpunt. Wie vooruit wil, moet weten waarvandaan hij vertrekt.
Eind maart presenteerde GroenLinks-PvdA zijn nieuwe naam: Progressief Nederland. De lanceringsbijeenkomst moest twee snaren raken. Enerzijds lag de nadruk op een hervormingsgezinde geest, zoals verwoord in het startdocument Progressief pleidooi. Anderzijds werd de nostalgische toehoorder een herkenbaar honk geboden. Het door Jesse Klaver uitgesproken ‘Welkom thuis!’ klonk als een warm ‘Welkom terug’ richting het afgedwaalde PvdA-electoraat.
Deze tweede, nostalgische snaar geeft te denken over de precieze historische positionering van de partij Pro. De voorgangers van de nu fuserende partijen PvdA en GroenLinks hebben in de naoorlogse geschiedenis een toonaangevende rol gespeeld in de Nederlandse politiek. Maar hoe ga je met die voorgeschiedenis om als je bovenal voorwaarts gericht wilt zijn? Hoe kun je je beroepen op oude papieren en tegelijkertijd frisheid uitstralen?
Over de auteur
Jurijn Timon de Vos doceert geschiedenis van het christendom aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het antwoord van Pro is te vinden in Progressief pleidooi, maar dat valt ronduit karig uit. Er is ruimte voor één geschiedparagraaf van slechts drie zinnen: ‘In de tijd van de verzuiling kenden we een verdeling van de samenleving op basis van religieuze scheidslijnen. Het was een verstikkende tijd.’ Want – zo illustreert de derde zin – een katholieke Nederlander werd vroeger ‘zeker geen’ lid van de FNV.
Over die laatste zin zijn we snel uitgepraat. Deze zin is simpelweg incorrect. De FNV ontstond in 1976 door een samenwerking tussen de socialistische NVV en het katholieke NKV. De federatieve FNV was dus juist een rooms-rode laatbloeier, met veel katholieke leden.
Interessanter zijn daarom de eerste twee zinnen, al is ook deze schets van de verzuilingsgeschiedenis – op zijn zachtst gezegd – dubieus.
Allereerst plaatst Pro religie in het verdomhoekje als hét verdelende thema in de geschiedenis. In werkelijkheid was de situatie in twintigste-eeuws Nederland veel complexer. Levensbeschouwelijke én ideologische groepen bouwden destijds hun eigen maatschappelijke organisaties op. Daarmee claimden ze een volwaardige plek in Nederland en emancipeerden ze zich uit hun achtergestelde posities. De socialisten sloegen daarbij minstens zo ijverig piketpaaltjes als de katholieken.
Ten tweede is er veel aan te merken op de kwalificatie van de verzuiling als een ‘verstikkende tijd’. Een middelbare scholier zou met zo’n simplistische analyse in ieder geval geen punten verdienen op het eindexamen.
Ja, er bestond minder individuele vrijheid dan we nu gewend zijn. Toch gaat het veel te ver om datzelfde Nederlandse verleden te reduceren tot een verstikkende gettotijd. Lees de historische bundel Achter de zuilen (2014) er maar op na. Daarin kraakt Peter van Dam, tegenwoordig hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, de verzuilingsbeeldspraak vakkundig. Het is van oudsher een strijdbegrip dat een karikaturaal beeld vestigt van uniforme en geïsoleerde gemeenschappen. Hoewel de term nog populair is onder vlugge opiniemakers, zijn geschiedwetenschappers terecht terughoudend. De term verzuiling dekt namelijk niet de lading van onze dynamische geschiedenis.
Wie een eerlijker Nederland wil, zou zich zelfs kunnen afvragen of die vermaledijde verzuilingstijd eigenlijk niet dicht bij het ideale Pro-toekomstbeeld staat. In het ‘Progressief pleidooi’ hekelt Pro namelijk ook de hedendaagse bubbels. Deze zouden gelijkaardig verstikkend zijn als de vroegere zuilen.
Die oude zuilen liepen echter veel minder langs de lijnen van opleidingsniveau en inkomen dan de bubbels van nu. Zuilen brachten juist verschillende sociale klassen samen door gedeelde zorgen en dromen. Ze stonden bovendien midden in een wederopbouwtijd met serieuze volkshuisvestingsprojecten, een cultuur van compromissen sluiten. Ook bestond er een stevige centrumlinkse partij die bevolkingsgroepen verenigde.
Op 13 juni vindt het oprichtingscongres van Pro plaats. Dat wordt een historisch moment voor de politieke geschiedenis van Nederland. De keuze om Pro ideologisch aan het vooruitgangsgeloof te koppelen is gewaagd. De kiezers van vandaag leven immers bepaald niet in een belle époque.
Juist nu radicaal-rechtse nostalgici een claim leggen op het verleden, is een accuraat historisch bewustzijn nodig. En niet nog een partij die een zwart-witbeeld van de geschiedenis als vertrekpunt neemt. Pro zou hier zelf ook mee geholpen zijn. Een loszittend startblok helpt immers niet bij de sprint voorwaarts die Pro zo graag wil trekken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant