De Europese Unie ziet na de verkiezingsnederlaag van de Hongaarse premier Viktor Orbán een kans om het eigen besluitvormingsproces flink te veranderen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen riep in Brussel vrijwel meteen op om het vetorecht van lidstaten verder in te perken, vooral bij het buitenlandbeleid. De hoop is dat de EU daardoor sneller en eensgezinder kan reageren op crises, bijvoorbeeld rond Oekraïne, Rusland en het Midden-Oosten.
Orbán gold jarenlang als de belangrijkste dwarsligger in Brussel. Hij blokkeerde meermaals besluiten over steun aan Oekraïne en over EU-onderhandelingen met Kyiv, en gebruikte zijn vetorecht om Europese leiders onder druk te zetten. Het dieptepunt was in december 2023, toen de Hongaar tijdens een cruciale stemming de zaal uitliep zodat de overige 26 EU-leiders toch unaniem konden instemmen met gesprekken over toetreding van Oekraïne.
Toch is het vetorecht de afgelopen jaren al fors teruggedrongen. Voor zo’n 80 procent van de onderwerpen waarop lidstaten stemmen, geldt nu een gekwalificeerde meerderheid: minstens 55 procent van de landen die samen 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen, moet instemmen. Het buitenlandbeleid is een van de laatste terreinen waar nationale regeringen hun vetorecht nog stevig vasthouden, juist omdat zij vrezen dat zij later kunnen worden overstemd over gevoelige dossiers waarvan de impact nu nog niet te overzien is.
Europarecht-deskundigen Henri de Waele en Ton van den Brink wijzen erop dat verdere beperking van het vetorecht alleen kan als alle 27 lidstaten akkoord gaan. Zij zien weinig kans dat het vetorecht op buitenlands beleid volledig wordt afgeschaft, maar achten tussenvormen wel mogelijk. Zo zou de Europese Raad kunnen afspreken dat bijvoorbeeld sancties tegen landen als Rusland voortaan met een meerderheid worden aangenomen, of dat er wordt gewerkt met een supermeerderheid van 80 à 90 procent in plaats van volledige unanimiteit.
Volgens Van den Brink laat de EU-geschiedenis zien dat lidstaten in crisistijd vaak bereid zijn meer macht naar Brussel over te dragen. De druk is nu opnieuw hoog, met spanningen rond Iran, de voortdurende dreiging vanuit Rusland en een onvoorspelbare Amerikaanse president Donald Trump. De kritiek dat Europa traag, onzichtbaar en besluiteloos is, kan daardoor juist een stimulans worden om het vetorecht verder los te laten en de slagkracht van de Unie op het wereldtoneel te vergroten.
Tegelijk blijft het politiek risico bestaan dat een nieuwe ‘Orbán’ opstaat die het buitenlandse beleid weer kan blokkeren. In de Europese Raad zitten met de Slowaakse leider Robert Fico en de Tsjech Andrej Babis al twee uitgesproken Eurosceptische figuren. Ook van Orbáns beoogde opvolger Peter Magyar moet nog blijken hoe ver zijn pro-Europese houding in de praktijk reikt, ook al wordt verwacht dat hij snel het Hongaarse veto tegen nieuwe sancties tegen Rusland zal intrekken in ruil voor Europese miljardensteun. Juist deze kwetsbaarheid houdt de discussie over het vetorecht scherp op tafel.
Afbeelding: Grok AI / FOK.nl
Source: Fok frontpage