De burgeroorlog in Soedan duurt inmiddels al drie jaar, en er is weinig perspectief op verbetering. Een snel einde van het geweld is niet in zicht. Voor miljoenen vluchtelingen is er nauwelijks hoop op een betere toekomst.
De grootste humanitaire crisis ter wereld, zo wordt het conflict bestempeld. Het is woensdag drie jaar geleden dat de burgeroorlog tussen het Soedanese regeringsleger (SAF) en de paramilitaire groep RSF uitbrak, met alle gevolgen van dien.
De strijd begon met een politieke machtsstrijd tussen twee leiders die in oktober 2021 nog samen de toenmalige regering omver hadden geworpen. Het gaat om Abdel Fattah Al Burhan, leider van het regeringsleger, en Mohamed Hamdan Dagalo, leider van de paramilitaire RSF.
Ze waren het oneens over de nieuwe koers van het land. Een belangrijk twistpunt was of de RSF in het leger zou worden opgenomen en daar de leiding zou krijgen.
Sindsdien voeren de SAF en RSF een harde strijd in Soedan, met brute aanvallen op de gebieden die de partijen onder controle hebben. Ruim elf miljoen burgers zijn gevlucht voor het geweld, blijkt uit cijfers van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Ze kwamen terecht op andere plekken in Soedan of in buurlanden Egypte, Tsjaad, Zuid-Soedan en Libië.
Vluchtelingen leven onder zorgwekkende omstandigheden. Ze wonen veelal in zelfgebouwde tenten en hebben een tekort aan schoon water en medische zorg. In veel gebieden belemmeren de gevechten de levering van basisproducten en hulpgoederen.
Ook is veel landbouwgrond verwoest, waardoor er een groot tekort is aan voedsel. 28,9 miljoen mensen, de helft van de Soedanese bevolking, hebben niet genoeg te eten. Deze cijfers publiceerde hulporganisatie Care deze week.
Ruim 10 miljoen mensen hebben zelfs te maken met extreme hongersnood. In bepaalde gebieden eten mensen slechts één maaltijd per dag, of eten ze sommige dagen helemaal niet.
Etniciteit maakte al snel deel uit van het conflict. De RSF, die voornamelijk uit Arabieren bestaat, zou Soedan vrij willen maken van niet-Arabische volkeren.
Illustratief voor de wreedheid van het conflict was de inname van de stad El Fasher door de RSF in oktober 2025. Dat gebeurde na een belegering van achttien maanden.
De RSF pleegde bij die belegering en inname waarschijnlijk genocide, stelde een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties. Het Internationaal Strafhof heeft vastgesteld dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd, waaronder massa-executies, verkrachtingen en willekeurige opsluitingen. De RSF ontkent hieraan schuldig te zijn.
Ook het regeringsleger zou zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdrijven. De VS heeft het leger beschuldigd van het gebruik van chemische wapens. De Amerikaanse regering sprak zich ook uit tegen de RSF vanwege de vermeende genocide.
Landen uit de Arabische regio bemoeien zich met de burgeroorlog, al ontkennen ze dat ten stelligste. Op die manier hopen ze invloed te hebben Soedan, waar goud wordt gewonnen.
De Verenigde Arabische Emiraten steunen de RSF door wapens te sturen. Bovendien zou de RSF de markt van de Emiraten gebruiken om goud te verkopen.
Saoedi-Arabië en Qatar steunen juist het regeringsleger, dat ook wapens zou hebben gekocht van Turkije, Iran en Rusland. Na de val van El Fasher heeft ook Egypte, dat zich zorgen maakt over de opmars van de RSF, zich op de achtergrond in de strijd gemengd. Dat melden The New York Times en Reuters.
Egypte heeft een luchtmachtbasis bij de grens met Soedan ter beschikking gesteld. Daar zijn minstens twee drones van Turkse makelij gestationeerd die bomaanvallen uitvoeren op doelen van de RSF.
Door de wirwar van binnenlandse en buitenlandse belangen is het al lastig om de SAF en RSF aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarom durven maar weinigen te hopen op een snel einde van de burgeroorlog.
Source: Nu.nl algemeen