De blokkade van de Straat van Hormuz heeft een kwetsbaarheid in het mondiale voedselsysteem blootgelegd: kunstmest. Boeren wereldwijd zijn ervan afhankelijk en door de schaarste dreigen nu voedselinflatie en zelfs tekorten. Hoe kan dat en wie lijden het meest?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Heel even leken boeren wereldwijd opgelucht te kunnen ademhalen. Maar na het mislukken van de vredesonderhandelingen tussen Iran en de Verenigde Staten afgelopen weekend is duidelijk: de blokkade van de Straat van Hormuz is voorlopig niet voorbij. Dat heeft niet alleen grote gevolgen voor de mondiale energievoorziening, maar ook voor de voedselprijzen. Want de blokkade van de zeestraat treft de motor achter de wereldwijde voedselindustrie: kunstmest.
Anders dan bij de prijzen aan de pomp merken consumenten de gevolgen van de hogere kunstmestprijzen pas zes tot negen maanden later, nadat er opnieuw is geoogst, zegt Doriane Milenkova, landbouwanalist bij de Rabobank. Zelfs als de Straat morgen weer opengaat, zijn de problemen dus niet direct voorbij. Rond kerst zullen klanten, of ze nu in Den Haag, Rio de Janeiro of Nairobi in de supermarkt staan, al meer moeten betalen voor een volle boodschappenkar.
Ondertussen verstrijken de seizoenen, terwijl de Straat gesloten blijft, waarschuwt Maximo Torero, hoofdeconoom van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties. ‘Steeds meer boeren in de wereld bereiken het punt waarop ze hun nieuwe gewassen moeten inzaaien. En hoe langer ze dat zonder kunstmest moeten doen, hoe harder de voedselprijzen stijgen, en hoe groter de economische schade wordt.’
Daarmee legt de Iranoorlog de wereldwijde afhankelijkheid van kunstmest bloot. Maar wat is kunstmest eigenlijk en waarom is die zo bepalend voor het mondiale voedselsysteem?
Bijna alle gewassen groeien harder als ze tijdens het groeiproces extra voedingsstoffen krijgen toegediend, zoals stikstof, ammoniak en fosfor. Boeren strooien daarom al sinds jaar en dag dierlijke mest uit over hun land, maar die mest is schaars. In 1913 voltrok zich dan ook een heuse agrarische revolutie toen in Duitsland de Haber-Boschmethode werd ontwikkeld, waarbij stikstof en waterstof uit de lucht onder hoge temperatuur en druk worden omgezet in ammoniak. Sindsdien kan mest op grote schaal worden geproduceerd.
Alle voedingsstoffen die met zo’n chemisch proces worden gemaakt, worden kunstmest genoemd. Vanwege de lage kosten en grote effectiviteit heeft kunstmest zich als een olievlek over de wereld verspreid. Van India tot Colombia, de Verenigde Staten en Turkije: over de hele wereld gebruiken boeren de meststoffen om hun landbouwopbrengst te maximaliseren. De voedselvoorziening is ervan afhankelijk geraakt; bijna de helft van de wereldbevolking wordt inmiddels gevoed met voedsel dat met behulp van kunstmest wordt geproduceerd.
Het ene land gebruikt meer kunstmest dan het andere. Oekraïne heeft bijvoorbeeld relatief weinig kunstmest nodig, omdat zijn zwarte aarde van zichzelf veel stikstofrijker is. Zanderige bodems in West-Europa, het Midden-Oosten en Afrika hebben juist meer kunstmest nodig. Ook hebben granen als rijst en maïs meer baat bij voedingsstoffen dan peulvruchten, zoals soja. Koffieplanten en fruitbomen verlangen meer mest dan bladgewassen als sla.
Financiële overwegingen spelen ook mee in het kunstmestgebruik. In Europa, waar vanwege de grote vee-industrie veel dierlijke mest beschikbaar is, gebruiken boeren minder kunstmatige mest. In sommige Afrikaanse landen, waar relatief weinig landbouw op industriële schaal plaatsvindt, wordt kunstmest nog steeds amper gebruikt, omdat kleine boeren het zich niet kunnen veroorloven.
De blokkade van de Straat van Hormuz beïnvloedt de kunstmestmarkt op twee manieren, zegt Milenkova van de Rabobank. Om kunstmest te maken, zijn grote hoeveelheden vloeibaar gas (lng) nodig. Omdat de landen in het Midden-Oosten grote gasvoorraden hebben, produceren ze zelf veel kunstmest. Maar die handel krijgen ze nu niet door de Straat. Tegelijkertijd drijft de blokkade de wereldwijde prijs van lng op. De vele landen die hun eigen kunstmest produceren, van Egypte tot Nederland en India, zijn dus ook duurder uit.
Van alle soorten kunstmest is vooral de markt voor ureum hard getroffen door de Iranoorlog. Deze veelgebruikte kunstmestsoort wordt vaak gemaakt met vloeibaar gas uit Qatar. Vermoedelijk blijft die prijs nog een tijd lang hoog, zeker nu de Verenigde Staten, na het mislukken van de onderhandelingen met Iran afgelopen weekend, ook blokkades opwerpen in de Straat.
Maar ook zonder blokkades zijn de problemen niet zomaar voorbij. De Iraanse bombardementen op Qatar hebben zo veel schade aangericht aan Qatars lng-installaties dat het nog jaren kan duren voordat de productie daarvan weer op peil is.
China en Rusland, twee andere grote kunstmestexporteurs, nemen geen risico en beschermen hun eigen boeren. China verbood onlangs de export van bijna alle soorten kunstmest. Rusland stopte op 21 maart voor een maand met het exporteren van ammoniumnitraat richting Zuid-Amerika en Azië. Dat drijft de kunstmestprijzen verder op.
Hogere kunstmestprijzen stuwen, samen met de hogere brandstofprijzen, verpakkings- en vervoerskosten, uiteindelijk de voedselprijzen op. Want boeren staan nu voor een onmogelijke keuze, zegt econoom Torero. Blijven ze ondanks de hogere prijzen evenveel kunstmest gebruiken, met het risico dat de winst afneemt als de voedselprijzen niet even hard stijgen? Of verminderen ze het kunstmestgebruik, waardoor hun landbouwopbrengst vermindert en er minder voedsel beschikbaar komt?
De meeste boeren kiezen waarschijnlijk voor het verminderen van het kunstmestgebruik of slaan zelfs een heel oogstjaar over, zegt Torero. ‘Anders worden de marges te klein.’ Maar hoe meer boeren dat doen, hoe lager de landbouwopbrengsten worden en hoe harder de prijs van voedsel stijgt. ‘Dan kan er zelfs een situatie ontstaan waarin de armste landen voedseltekorten krijgen.’
De blokkade van de Straat van Hormuz legt daarmee opnieuw de kwetsbaarheid van het wereldwijde voedselsysteem bloot, net als de Russische invasie van Oekraïne dat deed. Deze verstoring kan zelfs méér schade aanrichten, waarschuwt Torero. ‘Oekraïne had maar effect op één soort gewas, namelijk graan. En er waren andere landen die het tekort konden opvangen. Deze blokkade treft bijna alle boeren en gewassen.’
Boeren in Sri Lanka, Pakistan, India en Bangladesh staan rond juni als eersten voor de kunstmestvraag. Deze landen hadden de afgelopen weken al kunstmest moeten inkopen of produceren voor de nieuwe oogst die vanaf juni wordt ingezaaid, maar door de tekorten aan vloeibaar gas zijn kunstmestfabrieken stil komen te liggen. Torero verwacht dat het voor die landen uitdraait op minder kunstmestgebruik en minder landbouwopbrengsten, een pijnlijke uitkomst voor de lokale boeren.
Om alle monden te kunnen blijven voeden, zullen de Zuid-Aziatische landen meer voedsel inkopen op de wereldmarkt. Daardoor zal de schaarste toenemen, maar omdat deze landen relatief weinig voedsel exporteren, zal de impact op de wereldwijde voedselsector beperkt zijn.
De echte klap voor de rest van de wereld komt pas wanneer boeren in Brazilië, een van de grootste voedselexporteurs en kunstmestgebruikers ter wereld, rond juli met de gestegen kunstmestprijzen worden geconfronteerd. Braziliaanse boeren produceren veel maïs, soja en graan voor veevoer, dus als zij minder gaan produceren, stijgen uiteindelijk ook de prijzen van zuivel- en vleesproducten, zegt Torero. ‘En hoe langer de hoge kunstmestprijzen aanhouden, hoe meer grote exporteurs hier last van krijgen en hoe hoger de voedselinflatie zal zijn.’
Dat het mondiale voedselsysteem zo verstoord kan worden doordat één zeestraat is geblokkeerd, is veelzeggend, vindt Bart de Steenhuijsen Piters, die aan de Wageningen Universiteit onderzoek doet naar voedselsystemen. ‘De wereld heeft haar voedselsysteem de afgelopen decennia ingericht op het principe: zo goedkoop mogelijk produceren en op de goedkoopste plekken inkopen. Het nadeel daarvan is dat je iedere prijsschok direct voelt.’
Europese landen kunnen daarmee omgaan. Zelfs met hogere voedselprijzen kopen supermarkten nog alle voedselvoorraden op. En al doet het bij sommige gezinnen pijn in de portemonnee, met hogere voedselprijzen wordt er meestal niet minder gegeten.
In Zuid-Amerika, Azië en Afrika, waar consumenten een groter deel van hun inkomen aan voedsel besteden, ligt dat anders. Vooral Afrikaanse landen krijgen het zwaar. Want ook al gebruiken de landen weinig kunstmest, ze voelen de gevolgen van de hogere voedselprijzen die door hogere kunstmestprijzen worden veroorzaakt het meest, omdat ze relatief veel voedsel importeren. In Botswana, Somalië en Libië bijvoorbeeld is de voedselimport meer dan de helft van de binnenlandse consumptie.
Omdat Afrikaanse consumenten hogere voedselprijzen niet altijd kunnen dragen, komen de Afrikaanse landen als laatste aan de beurt op de wereldmarkt, zegt De Steenhuijsen Piters. ‘Als de prijzen maar lang genoeg hoog blijven, kan het in sommige landen leiden tot lege schappen en dus voedseltekort.’
Zoals bij elke crisis zijn er ook dit keer winnaars. Rusland krijgt, als grote lng- en kunstmestexporteur, flink meer geld binnen. China, een andere grote kunstmestproducent, kan meer verdienen aan de gestegen kunstmestprijzen, als het zijn export niet verder indamt. Ook Nigeria, dat dankzij zijn eigen gasvoorraden zelf kunstmest produceert en de grootste olie-exporteur van Afrika is, profiteert.
Maar de echte winnaars zijn biologische boeren die geen kunstmest gebruiken. ‘Zij hebben helemaal geen last van deze schommeling’, zegt De Steenhuijsen Piters. Maar een massale overstap op biologisch boeren is geen optie, omdat de vraag naar voedsel door de groeiende wereldbevolking blijft toenemen. ‘Als iedereen biologisch boert, produceren we te weinig als wereld.’
Toch kunnen landen volgens de voedselsysteemonderzoeker wel maatregelen nemen om hun voedselsysteem weerbaarder te maken. Zo kunnen ze grotere kunstmestvoorraden aanleggen, zodat ze minder afhankelijk worden van de schommelingen op de markt. Ook het voeren van een actief voedselbeleid kan de weerbaarheid vergroten.
Zo legt een land als India enorme voorraden rijst en tarwe aan. En als de voedselprijzen op de wereldmarkt eind dit jaar stijgen, kan het land de grenzen voor export sluiten om te voorkomen dat er voedseltekorten in het binnenland ontstaan. Dat beleid is een overblijfsel van grote voedselcrises in India in de jaren vijftig en zestig. ‘Daar werd door westerse economen altijd een beetje lacherig over gedaan’, zegt De Steenhuijsen Piters. ‘Maar nu zie je dat het eigenlijk zo gek nog niet is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant