Melkveehouders die de komende drie jaar 10 tot 20 procent van hun koeien wegdoen, kunnen daarvoor subsidie krijgen van het kabinet. Deze nieuwe ‘extensiveringsregeling’ moet de stikstofuitstoot en mestproductie in Nederland verlagen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De Europese Commissie heeft de regeling dinsdag goedgekeurd, meldt landbouwminister Jaimi van Essen aan de Tweede Kamer. Het fiat van Brussel was noodzakelijk, omdat de subsidieregeling neerkomt op staatssteun aan Nederlandse boeren.
Boeren die mee willen doen, kunnen zich tussen 1 juni en 29 juli inschrijven. Deelnemers moeten 10 tot 20 procent van hun koeien naar de slacht brengen. Dat krimppercentage wordt berekend op basis van het aantal koeien dat ze in 2025 hielden. De veehouder mag zijn veestapel daarna drie jaar lang niet laten groeien.
De overheid compenseert de deelnemers voor het verlies aan melkopbrengsten. Ze krijgen 1.534 euro subsidie per jaar per ingeleverde koe. Daarnaast betaalt de overheid ook nog 110 euro per koe voor de fosfaatrechten. In totaal is dat dus 1.606 euro per koe.
Een veehouder mag alleen koeien houden als hij over het bijbehorende aantal fosfaatrechten beschikt. Die rechten heeft de overheid in het verleden gratis aan boeren uitgedeeld om de veestapel aan een maximum te binden. Melkveehouders die meer koeien willen houden, moeten sinds 2018 eerst fosfaatrechten kopen van een andere boer. Als gevolg van die schaarste zijn fosfaatrechten nu geld waard.
Veehouders die op de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) inschrijven, moeten hun fosfaatrechten permanent inleveren. Als ze na de looptijd van drie jaar hun veestapel weer willen laten groeien, moeten ze dus eerst voldoende fosfaatrechten terugkopen of huren. Omdat de ingeleverde fosfaatrechten worden geschrapt, leidt de Sem tot een permanente daling van het aantal koeien in Nederland.
Het kabinet heeft 627 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de regeling, die al door Van Essens voorganger Femke Wiersma werd voorbereid. Wiersma deed dat niet uit eigen beweging, maar in opdracht van de Tweede Kamer.
Van Essen schrijft aan de Tweede Kamer dat dit bedrag (waarvan ruim 11 miljoen euro opgaat aan uitvoeringskosten) voldoende is om maximaal 64 duizend melkkoeien te elimineren. Dat staat gelijk aan ongeveer 4 procent van het totaal aantal Nederlandse melkkoeien. Als dit aantal wordt gehaald, daalt de uitstoot van ammoniak (een stikstofverbinding) volgens Van Essens ambtenaren met 0,5 megaton en de CO2-uitstoot met 0,3 megaton.
Het ministerie denkt dat de regeling momenteel relatief aantrekkelijk is vanwege de lage melkprijs. Van Essens ambtenaren opperen dat vooral boeren die vlak voor hun pensioen zitten of willen omschakelen erop zullen intekenen.
Melkveehouders die zich inschrijven, moeten aan nog een paar voorwaarden voldoen. Ze mogen geen grasland omturnen in akkerland (weiland houdt stikstof beter vast) en de verdwenen melkkoeien niet vervangen door andere graasdieren (jongvee, geiten, schapen of paarden).
De regeling wordt opengesteld op basis van het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Of het bedrijf dicht bij een natuurgebied ligt is dus geen factor. Als de subsidie eenmaal is toegekend, moet de boer zijn koeien binnen vier weken wegdoen.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant