Home

In het WK-kwalificatieduel tegen Frankrijk ontbreken de routiniers. Welke spelers springen in dat gat?

Vrijwel alle routiniers hebben zich afgemeld bij het Nederlandse team, uitgerekend in de week dat ze de twee moeilijkste WK-kwalificatiewedstrijden spelen tegen Frankrijk. Wat doet dat met het team, dat toch al ‘in transitie’ is?

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Op iedere werkplek en in iedere familie werkt het ongeveer hetzelfde. In een groep heeft iedereen zijn eigen rol en als mensen bij elkaar komen, vervallen ze vaak automatisch in dezelfde patronen. Met alle voor- en nadelen die daarbij horen.

Maar wat gebeurt er als opeens de oudste werknemers of familieleden wegvallen? Wat doet het met de anderen als de meest ervaren, vaak ook de meest mondige, in de groep er niet zijn? Nemen anderen dan het voortouw of kijkt iedereen elkaar verlamd aan? Wordt de groep hechter of valt die juist uit elkaar?

Het zou voor psychologen interessant zijn om op dit moment als een vlieg op de muur bij de Nederlandse voetbalsters aanwezig te zijn. Want bovenstaand scenario is precies wat zij op dit moment doormaken. Uitgerekend in de week dat ze de twee moeilijkste WK-kwalificatiewedstrijden spelen, beide tegen Frankrijk, moeten ze het doen zonder vrijwel alle routiniers, die vanwege blessures hebben afgezegd.

Aanvoerder Dominique Janssen (31) is er dinsdag in Breda en zaterdag in Auxerre niet bij. Haar logische vervanger Caitlin Dijkstra (27) haakte op het laatst eveneens af, net als Kerstin Casparij (25). Ook Jackie Groenen (31), Daniëlle van de Donk (34), Jill Roord (28) en Vivianne Miedema (29) ontbreken.

Nieuwe identiteit

Op Dijkstra en Casparij na waren ze er allemaal bij op het EK van 2017, de doorbraak van het vrouwenvoetbal in Nederland. En bijna tien jaar later behoren zij nog altijd tot de bekendste gezichten van Oranje. Bovendien worden ze door de buitenwereld vaak gezien als de leiders van het team, de spelers met de meeste invloed, die ook op belangrijke momenten het team op sleeptouw nemen.

Het was dus best verrassend dat Casparij – zij haakte pas maandag af – in de aanloop naar het tweeluik met Frankrijk zei dat er volgens haar niet ‘een heel duidelijke hiërarchie’ is in de ploeg. ‘Om nou te zeggen: dit zijn de bazen, deze mensen zeggen altijd wat, deze mensen bepalen. Nee, daar zijn we een klein beetje van afgestapt. Dat is niet wat wij willen.’

De speler van Manchester City vertelde er ook bij dat zij samen met keeper Lize Kop een van de ‘cultuurleiders’ binnen het team is. Die rol bestaat sinds Arjan Veurink bondscoach is. Bij zijn aantreden vorig najaar zei hij al dat het team ‘een nieuwe identiteit’ moest ontwikkelen. Casparij en Kop helpen hem daarbij door activiteiten te organiseren.

‘De vorige interlandperiode hebben we met zijn allen graffiti geschilderd’, vertelde Casparij enthousiast. ‘We hebben bepaalde kernwoorden geprobeerd uit te beelden. Met daarbij een uitleg wat die woorden voor iedereen betekenen.’

Er wordt niet elke interlandperiode geschilderd. Er zijn ook veel gesprekken, wedstrijdbeelden worden bekeken en zo nu en dan sprekers uitgenodigd. Casparij: ‘Dat is ook superleuk, maar wij hebben veel energie, dus we dachten: laten we vooral iets creatiefs gaan doen.’

Gouden generatie

Dit soort activiteiten ondernemen veel (sport)teams, wat dat betreft is het dus niets bijzonders. Maar dit ‘team in transitie’, zoals Veurink het noemt, heeft er op dit moment wel meer behoefte aan.

Over de identiteit van het vrouwelijke Oranje hoefde jarenlang niet lang te worden nagedacht. De ploeg bestond uit voetballers die zichzelf tegen de klippen op omhoog hadden gewerkt. Ze groeiden op in een tijd dat voetbal voor meisjes en vrouwen veel minder gewoon was en de faciliteiten en beloningen bij clubs beroerd waren.

Stap voor stap werden ze niettemin beter, ze speelden hun eerste EK, WK en in 2017 kwam met de Europese titel in eigen land de ultieme beloning. Van voetballers in de marge werden ze, ook tot hun eigen verrassing, opeens deel van een geslaagde gouden generatie.

Dat succes, gevolgd door WK-zilver in 2019, bleef lang het referentiepunt. Ook in de afgelopen jaren toen de prestaties al lang niet meer daarbij in de buurt kwamen. ‘Wij kunnen van iedereen winnen’, hield de vorige bondscoach Andries Jonker vol. Op het EK vorig jaar hoopte hij vurig op een laatste kunstje van Sherida Spitse, Miedema en co.

Nederland werd daar juist al in de groepsfase uitgeschakeld; Frankrijk gaf in Basel met 5-2 de genadeklap. In de afgelopen jaren waren al steeds meer ervaren spelers gestopt. Na Sari van Veenendaal, Stefanie van der Gragt en Lieke Martens hield in het najaar ook Spitse ermee op. Het terugverlangen naar oud succes had steeds minder met de werkelijkheid te maken.

Zoektocht

‘De meesten van die generatie zijn er niet meer bij’, constateert ook Casparij. ‘Nu zijn we met een nieuwe groep iets aan het bouwen. We zijn op zoek naar de dingen waarmee wij ons willen identificeren.’

Wat er precies voor kernwoorden naar boven kwamen tijdens de graffitisessie, wilde ze niet verklappen. Het team neemt ook de tijd, volgens Casparij moet de identiteit duidelijk zijn ‘richting de volgende zomer’. In 2027 dus, als Nederland het WK hoopt te spelen in Brazilië. Bondscoach Veurink lichtte niettemin een tipje van de sluier op.

‘Uiteindelijk gaat het om samen strijd leveren op het veld’, zei hij. ‘Maar ook om een cultuur waarin je jezelf mag zijn en kunt zijn. Waarin je je kunt uitspreken als je een mening hebt, of die nou kritisch is of positief, zonder dat je daar per definitie op afgerekend wordt. Dat is een cultuur waar ik ook echt voor wil staan en gelukkig willen de spelers dat ook.’

Dat er volgens Casparij geen ‘duidelijke hiërarchie’ in het team is, begrijpt hij wel. ‘Een team met heel dominante spelers aan de bovenkant die alles bepalen, dat is iets wat deze generatie echt niet meer trekt, wat er niet goed meer bij past.’

Blik naar voren

De blik gaat dus niet meer achteren, maar moet naar voren. Midden in dat transitieproces wordt de klok in deze interlandperiode nu even een paar jaar vooruit gezet. Door alle geblesseerden lijkt het alsof de hele gouden generatie al met pensioen is. Tegen Frankrijk is Lineth Beerensteyn de enige die het EK in 2017 nog heeft meegemaakt.

Veurink had die andere routiniers er veel liever bij gehad, zeker tegen de sterkste tegenstander in de groep. Hij hoopt dat andere spelers in het gat springen, dat zal wel moeten ook, maar hij zal benieuwd zijn wie dat dan gaan doen.

Van de post-2017’ers heeft vooral keeper Daphne van Domselaar (26) zich keer op keer bewezen in Oranje. Daarnaast is Wieke Kaptein inmiddels een vaste en betrouwbare waarde op het middenveld. Maar andere veelbelovende spelers zijn in Oranje nog niet echt doorgebroken (Romée Leuchter, Damaris Egurrola, Victoria Pelova), presteren wisselvallig (Casparij), hebben de hoge verwachtingen nog niet waargemaakt (Esmee Brugts) of zijn gewoon nog erg jong (Veerle Buurman).

Kansen volop

Slechte resultaten tegen Frankrijk zijn op zich overkomelijk. Directe plaatsing voor het WK is dan waarschijnlijk uit zicht, maar er zijn nog volop kansen in de play-offs. De bondscoach zit er alleen niet op te wachten dat zijn team in opbouw twee keer van de mat wordt geveegd.

Maar het kan natuurlijk ook precies de andere kant opgaan. Twee goede wedstrijden tegen een topland zouden het fundament kunnen leggen voor dit zoekende team, het symbolische begin van een nieuwe succesformatie.

‘Natuurlijk is dit een mooie gelegenheid voor andere spelers’, zegt Veurink. ‘Om te laten zien wat zij kunnen bijdragen. Ik probeer vooral optimistisch te blijven, ze veel vertrouwen te geven en ze te laten geloven dat we ook met deze groep Frankrijk maximaal kunnen uitdagen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next