Home

Hoe een ziekenhuisdirecteur de genocide van Al Fashar overleefde. ‘We voelden mensenlevens door onze handen glippen’

Modther Ibrahim Suleman Abakar | Soedanese ziekenhuisdirecteur Modther Ibrahim Suleman Abakar leidde het enige ziekenhuis dat in nog overeind stond in het Soedanese Al Fashar. Abakar, inmiddels veilig in hoofdstad Khartoem, zag van dichtbij hoe de paramilitaire RSF executies en massamoorden in ziekenhuizen uitvoerde. Een ooggetuigenverslag.

Dokter Abakar in Khartoum.

‘Om eerlijk te zijn, ik had nooit gedacht dat ik Al Fashar zou moeten verlaten. Ook niet toen er duizenden bommen op onze hoofden vielen. We gingen ervan uit dat we het wel zouden redden. Ik ben in Al Fashar geboren, ik groeide er op, studeerde er geneeskunde en was er directeur van het enige ziekenhuis dat nog functioneerde. En ja, op mijn schouders voelde ik het gewicht van een zware menselijke en morele plicht: een ziekenhuis met honderden patiënten laat je niet zomaar in de steek. Maar toen kwam de dag dat onze stad ten onder ging.”

Dokter Modther Ibrahim Suleman Abakar (29) is een belangrijke ooggetuige van de genocide die zich vorig jaar in de Soedanese stad Al Fashar voltrok. Als medisch directeur van het Saudi-ziekenhuis zag hij hoe de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) de stad eerst omsingelden en vervolgens de bevolking uithongerden en bestookten met duizenden raketten en drones. Zijn ziekenhuis was een van de belangrijkste doelwitten. „Maar mensen bleven wel naar ons ziekenhuis komen. Gewonden, zieken, bejaarden, hoogzwangere vrouwen … We bleven ze verzorgen, we bleven opereren.”

Eind december, twee maanden na de massamoord in Al Fashar waarbij duizenden mensen werden gedood, bereikte dokter Abakar met heel veel geluk de Soedanese hoofdstad Khartoem. Hij is nu veilig.

Drie jaar geleden op 15 april 2023 brak de oorlog in Soedan uit. Wat een escalatie was van een politieke machtsstrijd tussen het Soedanese regeringsleger en de RSF groeide uit tot een verwoestende oorlog met buitenlandse inmenging, die zich over vrijwel het hele land heeft verspreid.

Tijdens een videogesprek vertelt dokter Abakar hoe zijn stad Al Fashar steeds meer in de greep kwam van het geweld. „Dat ging geleidelijk. De RSF vielen eerst enkele buitenwijken aan waardoor we het kinderziekenhuis moesten sluiten omdat het pal in de vuurlinie lag. Maar er waren toen nog veel gevechtspauzes en er werd slechts geschoten met lichte artillerie. We konden nog ademen.”

Modther Abakar in het ziekenhuis, datum onbekend

Kilometerslange gracht

Na een paar maanden veranderde er iets wezenlijks in de oorlogsstrategie, vertelt de arts. De militie wilde niet zozeer het regeringsleger in Al Fashar verslaan, ze wilde de bevolking uithongeren en terroriseren. „De blokkade begon met het afsnijden van de belangrijke invalswegen vanuit Khartoem en Libië. Dorpen en boerderijen rondom de stad werden in de as gelegd. De mensen werden er vermoord en verjaagd, de landbouwgronden afgebrand.”

Rondom de stad groeven de RSF een kilometerslange diepe gracht waar gewapende militieleden patrouilleerden. De toevoer van voedsel, basismiddelen en medicijnen viel stil. „We zaten opgesloten in een open gevangenis. Het was de periode dat er steeds meer gewonden in ons ziekenhuis belandden. Elke dag drong het meer en meer tot me door: ze willen ons uithongeren, ze willen ons uitdrogen, ze willen ons uitmoorden.”

Voor dokter Abakar brak een lange en hallucinante periode aan waarin hij patiënten verzorgde en opereerde terwijl er onophoudelijk bommen op zijn ziekenhuis vielen. „Terwijl de raketten insloegen en het gebouw daverde, opereerden we gewonden, hielpen we vrouwen bevallen en voelden we ook mensenlevens door onze handen glippen.”

Beelden uit het ziekenhuis na een beschieting in december 2024. Daarbij kwamen zeven mensen om het leven en raakten veertien mensen gewond.

De oorlog in Soedan is al lang geen louter binnenlands conflict meer: terwijl de RSF militaire steun krijgen van de Verenigde Arabische Emiraten, leunt het regeringsleger op buitenlandse bondgenoten zoals Egypte. Daardoor beschikken de RSF over de modernste drones en raketten die de Emiraten via geheime luchthavens leveren.

Hoe vlot en efficiënt die wapenleveranties verliepen, konden Abakar en zijn collega’s met eigen ogen vaststellen toen een geleide raket op het ziekenhuisgebouw insloeg, waarvan ze het omhulsel op een lagere verdieping terugvonden. De fabricagedatum was nog leesbaar: de raket was een week daarvoor geproduceerd. „Van de wapenfabriek naar ons ziekenhuis in nog geen week tijd! De Emiraten weten duidelijk van aanpakken.”

Aanval op kraamkliniek

Tijdens deze horrormaanden ziet dokter Abakar het aantal aanvallen op burgerdoelwitten toenemen. „Hoe preciezer en krachtiger de raketten en de drones werden, hoe meer markten, moskeeën en gezondheidsposten er werden geraakt. Ons eigen ziekenhuis is in 2025 liefst 51 keer bestookt. De aanvallen waren precies gericht en net daardoor zo kwaadaardig. De overlevingsstrijd van ons ziekenhuis was een oorlog binnen een oorlog: ze vernietigden het watersysteem en dan moesten wij dat zo snel mogelijk herstellen. Daarna raakten ze onze elektriciteitsinstallatie en dan moesten we die weer repareren. Van lakens en muskietennetten maakten we verbanden. We waren niet alleen dokters maar ook loodgieters en reparateurs. Slapen deden we amper.”

Dokter Abakar beschrijft zijn persoonlijke overlevingsstrijd, hoe hij maandenlang op adrenaline leefde. Hij kon het zich niet permitteren om te rouwen of zich te laten verlammen door angst, vertelt hij. „Een moment dat voor altijd door mijn hoofd blijft spoken, is de aanval op onze kraamafdeling. Op een moment dat daar zwangere en net bevallen vrouwen met baby’s aanwezig waren, werd die ruimte met drie raketten vernield. Er waren geen overlevenden. Even daarvoor had ik nog een zwangere vrouw zien voorbijkomen die voor een spoedbevalling naar de afdeling onderweg was. Telkens ik de foto’s van na die aanval zie, moet ik huilen. Zelfs het prille leven kreeg in Al Fashar geen kans.”

Sinds Abakar in Khartoem is, leeft hij met tegenstrijdige emoties, vertelt hij. „Fysiek ben ik dan wel veilig, mentaal ben ik natuurlijk nog erg verbonden met wat er zich in Al Fashar heeft afgespeeld. Het heeft me getekend, waarschijnlijk voor de rest van mijn leven. Als ik mijn ogen sluit, zie ik de gezichten van de mensen die ik moest achterlaten, die er niet meer zijn of die nog steeds gevangen zitten en dagelijks onvoorstelbaar geweld moeten ondergaan.”

Van tachtig naar veertig kilo

En toch, op een of andere manier, ging het dagelijkse leven in Al Fashar verder. Mensen moesten eten, hun kinderen voeden. „In de stad werden meerdere collectieve gaarkeukens opgezet. Burgers deelden het weinige eten dat ze konden vinden. Die collectieve keukens mag je gerust een menselijk wonder noemen: ze zijn een toonbeeld van de solidariteit die zo typerend is voor het Soedanese volk.”

Door de blokkade werd voedsel steeds schaarser en duurder. Al snel waren er alleen nog basisgroenten zoals uien, vertelt Abakar. „Op het einde kookten mensen zelfs de huiden van koeien om op te eten. (…) We waren met z’n allen aan het verhongeren. Ik zag mijn collega’s steeds magerder worden. Zelf ben ik veertig kilo afgevallen. Van een kloeke man van tachtig kilo naar een soort geraamte van veertig kilo.”

En toen kwam die dag dat de stad ten onder ging. 26 oktober 2025, de dag dat de RSF de stad bestormden en de bevolking begonnen uit te moorden. „Elke dag vielen er duizend raketten op de stad. We hadden ondertussen een schuilkelder naast het ziekenhuis laten bouwen waar we voortdurend naartoe moesten vluchten. Ook in de nacht van 25 op 26 oktober waren de inslagen hels: de ene dreun na de andere.”

Op de binnenplaats van het ziekenhuis kampeerden veel ontheemden. Tot die gebombardeerd werd.

Rond zes uur ’s ochtends zagen ze verdachte bewegingen in de straten rondom het ziekenhuis. Abakar besefte dat het voorbij was, dat de milities zich aan het voorbereiden waren om het gebouw te bestormen. „Op dat moment besloten we om het ziekenhuis uit te sluipen. Echt een verschrikkelijk moment, we moesten veel van onze patiënten achterlaten. Later hoorde ik dat velen van hen in hun bed afgemaakt zijn. Weerloze mensen.”

De ontsnappingspoging van het ziekenhuispersoneel mislukte. Dokter Abakar en zijn collega’s waren de stad amper uit of ze werden belaagd door RSF-leden. „Ze vielen ons aan, sloegen ons en bevalen ons om naar het noorden te lopen. Ik herinner me dat er tijdens onze vlucht om de twee à drie meter een lijk lag.”

Tienduizend gevangenen

Die 26ste oktober, rond tien uur ’s morgens, werden dokter Abakar en zijn collega’s naar een verzamelplaats geleid waar wel tienduizend mensen waren samengedreven. „Op sociale media circuleren nog altijd gruwelvideo’s van die chaos. Mensen werden afgeranseld, van dichtbij met rubberkogels beschoten of geëxecuteerd. Ik wist heel goed dat ik, als ze me zouden herkennen, meteen afgemaakt zou worden. Omdat ik tot de laatste dagen rapporten over de raketaanvallen op het ziekenhuis was blijven delen met de Soedanese instanties en mensenrechtenorganisaties, was ik voor hen een zeer vervelende getuige.”

Uit voorzorg had Abakar zijn smartphone en laptop vernietigd, zijn baard afgeschoren en zijn haar geknipt. „Toen de milities me de vraag toeschreeuwden of ik een militair was, vreesde ik dat ze me meteen zouden executeren. Maar ze lieten me passeren. Pas later besefte ik dat ik zo graatmager was dat ze me niet hebben herkend.”

Die dag dreven de milities hun tienduizend gevangenen naar het dorpje Qarni, ten noordwesten van Al Fashar. „Het was een chaotische tocht, de milities gedroegen zich echt als beesten. Iedereen kreeg zware klappen. Er werd geschoten. Om de een of andere reden besloten ze om de groep in tweeën te splitsen: de ene helft werd met vrachtwagens afgevoerd, de andere helft werd opgesloten in de gebouwen van de plaatselijke school. Ikzelf belandde in de school.”

Het is in dat schoolgebouwtje dat dokter Abakar tot zijn eigen verbazing een kans krijgt om te ontsnappen. „De inwoners van Qarni mochten het gebouw in om wat voedsel te verkopen. Een van hen, een vrouw, keek me aan en zei: ‘Jij bent toch de dokter van het Saudi-ziekenhuis?’ De angst greep me naar de keel. Toch iemand die me herkende! ‘Nee, nee,’ zei ik, ‘ik ben helemaal geen dokter’. ‘Toch wel’, zei ze. ‘Jij hebt mijn gewonde zus verzorgd, dankzij jou leeft ze nog.’ Ze bood me aan om te helpen ontsnappen. ‘Ga straks naar de achterkant van het gebouw en doe of je moet plassen. Ik zal je komen halen.’”

Tegenstrijdige emoties

Met de hulp van de vrouw en haar familie kon dokter Abakar het dorpje Hila bereiken, waar hij zich twintig dagen zou schuilhouden. Hij kreeg een djellaba, een ezel en zou van dorpje naar dorpje trekken om uiteindelijk de frontlinie over te steken naar regeringsgebied. Een tocht van twee maanden. Met zijn djellaba en ezel zag hij er niet meer uit als een stadsbewoner, maar als een boer. De familie van de vrouw bood hem telkens een schuilplek aan en gaf hem advies om de checkpoints van de milities te omzeilen. „Maar het bleef levensgevaarlijk: op elk moment kon het misgaan. Maar weet u: eigenlijk dacht ik niet meer aan de gevaren. Ik reisde met een totale gelatenheid: ‘Als ze me te pakken krijgen en vermoorden, dan is dat maar zo’, speelde door mijn hoofd. ‘En als ik dit overleef: des te beter. We zien wel.’”

Eind december arriveerde dokter Abakar in Khartoem. „Gelukkig omdat ik nog leefde, diep ongelukkig over de dood van enkele familieleden en het onzekere lot van mijn collega’s. Ik probeer nu op adem te komen, maar ik ben toch vooral bezig met het opsporen van vermiste collega’s. Mogelijk zitten ze nog in de foltergevangenissen van de RSF, de kans is ook groot dat ze dood zijn.”

Af en toe verneemt hij dat een vermiste collega is opgedoken in een van de grote ontheemdenkampen van Darfur. „Zo confronterend: dit zijn de mensen die in de moeilijkste uren van het beleg het Saudi-ziekenhuis mee draaiende hielden. Ze waagden hun leven om mensenlevens te redden. En nu zijn ze aan het verhongeren in een kamp. Dat kan ik niet toestaan.”

Een foto toont de verwoesting na een aanval op 11 augustus 2024. Volgens Modther Abakar werd het ziekenhuis doelbewust getroffen met 11 houwitsergranaten, waardoor ongeveer tien mensen omkwamen en meerdere gewonden vielen.

Mensenrechten

Lees meer

Lees meer

Mensenrechten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next