Toetsen Op het vmbo is de examentijd al aangebroken. Leerlingen moeten bij praktijkexamens laten zien hoe goed ze beroepsvaardigheden beheersen. Docenten examineren. „We hebben leerlingen, die kunnen mij echt álles verkopen.”
Stedelijk College Eindhoven: het vmbo-praktijkexamen mobiliteit en transport met rechts docent Paul van Spaandonk als examinator.
Op de trap bij het gymlokaal zit een leerling, ze kijkt somber voor zich uit. Peter Zwenger, secretaris van de commissie die op het Stedelijk College Eindhoven de examens regelt, loopt langs en vraagt wat haar scheelt. „Ik heb mijn examen voor zorg en welzijn verknald”, zegt ze. „Mijn strijkijzer had ik gevuld met water, maar het lekte. Ik weet ook niet precies hoe dat kwam.”
Terwijl havo- en vwo-leerlingen zich nog voorbereiden op de centrale eindexamens, die in mei beginnen, zijn vmbo’ers al volop bezig. Van april tot juli worden op middelbare scholen de centrale praktijkexamens afgenomen voor de beroepsgerichte vakken, voor leerlingen die vmbo-basis, -kader of -gl (gemengde leerweg) volgen. Scholen mogen deze examens zelf plannen.
De zestigduizend leerlingen die meedoen, moeten opdrachten maken die passen binnen hun profiel – zoals zorg en welzijn, mobiliteit en transport, bouwen, wonen en interieur of economie en ondernemen. Bij zorg en welzijn gaan de examens bijvoorbeeld over huishouden, hygiëne, verpleging en verzorging. En leerlingen moeten ook laten zien dat ze een professioneel gesprek kunnen voeren over een cliënt.
Voor de deur van het examenlokaal staan leerlingen te wachten op hun beurt. Vanessa (16) mag naar binnen, ze moet plaatsnemen achter een bureau met een computer en een telefoon. Van de twee docenten die examineren, krijgt ze de casus op papier. De inhoud daarvan mag niet in de krant worden onthuld, evenmin de opdrachten voor andere vakken: sommige scholen nemen deze examens pas later af.
Vanessa leest een paar minuten aandachtig. Op een kladblok maakt ze aantekeningen. Daarna moet ze het telefoongesprek voeren. Het is een rollenspel, waarbij ze een docent aan de lijn krijgt, die ergens anders in het schoolgebouw verblijft. De examinatoren checken op een beoordelingsformulier of Vanessa de juiste informatie heeft opgenomen en kan overbrengen. Pas later krijgt ze de uitslag te horen.
Volgens Arjen Daelmans, plaatsvervangend opleidingsdirecteur van het Stedelijk College Eindhoven, moet niet worden onderschat hoe zwaar deze examens zijn. „Bij een centraal schriftelijk eindexamen voor bijvoorbeeld havo of vwo zitten leerlingen een paar uur aan een tafeltje. Een praktijkexamen op het vmbo duurt soms veertien uur. Het bestaat uit verschillende onderdelen, waarvoor leerlingen meerdere dagdelen moeten terugkomen naar school.”
Direct na de praktijkexamens, die zo’n drie weken duren, volgen die voor algemene vakken, zoals Nederlands, wiskunde, Engels en economie. „Onze leerlingen hebben vijf weken achter elkaar examens, bij herkansingen zelfs zeven of acht”, zegt Daelmans.
De praktijkexamens leggen ook beslag op het lerarenteam, want leerlingen maken ze individueel of in kleine groepjes. Bij elke proef moeten twee docenten examineren. „Om voldoende mankracht en lokalen vrij te spelen hebben onze derdeklassers in deze weken geen lessen”, vertelt Zwenger. „Ze zijn op stage.”
Vmbo-leerlingen doen hun praktijkexamens. Links een leerling die bezig is met het examen bouwen, wonen, interieur. Rechts het examen mobiliteit en transport.
In de werkplaats voor het profiel mobiliteit en transport, die eruitziet als een volwaardige garage, sleutelen leerlingen aan auto’s. Tijdens het examen moeten ze binnen een afgelijnd vak rondom de auto blijven – vanwege de veiligheid en om elkaar niet te storen. Vandaag moeten ze drie opdrachten maken: een defect in de motor repareren, een probleem aan het onderstel verhelpen en een storing in de elektra oplossen.
De docenten prepareren de auto’s. „Bij die Opel Corsa kan ik gewoon een schakelaar omzetten en dan veroorzaak ik een storing”, zegt techniekinstructeur Jeffrey Spooren, een van de examinatoren. Moeizaam probeert een leerling een band om een velg te krijgen. Met z’n volle gewicht duwt hij erop. „Je had iets meer spek moeten eten”, grapt techniekdocent Paul van Spaandonk, de andere examinator.
Het College voor Toetsen en Examens stelt vast welke kennis en vaardigheden worden beoordeeld, en met welke normen. Toetsinstituut Cito verzint de examenopdrachten en verstrekt een checklist die de docenten langslopen voor de beoordeling. De opdrachten staan op een Cito-formulier dat bij aanvang van het examen wordt verstrekt.
Dat formulier moeten leerlingen aandachtig lezen voor ze beginnen. „Als je één zinnetje overslaat, gaat het verband weg en kun je de opdracht niet goed maken”, zegt Theo van der Maazen, docent en examinator voor bouwen, wonen en interieur. Vier jongens van vijftien en zestien jaar zitten op hun knieën op de betonnen vloer. Ze moeten materiaalberekeningen maken en voorbereidingen treffen voor een bouwwerk. „Ze doen allemaal hetzelfde”, zegt Van der Maazen, „maar elke leerling krijgt een andere maat op.” Zo kan er niet worden afgekeken, want iedereen moet zijn eigen berekening maken, nauwkeurig aftekenen en bouwen.
Het praktijkexamen, dat vijf dagdelen in beslag neemt, toetst vier onderdelen: meubel maken, een bouwproces voorbereiden, het bouwen zelf en design en decoratie. Het is een van de langdurigste vmbo-examens. Van der Maazen: „In het ene dagdeel doen we de concentratie-opdrachten. Het maken doen we het volgende dagdeel. Zes of zeven uur achter elkaar, dat redden ze niet qua concentratie.”
In januari of februari krijgt de school al een lijst met materialen die voor de examens moeten worden gekocht. De kosten voor een examen als mobiliteit en transport, dat nieuwe auto-onderdelen vereist, kunnen oplopen. Daelmans: „Een paar jaar geleden moesten we een specifiek onderdeel van metaal hebben. Toen waren de prijzen zo enorm gestegen dat alles via goedkope webshops als Temu en AliExpress werd besteld. Dat zat ons eigenlijk niet lekker.”
De voorbereidingen voor het praktijkexamen economie en ondernemen waren dit jaar ook een hele toer. Er moest een winkel worden ingericht met een toonbank, kassa en producten. „Vorig jaar moesten we plantjes aanschaffen, dit jaar dierenvoer”, zegt Daelmans. „Daar blijf je dan na afloop mee zitten. Dus de collega’s met een huisdier hebben geluk.”
Bij dit examen worden vaardigheden getoetst als klantgerichtheid, productkennis en verkoopgesprekken. Ahmad (17) moet de winkelier spelen, docent Sjoerd Mostermans is de klant. Een examinator observeert. „Hoe was het voor jou vandaag?”, vraagt Mostermans na afloop aan de leerling. „Dat durf ik niet te zeggen”, zegt deze. Ahmad kijkt vragend naar de examinator. „Je weet dat ik nog niks mag zeggen”, zegt die.
Op het Stedelijk College in Eindhoven worden voorbijgangers tot stilte gemaand: examens!
Het praktijkexamen is afgelopen jaren steeds praktischer geworden, zegt Mostermans. „Vroeger had je onderdelen over boekhouden. Dat was heel abstract, leerlingen hadden moeite zich dat eigen te maken.” Het rollenspel sluit beter aan bij hun talenten, vindt hij. „We hebben er leerlingen bij, die kunnen mij echt álles verkopen.”
Op 11 juni krijgen alle vmbo-leerlingen die nu hun examens hebben, te horen of ze zijn gezakt of geslaagd. In de week erna kunnen ze herkansen. Ook de leerling die problemen had met haar strijkijzer kan in principe nog slagen. Examensecretaris Zwenger: „Voor een praktijkexamen doen ze niet alles over, maar alleen het deel dat niet goed ging. En bij de herkansing krijg je nooit dezelfde opdracht.”