Drama In L’engloutie gaat een jonge lerares in 1899 naar de Alpen om de leerplicht in te voeren. Regisseur Louise Hémon is een afstammeling van Alpendocenten. Een gesprek over kolonisatie, antropologie en bijgeloof uit de bergen.
Lerares Aimée (Galatéa Bellugi) komt aan in een kleine Alpengemeenschap.
L’engloutie. Regie: Louise Hémon. Met: Matthieu Lucci, Samuel Kircher, Galatéa Bellugi. Lengte: 98 minuten.
Te zien in de bioscoop.
Lerares Aimée (Galatéa Bellugi) is eigenlijk een soort kolonisator, in dramafilm L’Engloutie – maar dan in eigen land. De film speelt in 1899; een jaar waarin het Franse rijk onder eufemismen als „koloniaal humanisme” nog bruut en razendsnel uitsloeg tot diep in Afrika en Zuidoost-Azië. Maar het was ook een jaar waarin Frankrijk het versnipperde binnenland probeerde te verenigen. Vooral in de Alpen woonden afgezonderd – als in gesloten ecosystemen – losse volken met eigen culturen, boerengeloven en ‘patois’.
De jonge Aimée trekt in L’Engloutie (de verzonkene) op missie naar zo’n berggemeenschap. „De Franse overheid had in 1882 leerplicht ingesteld”, zegt regisseur Louise Hémon in een Parijs’ hotel. „Iedereen moest het Frans machtig worden. Maar tegen die ‘binnenlandse kolonisatie’ was veel verzet.” Ook Aimée botst op kwakzalverij en een vastgevroren bergpatriarchaat. Als haar love-interest ook nog wordt verzwolgen door een lawine – kort na de liefdesdaad – krijgt Aimée eeuwen aan dorpsangst over zich heen.
„Een Alpen-western”, noemt Hémon de film. „Mijn intentie was om te laten zien waar wij als Fransen vandaan komen. De Amerikanen vertelden hun ontstaansverhalen via westerns, maar zoiets hebben we niet in Europa.”
In de komst van Aimée zie je het ontstaan van een verenigd Frankrijk. „Ze brengt met haar komst niet alleen onderwijs, maar ook de ‘Republikeinse idealen’ naar de bergen.” En daarin openbaren zich ongemakkelijke parallellen: de dorpelingen verzetten zich tegen ‘kolonisatie’, maar dromen weg bij foto’s van het gekoloniseerde Algerije. Hémon: „Alsof het El Dorado is.”
Als kijker moet je dat er wel allemaal zelf uithalen. L’engloutie legt niks uit. Het rijke antropologische detail moet je zelf opmerken. Zo is Aimée’s bergschool alleen ’s winters open, omdat de kinderen in de zomer op het land dwangarbeid verrichten. Of zie je de mannen zich soms haastig op de donkere rotsen vlijen. „Dat komt doordat de zon op die hoogte héél laag hangt, waardoor hij maar zelden de vallei invalt”, legt Hémon uit. „Zij noemden dat ‘het luisteren naar de zon’.”
„Ik leerde al die dingen van mijn grootouders”, zegt Hémon. Eerder maakte ze documentaires. Ze is gewend om uit archieven te putten. Nu kon ze putten uit haar persoonlijk archief. „Ik kom uit een lange traditie van leraren. En vroeger werden jonge docenten naar de verre dorpen in de Alpen gestuurd. Niemand wilde daarnaartoe. Daar vertelden mijn grootouders over.”
Ze erfde ook twee teksten. „Een academische antropologische tekst, geschreven door mijn groottante in 1922. En één kort sprookje dat mijn grootvader schreef. Daarin sterft de oudste van een Alpendorp in het hart van de winter. De grond is bevroren, ze kunnen hem niet begraven. Daarom besluiten ze hem op het dak van de school te takelen. Maar dat geeft de dorpslerares gruwelijke nachtmerries. Dat zit in de film.”
Aimée onderwijst de dorpskinderen.
De winter speelt een hoofdrol in L’engloutie. De kou is een „openlucht-gevangenis”, zoals Hémon het noemt. Het beperkt elke beweging, beïnvloedt elk besluit. Maar het geeft de film óók de broeierige sfeer van een erotische thriller. Iedereen krijgt rooie blossen. Het verlangen naar warmte is soms ondraaglijk – naar een vuurtje al, laat staan een mensenlijf.
Erotiek was „essentieel” voor Hémon, zegt ze. „In de films over die tijd worden vrouwen vaak totaal ontdaan van elk seksueel genoegen. Als een soort engelen. Aimée moest voor mij zowel bestaan als leraar, maar ook als iemand met een sterke intimiteit en seksualiteit. Zij kíjkt naar de mannen als ze zich in de zon vlijen: een omdraaiing van de mannelijke blik. Het is een referentie aan Madame Bovary.”
Het jaar 1899 is ook niet voor niets gekozen. „Aimée staat aan het einde van een oude wereld. En het begin van een nieuwe.” Een eeuw waarin sterke vrouwen zich zouden binnenvechten, en waarin dit soort oude Alpenculturen nagenoeg zouden verdwijnen. „Zij voelt de vertigo van die tijd. En ze wil de nieuwe wereld binnenvallen.”