Home

Komt de triomfboog van Trump er echt? Waarom de neoklassieke stijl het goed doet bij autocraten

Arc de Trump Aanstaande donderdag kan de Arc de Trump, de triomfboog in Washington, door de Amerikaanse Commissie voor Schone Kunsten worden goedgekeurd. Maar wat zegt de stijl van dit gebouw eigenlijk?

Trump wil in Washington een triomfboog bouwen.

Hij lijkt de Arc de Triomphe in Parijs te willen overtreffen.

Wat zegt deze hang naar neoklassieke architectuur?

Natuurlijk wordt het „de grootste” en de „mooiste” die de wereld ooit heeft gezien, dat had Donald Trump bij de presentatie van zijn beoogde triomfboog afgelopen vrijdag er niet eens bij hoeven te zeggen. Minder vanzelfsprekend is het dat met deze ‘Arc de Trump’ ook een kunsthistorische stijl in westerse staatsgebouwen terugkeert, die bij zijn critici op zijn minst politiek gevoelige associaties oproept.

Donderdag kan de ‘Memorial Circle arch’ of ‘Independence Arch’, zoals de triomfboog officieel heet, door de Amerikaanse Commissie voor Schone Kunsten worden goedgekeurd. Daarmee zou een plan dat eind 2025 nog volkomen ongeloofwaardig leek, zomaar werkelijkheid worden: een nieuwe triomfboog voor een moderne westerse stad, officieel om de 250-jarige onafhankelijkheid van de Verenigde Staten te onderstrepen.

Met zijn favoriete ontwerp lijkt Trumps triomfboog vooral de Arc de Triomphe in Parijs te willen overtreffen, die in 1806 door Napoleon in opdracht werd gegeven toen hij twee jaar keizer was. Die van Trump zou nóg groter, nog verblindender wit moeten worden, de beelden bovenop in glimmend goud. Maar ondanks deze verschillen heeft de triomfboog ook een overeenkomst met zijn Franse voorganger, en dat zit hem in de verwijzing naar de klassieke oudheid. Want de triomfboog kun je kitscherig of pompeus noemen, een herkenbare stijl heeft hij wel: die van het neoclassicisme.

Officiële artistieke stijl

Precies daarom zijn Trumps critici, althans diegenen met kunsthistorische kennis, bezorgd over dit ontwerp. Om de vergulde snuisterijen die Trump op zijn schouw in de Oval Office liet plaatsen – ook een soort neoclassicistische elementen – kon nog worden gelachen. Maar met echte gebouwen lijkt het neoclassicisme de officiële artistieke stijl te worden voor het Trump-2-tijdperk, waarmee Trump zijn eigen ‘keizerlijke’ ambities niet eens meer lijkt te verbergen. De beoogde nieuwe balzaal van het Witte Huis, die deze week ondanks diverse juridische bezwaren toch weer is doorgezet, heeft achter al het glitter en klatergoud ook de neoklassieke stijl als basis.

Heel vreemd is de terugkeer van het neoclassicisme in Washington niet: diverse belangrijke staatsgebouwen in de Amerikaanse hoofdstad, waaronder het Witte Huis zelf, zijn rond 1800 in deze stijl gebouwd. Voor Amerika’s eerste president George Washington werd eind 19de eeuw ook al een triomfboog in die stijl neergezet. Maar als stijl voor officiële gebouwen in de 21ste eeuw, opzettelijk groter dan alles ervoor? Dan roept het ineens associaties op met autocratische regimes. Maar waarom eigenlijk?  

Terugkeer naar de orde

Het neoclassicisme is strikt genomen de benaming voor een kunststroming eind 18de eeuw, waarin de heldere en symmetrische vormen van de klassieke oudheid de reactie op de overdaad van de barok en rococo moesten vormen. Met de kroning van Napoleon tot keizer kreeg deze oproep tot orde en regelmaat ook een politieke connotatie. Napoleon beloofde na de chaos van de Franse Revolutie nieuwe stabiliteit en nieuw aanzien in de wereld, en zijn gebouwen en kunstwerken moesten dat uitdragen.

Met de Arc de Triomphe wilde hij niet alleen onderstrepen dat hij de erfgenaam van de Romeinse keizers was, het ging hem ook om de stijl op zich. Zijn gebouwen en kunstwerken moesten macht uitstralen, maar wel macht die door de suggestie van traditie wordt gelegitimeerd – ‘empire’ wordt het monumentale neoclassicisme van zijn keizertijd ook wel genoemd.

Het neoclassicisme is na 1800 steeds weer in diverse variaties teruggekeerd, waarbij de meer overdadige varianten het vooral goed deden bij dure villa’s of tuinarchitectuur, maar ook een politieke connotatie is nooit verdwenen. Zo was de tweede grote opleving van de de stijl in Frankrijk eind 19de eeuw een directe reactie op de opkomst van het modernisme, zoals bijvoorbeeld in de Opéra Garnier in Parijs. Ook daar moest de neoklassieke stijl de verloren traditie terugbrengen, orde scheppen in de chaos die nieuwe vrijzinnige kunststromingen zoals impressionisme zouden hebben aangericht.

De plannen voor Germania, de beoogde hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer.

Megalomaan hoogtepunt

De keuze voor een neoklassieke stijl zou je dus een soort terugkerende, cultuurkritische reactie op te veel moderne vrijheden kunnen noemen: een terugkeer naar de orde, zowel politiek als cultureel. Om die reden werd de stijl uiteindelijk ook voor de twee dictaturen van de 20ste eeuw uitgekozen. Albert Speer, Hitlers favoriete architect en zijn latere minister van Oorlog, zag de beoogde hoofdstad van het Derde Rijk, Germania, voor zich als een megalomaan hoogtepunt van neoclassicisme in een sobere, strenge vorm. Ook hier stond een triomfboog in het midden van de plannen, die via een weg met de Volkshalle, een gebouw met de grootste koepel ter wereld, verbonden zou zijn.

Het neoclassicisme werd vanwege dit soort associaties na de Tweede Wereldoorlog bewust uit de architectuur van westerse staatsgebouwen gebannen. Stalin had er minder moeite mee, en tot aan zijn dood in 1953 liet de Sovjet-dictator hele straten in deze stijl bouwen, tot de Stalinallee (nu Karl-Marx-Allee) in Oost-Berlijn aan toe. In de 21ste eeuw, met zijn voorliefde voor neohistorische stijlen, is neoclassicisme her en der weer teruggekeerd, maar het blijft, zeker bij officiële gebouwen, meestal bewust bij een sobere variant.

Chaos na de orde

Want dat is óók een constante in de geschiedenis van het neoclassicisme. Als de bouwfantasieën over een nieuwe orde té groots worden, volgt er meestal chaos. Albert Speer kon alleen nog in de gevangenis van zijn Germania dromen, Stalin had op een gegeven moment geen geld meer voor prestigieuze bouwprojecten, en ook Napoleon heeft zijn Arc de Triomphe nooit af gezien. Nog geen tien jaar nadat hij begon met de de bouw van de triomfboog stortte Napoleon Europa in complete oorlogschaos. De boog kwam pas af in 1836, en het waren pas regeringen die erna kwamen, ook de republikeinse, die er een centraal monument van maakten.

Met zijn bouwplannen in neoklassieke stijl hoopt Trump, 79 jaar oud, wellicht op hetzelfde: architectonische grandeur als herinnering, mocht zijn idee van orde toch niet lukken. Hij was er eerlijk over toen hij in oktober 2025 de eerste plannen bekend maakte. Gevraagd voor wie deze triomfboog bedoeld is, zei hij zonder te aarzelen: „Mij.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Architectuur

Lees meer

Lees meer

Architectuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next