Home

Het liberalisme moet op de schop, want het is een ideologie van leegte geworden

Het liberalisme verkeert in crisis. De oplossing volgens liberalen: een ander liberalisme. Hoe dat er precies uit moet zien, wordt nog via boeken uitgevochten. Wint de moraal of de praktische politiek?

is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

Mijn vader stemde zijn hele leven VVD, zelfs als het niet zijn stem was. Toen mijn broer een keer verhinderd was op verkiezingsdag, gaf hij een volmacht aan mijn vader. ‘SP, graag.’ Mijn vader weigerde. Kennelijk was het voor hem fysiek onmogelijk om een ander vakje aan te kruisen.

Mijn vader was al VVD’er toen dat in het katholieke zuiden een curiositeit was. De KVP, het latere CDA, heerste in zijn jonge jaren nog over de van cliëntelisme doordesemde Limburgse politiek. De katholieke kerk bemoeide zich tot achter de voordeur met het leven van mensen, van het aantal kinderen dat er moest komen tot het afstaan van een zoon voor het seminarie.

Het was voor mijn vader nog spannend en rebels om zich te verbinden aan een ideologie die de individuele vrijheid als hoogste goed ziet en niet de gemeenschap. Zeker als die gemeenschap zo hecht en veeleisend is als in het Limburg van zijn jeugd.

Mijn vader zag in zijn provincie het liberalisme eerst opkomen, en aan het eind van zijn leven weer wegzakken. Het verlangen naar gemeenschap en identiteit kwam weer boven. Dolende kiezers zweefden naar partijen als PVV, FvD en BBB, en bij de Europese verkiezingen van 2019 zelfs een keer naar de PvdA met lijsttrekker Frans Timmermans. De enige reden leek toen te zijn dat hij uit Limburg kwam – iemand van de eigen stam.

In de verdediging

Inmiddels zit het liberalisme overal in de verdediging. Boeken met titels als The Collapse of Global Liberalism en Why Liberalism Failed verraden de stemming. Tegelijkertijd is er een enorme markt voor liberale denkers die weten hoe het liberalisme nog te redden is.

Één voordeel lijkt het liberalisme daarbij wel te hebben: naast de kernwaarden van individuele vrijheid en universele rechten voor iedereen is het een ideologie waar je veel kanten mee op kunt. Bij het lezen van drie relatief recente boeken over het liberalisme moest ik denken aan de beroemde scène uit The Life of Brian, waarin Brian (‘ik ben niet de Messias!’) van zijn volgelingen probeert af te komen. Als Brian de meute voorhoudt dat ze hem niet moeten volgen maar zelf moeten nadenken, omdat ze allemaal individuen zijn, schreeuwt de massa: ‘Ja, we zijn allemaal individuen!’

Eén man steekt zijn vinger op: ‘I am not.’

Een liberaal bepaalt zelf wel wat liberalisme is. Dat blijkt bijvoorbeeld uit Waarom een echte liberaal geen VVD stemt van Simon van Teutem, PhD-student aan de Universiteit van Oxford en medewerker van De Correspondent. Hij definieert aan de hand van acht voorwaarden (zoals hard werken moet lonen, verstand boven emotie, minderheden worden beschermd en jouw leven is van jou) wat liberalisme voor hem betekent – ‘het is geen in steen gebeitelde doctrine, maar een gesprek’ – en concludeert vervolgens dat de VVD niet aan die voorwaarden voldoet.

De VVD is volgens Van Teutem bovenal een conservatieve en populistische partij geworden die opkomt voor gevestigde belangen en ‘de voordelen van bezitten en stilzitten verdedigt’. Op dossiers als klimaat en immigratie laat de partij zich leiden door wat ‘de volkswil vandaag dicteert’ en niet door de rede, en dat terwijl het liberalisme juist verbonden is met de rationaliteit van de verlichting.

Het is een zelfverzekerd boek, maar Van Teutem blijft weg van de vraag waarom het liberalisme als geheel, en dus niet alleen de VVD, in de verdrukking is geraakt. Misschien komt dat nog in de dissertatie die hij nu schrijft over de populariteit van radicaal-rechts.

Wat is er misgegaan?

Wie de vraag wil beantwoorden of het liberalisme nog te redden is, moet eerst weten wat er is misgegaan met het liberalisme. Twee andere boeken bieden daarbij meer houvast: Wat vrijheid van je vraagt van de Nederlandse filosoof Jurriën Hamer en Abundance van de Amerikaanse journalisten Ezra Klein en Derek Thompson.

Hamer beschrijft in zijn fascinerende boek hoe het huidige liberalisme de samenleving in een diepe morele crisis heeft gestort. Iedereen is geobsedeerd door zijn eigen individuele vrijheid en rechten en verliest de meer fundamentele rechten en vrijheden van anderen uit het oog.

Het moderne liberalisme is ingedikt tot een liedje van de zangeres Maan: ‘Gewoon een beetje leven, gewoon mijn leven leven, het kan me niet schelen hoe onredelijk we zijn.’

In deze ‘cultuur van vrijblijvendheid’ worden mensen die het wagen om bepaalde individuele vrijheden ter discussie te stellen weggehoond als deugers en moralisten. De ‘welgestelde meerderheid’ laat zich door niemand meer wat vertellen.

In Hamers diagnose is het huidige liberalisme niet de ideologie van de vrijheid, maar de ideologie van de leegte. Volgens Hamer komt dat omdat het liberalisme, ‘de beste filosofie van vrijheid en rechtvaardigheid die ooit is bedacht’, nooit goed is begrepen.

Goed begrepen liberalisme betekent niet opkomen voor je eigen vrijheden, maar juist in de eerste plaats opkomen voor de vrijheid van anderen.

Een filosofie van de dienstbaarheid

Het goede liberalisme van Hamer is ‘een filosofie van de dienstbaarheid’ die voortdurend in het dagelijkse leven in de praktijk moet worden gebracht. Een dienstbare liberaal zal geen vlees meer eten, omdat hij daarmee schade berokkent aan de leefbaarheid van de planeet en daarmee de vrijheid van anderen schaadt. Een verre vakantiereis moet er ook aan geloven: er zijn genoeg plekken dichterbij die minder schade toebrengen aan anderen. Vapen moet je laten, want dat gaat ten koste van goede gezondheidszorg.

Zo loopt Hamer nog een heel aantal voorbeelden af, niet zelden gebruikmakend van religieus vocabulair. ‘Op ieder moment dat je bijdraagt aan de fundamentele rechten van anderen groeit de liberale samenleving. Op elk ogenblik dat je toegeeft aan de zonden glijden we naar het illiberalisme af.’

Hamer is streng voor zijn lezers, maar slaagt erin om een totaal andere kijk te geven op wat liberalisme ook zou kunnen zijn. Het is moeilijk om niet aan dit boek te denken als je aan de volgende vakantiebestemming denkt of een andere keuze maakt die consequenties heeft voor anderen.

Toch blijft ook Hamers liberalisme in de kern individueel. Het is misschien wel een antwoord op het verlangen naar meer gelijkheid en solidariteit, maar niet op de behoefte aan gemeenschap en identiteit. Hamer erkent zelf ook dat het moeilijk concurreren is met ‘de heilige identiteit’ van de eigen stam waarmee illiberalen nu kiezers werven.

De vraag is ook hoe dit ‘bloedserieuze’ liberalisme breder post moet vatten.

Hamer ziet zichzelf, waarschijnlijk terecht, niet als de ideale apostel van zijn liberale evangelie (‘filosofie is de kunst van het argument, niet van de overreding’), maar op politici hoeft hij waarschijnlijk ook niet te rekenen. De politicus die met het boek van Hamer campagne gaat voeren, moet over een electorale doodsverachting beschikken.

Niet de moraal, maar de praktijk

Bij de Amerikaanse journalisten Klein en Thompson is de politicus dan ook de belangrijkste doelgroep. Met effect, want politici als Rob Jetten en de gouverneur van Californië, Gavin Newsom, hebben hun boek Abundance omarmd.

De auteurs richten zich niet op de moraal, zoals Hamer, maar op de praktijk. De belangrijkste reden: ze hebben haast, niet alleen vanwege Trump, maar vooral omdat er niet meer gewacht kan worden met effectief klimaatbeleid. Inzetten op een brede maatschappelijke cultuurverandering is volgens hen een gepasseerd station. ‘Dat kost decennia of eeuwen. We hebben geen decennia of eeuwen.’

Liberalisme – in de VS is dat een nog breder begrip dan hier – kan volgens Klein en Thompson alleen weer dominant worden als het concrete resultaten weet te boeken voor mensen. Het liberalisme moet weer de ideologie worden die leidt tot innovaties, meer welvaart en ‘grote doorbraken’, om de terminologie van Jetten te gebruiken.

Nu is het tegenovergestelde het geval, deels omdat de liberale samenlevingen in een eerder stadium zo stabiel en welvarend zijn geworden. In dergelijke samenlevingen gaan mensen zich steeds meer organiseren rondom deelbelangen. Dat leidt tot allerlei lobby’s, wat leidt tot nieuwe afspraken, wat leidt tot meer regels en wetten, wat leidt tot extra procedures. Het eindresultaat: een samenleving die vastloopt in complexiteit.

Het schrikbeeld daarvan is de hogesnelheidstrein tussen Los Angeles en San Francisco, die ondanks miljardeninvesteringen niet van de grond komt, mede door het web van bestemmingsplannen, milieu- en natuurwetgeving en bezwaarprocedures. ‘We zijn zo goed geworden in het stoppen van projecten dat we zijn vergeten hoe iets te bouwen in Amerika’, verzuchtte ex-president Joe Biden.

De auteurs van Abundance laten zien dat China nu tienduizenden kilometers hogesnelheidsrails kan aanleggen in de periode dat de VS slechts tot honderden kilometers komen. ‘In Californië zijn de regels en wetten scrupuleus gevolgd, maar er rijdt geen trein. Het resultaat is minder, niet meer vertrouwen in de overheid.’

In de wetenschap speelt iets vergelijkbaars. Volgens de twee journalisten gaat 40 procent van de tijd van Amerikaanse wetenschappers nu op aan het aanvragen van financiering en administratieve klussen. En dat terwijl er harder dan ooit wetenschappelijke innovaties nodig zijn om klimaatopwarming tegen te gaan zonder dat de energieprijzen oplopen. Volgens Klein en Thompson is dat laatste essentieel, want de burger die te kampen heeft met hoge energieprijzen, stapt vaak over naar radicaal-rechts.

Bruggen bouwen

Hoe krijg je een liberalisme dat weer bouwt en innoveert, dat overvloed creëert? De twee journalisten schrijven bewonderend over Josh Shapiro, de gouverneur van Pennsylvania. Die besloot het heft in eigen hand te nemen toen in 2023 een cruciale brug in zijn staat instortte. Het bouwen van een nieuwe brug zou maanden duren, maar Shapiro zette crisiswetgeving in. Er kwam geen openbare aanbesteding, en de milieu-impactanalyse werd geschrapt. Normale arbeidsomstandigheden golden niet meer: in samenspraak met de vakbonden mocht er dag en nacht worden gewerkt. Binnen twaalf dagen was er weer een brug.

Het wordt aanbevolen als een heldenepos, maar daardoor roept dit boek soms ook een ongemakkelijke vraag op: is dit nog liberaal? Klein en Thompson schrijven het nergens, maar soms lijkt Abundance een pleidooi voor een liberale strongman als antwoord op de kleptocratische autocraat Donald Trump. Kan het liberalisme overeind blijven door autoritairder te worden? Moet het dorp vernietigd worden om het te redden?

Het illustreert misschien wel hoe diep de crisis van het liberalisme is in een wereld die verveeld oogt door vrijheid en universaliteit. Klein en Thompson ademen in alles uit dat de nood aan de man is.

In Wat vrijheid van je vraagt lijkt Hamer te suggereren dat het eerst erger wordt voordat het beter wordt. Liberalen kwamen ooit met succes in opstand toen koningen en priesters almachtig leken. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, ‘misschien wel het belangrijkste document van het liberalisme’, aldus Hamer, kwam voort uit de horror van de Tweede Wereldoorlog.

Het is geen hoopvolle gedachte, maar vrijheid en universaliteit kunnen ook weer een heel spannende keuze worden, spannender dan die ooit voor mijn vader was. Dat zal dan een tijd zijn waarin het illiberalisme de status quo vertegenwoordigt.

Simon van Teutem: Waarom een echte liberaal geen VVD stemt. Prometheus; 160 pagina’s; € 13,99.

Jurriën Hamer: Wat vrijheid van je vraagt. De Bezige Bij; 208 pagina’s; € 22,99.

Ezra Klein en Derek Thomson: Abundance, How We Build a Better Future. Profile Books; 304 pagina’s; € 15,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next