De Tweede Kamer heeft landhonger. Een ruime meerderheid wil de haalbaarheid onderzoeken van nieuwe eilanden in het Markermeer en landaanwinning aan de Noordzeekust. Nieuw land zou het ruimtegebrek in Nederland kunnen verminderen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Het poldervirus waart weer rond in politiek Den Haag. Ditmaal niet in de vorm van langdurige overlegrondes met maatschappelijke organisaties, maar echt vanwege polders. De Tweede Kamer snakt naar nieuw land dat de overheid helemaal naar eigen inzicht kan inrichten.
ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis pleit al enige tijd voor landaanwinning als (deel)oplossing voor het steeds grotere ruimtegebrek in Nederland. Eind maart diende hij met steun van VVD en D66 twee moties in die vragen om onafhankelijk onderzoek naar de mogelijkheden voor landcreatie in Nederland. Die verzoeken aan het kabinet kregen dinsdag een ruime Kamermeerderheid achter zich.
De snelgroeiende bevolking vraagt om extra woningen, bedrijventerreinen en (energie)infrastructuur, maar alle bestaande ruimte in Nederland is al ingevuld. Voor bouwplannen moet daarom altijd iets anders wijken (meestal natuur en/of landbouwgrond). Dat leidt tot politieke en maatschappelijke dilemma’s, die de besluitvorming bemoeilijken en vertragen.
Een van de twee aangenomen voorstellen gaat over landaanwinning in het Markermeer en IJmeer. ‘Dit ligt in het hart van de Metropoolregio Amsterdam, waar de vraag naar wonen groot blijft’, stelt Grinwis’ motie. Mede-indiener D66 pleitte in de verkiezingscampagne van afgelopen najaar voor de bouw van ‘IJstad’, een stad van 126 duizend inwoners op een nieuw eiland ten westen van Almere.
De motie oppert ook het scheppen van nieuwe natuur, via een uitbreiding van de Marker Wadden. Die vijf slibeilandjes in het Markermeer zijn tussen 2016 en 2021 aangelegd als natuurherstelproject. Het is de recentste landaanwinning die in Nederland heeft plaatsgevonden. De Marker Wadden zijn inmiddels een drukbezocht rust- en foerageergebied voor vogels.
De tweede motie gaat over landcreatie in de Noordzee, zoals een Derde Maasvlakte. De Rotterdamse haven zit ondanks de oplevering van de Tweede Maasvlakte in 2013 alweer krap in zijn jasje. In januari beval toenmalig minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) tot een onderzoek naar mogelijke oplossingen voor dat ruimtegebrek, waaronder ‘zeewaartse uitbreiding’ van de haven.
Keijzers opvolger Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) reageerde tijdens een commissiedebat terughoudend op Grinwis’ inpolderenthousiasme. Ze hield de Kamerleden voor dat de zee en de meren ook hun functie hebben, en dat die in het gedrang kan komen door landaanwinning.
Het IJsselmeergebied, inclusief het Markermeer, dient bijvoorbeeld als zoetwaterbuffer in droge jaren. Rijkswaterstaat verwacht als gevolg van klimaatverandering meer droge en hete zomers, waarin een tekort aan drinkwater en sproeiwater voor de landbouw kan ontstaan. De grote binnenmeren dienen dan als ‘regenton’, die het zoetwatertekort in dat geval kan aanvullen.
In 2022 heeft een vorig kabinet daarom besloten dat de bergingscapaciteit van het IJsselmeergebied niet verder verkleind mag worden. Dat betekent: geen nieuwe eilanden of andere landaanwinning in het Markermeer. Het huidige kabinet zou dat voorzorgsbeleid moeten herzien om ‘IJstad’ mogelijk te maken.
Landuitbreiding in de Noordzee botst waarschijnlijk ook met de belangen van de scheepvaart en visserij, maar ook met de plannen voor grote windparken op zee. Daarnaast hebben de kustuitbreiding en de extra zandwinning op de zeebodem die dat vereist, mogelijk een negatieve impact op de natuur in de Noordzee.
Een hinderpaal voor landaanwinning in zee is de enorme hoeveelheid zand die daarvoor nodig is. Er wordt jaarlijks circa 20 miljoen kubieke meter zand gewonnen in de Noordzee. Ongeveer de helft daarvan wordt vlak voor de kustlijn opgespoten om te voorkomen dat de Nederlandse stranden geleidelijk afkalven en dat er land verloren gaat. De andere helft is nodig als ophoogzand in de bouw. Het dient als stevige onderlaag voor woonwijken en andere infrastructuur.
Voor de Tweede Maasvlakte is ongeveer 240 miljoen kubieke meter zeezand gebruikt, ofwel ruim tien keer zoveel als de normale jaarlijkse winning. Arjen Luijendijk, kustwaterbouwspecialist bij kennisinstituut Deltares, weet niet of er voldoende zand beschikbaar is voor nog meer Maasvlaktes.
‘We hebben in de toekomst al meer zand nodig om de zeespiegelstijging op te vangen. Hoe hoger de zeespiegel, hoe meer zandsuppletie we moeten toepassen om de kustlijn te stabiliseren. We hebben berekend dat er in elk geval genoeg zand gewonnen kan worden voor kustreparatie tot aan 2100 – uitgaande van een zeespiegelstijging van ruim een meter – maar in die rekensom zijn nieuwe landaanwinningsprojecten niet inbegrepen.’
Los van de zandvraag is er technisch gezien veel mogelijk qua landwinning, denkt Luijendijk. Ook in het Markermeer, hoewel de bodem daar wel minder geschikt is voor eilandbouw. ‘De bodem van de Noordzee bestaat vrijwel volledig uit stevig zand, maar in het Markermeer is dat voornamelijk slib en modder’, zegt hij.
Die slappe grond moet jaren inklinken voordat er op gebouwd kan worden. Dat hoeft overigens geen bezwaar te zijn, want de Amsterdamse wijk IJburg is in de jaren tien ook op kunstmatige eilanden in het IJmeer gebouwd. Een ander succesvol recent landwinningsproject is de Zandmotor, een plaatselijke verbreding van de kust ten zuiden van Den Haag. Dit is nu een populair natuur- en recreatiegebied.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant