Geopolitiek Europa staat buitenspel in het conflict met Iran, maar voelt wel de gevolgen. Dat moet en kan anders zegt Steven Everts, als we diplomatiek het voortouw nemen.
Anti-Amerikaanse muurschildering bij de voormalige Amerikaanse ambassade in Teheran.
De onderhandelingen tussen de VS en Iran zijn mislukt. Verrassend is dat niet. Het wantrouwen is te groot en Trump heeft eerder al laten zien hoe zijn diplomatie werkt: eerst praten, dan bombarderen, dan weer praten en intussen blijven dreigen. Zo bouw je natuurlijk geen vertrouwen op, en daarom zitten de Amerikanen nu in een fuik van eigen makelij.
Steven Everts is directeur van het EU-Instituut voor Veiligheidsstudies.
In Washington leeft nog steeds de illusie dat, als je Iran maar genoeg onder druk zet, Teheran uiteindelijk alle Amerikaanse voorwaarden zal slikken. Maar Teheran staat relatief sterk. Niet omdat Iran deze oorlog wint, maar omdat voor Iran ‘niet verliezen’ al als winnen geldt. En vooral omdat het nu, door toedoen van Trump, één geweldige troef in handen heeft: de controle over de Straat van Hormuz. In al zijn frustratie over het vastlopen van de onderhandelingen heeft Trump wéér voor escalatie gekozen en een eigen blokkade van de Straat van Hormuz aangekondigd.
Toch is dit alles niet alleen een Amerikaans falen. Het zegt ook iets over de makke van Europa. Na wat geaarzel aan het begin heeft Europa inmiddels een duidelijke positie. Het zegt: ‘dit is niet onze oorlog’, en dat is juist. Er is geen enkele reden waarom Europese landen zich zouden moeten laten meeslepen in een oorlog waarvoor zij niet hebben gekozen en die ook geen NAVO-kwestie is. De NAVO is een defensief bondgenootschap. Het uitgangspunt is dat een aanval op één geldt als een aanval op allen, niet dat een aanval dóór één automatisch een oorlog van allen wordt. Trumps verwijten aan Europa en zijn bewering dat de NAVO heeft gefaald, veranderen daar niets aan.
Maar hoewel dit niet onze oorlog is, is het wel ons probleem. Europa betaalt op vele manieren voor deze oorlog. Als de Straat van Hormuz dicht blijft, stijgen de energieprijzen opnieuw. Hetzelfde geldt voor helium, essentieel voor industrie en technologie. Poetin profiteert enorm van hogere energie-inkomsten, en schaarse luchtverdedigingsraketten zijn minder beschikbaar voor Oekraïne.
Misschien nog pijnlijker is dit: we staan diplomatiek buitenspel. Het was Pakistan, met hulp van Turkije en Saudi-Arabië, dat het tijdelijke staakt-het-vuren organiseerde. Europese leiders reizen wel, bellen veel en zeggen vaak verstandige dingen. Maar de realiteit is dat anderen de lijnen uitzetten.
Dat accepteren we bijna gelaten, alsof er geen alternatief is. Maar dat is er wél. Sterker nog, op dit dossier beschikt Europa over iets wat Washington juist mist: diplomatieke geloofwaardigheid. Nog niet zo lang geleden leidde juist de Europese Unie de internationale onderhandelingen met Iran. Sinds 2006 voerde de EU de diplomatieke regie, die in 2015 uitmondde in het nucleaire akkoord: nog altijd een van de kroonjuwelen van de Europese diplomatie en een van de weinige tastbare successen van multilaterale diplomatie in het Midden-Oosten. Pas nadat Trump daar in 2018 uitstapte, begon de gestage afdaling naar de huidige chaos.
Precies daarom moet Europa niet afwachten, maar het initiatief nemen. Het urgentste doel is helder: de Straat van Hormuz moet weer open. Dat is niet alleen een Europees belang, de Golfstaten willen het en Aziatische landen willen het ook. En uiteindelijk heeft ook Iran belang bij een regeling met buurlanden en andere internationale partners. Er moet dus onderhandeld worden. De vraag is alleen: door wie, met wie en onder welke voorwaarden?
De gedachte dat opening van de straat van Hormuz vooral militair kan worden ‘afgedwongen’, zoals Trump suggereert en al enige tijd van Europa verlangt dat het hiervoor snel marineschepen moet sturen, is een illusie. Iran hoeft de zeestraat niet permanent te sluiten om haar feitelijk te blokkeren. Een handvol drones, mijnen en gerichte dreiging volstaan om verzekeraars en rederijen af te schrikken. Dat zien we nu al. Formeel is het Iraanse optreden in strijd met het zeerecht, maar juridisch gelijk hebben en juridisch gelijk krijgen zijn niet hetzelfde. Kort en goed: er zal onderhandeld moeten worden.
Europa zou daarom een diplomatieke coalitie moeten smeden met de Golfstaten en met grote Aziatische energie-importeurs als India, Japan, Zuid-Korea en, waar mogelijk, ook China. Niet als anti-Amerikaans blok, maar als serieuze onderhandelingsgroep met één direct doel: een werkbare internationale regeling voor vrije en veilige doorvaart door Hormuz, uitgewerkt met Iran en Oman. Elders in de wereld bestaan ook afspraken over toegang en doorvaart in geopolitiek gevoelige zeestraten, zoals de Bosporus, het Suezkanaal en het Panamakanaal. Waarom niet hier?
Zo’n coalition of the willing moet in de eerste plaats diplomatiek zijn, niet militair. Mijnenvegers, marineschepen en escortes kunnen later een rol spelen, maar als sluitstuk, niet als beginpunt. Wie die volgorde omdraait, vergroot juist de kans op escalatie zonder de doorvaart werkelijk te herstellen.
Europa zou hier iets kunnen leren van president Zelensky. Die wacht zelden af tot de wereld voor Oekraïne in beweging komt. Hij creëert beweging. Dat is precies wat Europa nu ook moet doen. Niet blijven hangen in het enkel uitspreken van principes en afwachten wat anderen doen, maar zelf handelen.
Psychologen hebben een term voor het gedrag dat Europa te vaak vertoont: aangeleerde hulpeloosheid. Dat is de passiviteit en moedeloosheid die ontstaan wanneer mensen zich herhaaldelijk machteloos wanen. Het is een menselijk mechanisme, maar voor geopolitiek is het dodelijk. Hulpeloosheid is geen lot en irrelevantie evenmin. Ze zijn het gevolg van keuzes. Nu is er opnieuw zo’n keuzemoment. Recht Europa de rug, zoals het deed tegenover Trump over Groenland? Of laat het ook nu de geschiedenis over zich heen komen?
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.