Home

Vrouwen doen het meeste werk in theeproductie, maar profiteren het minst. Hoe kom je aan thee zonder wrange afdronk?

Eerlijke handel Kleine theeboeren en plukkers zijn vaak vrouwen, die meestal geen leefbaar inkomen verdienen. Hoe het verhaal van één Oegandese vrouw laat zien wat er misgaat – en beter kan – in de theehandel.

Julian Nyabuhara is de dochter van een Oegandese melkveehouder met achttien kinderen. Alle kinderen gingen naar school. Met haar diploma’s had ze ook naar Kampala kunnen verhuizen: veel boeren zien hun kinderen, hun potentiële opvolgers, wegtrekken van het platteland om een beter bestaan op te bouwen. Maar Julian bleef in de thee, en wilde daar haar geld mee verdienen.

Om in Oeganda een onderneming op te kunnen bouwen, heb je een man nodig, vertelt ze me in een rustig hoekje van het Amsterdamse kennisinstituut KIT, het vroegere Tropeninstituut. Nyabuhara’s echtgenoot bezit het land. Maar zij runt de thee-business en ze komt op voor vrouwen die hetzelfde werk doen. „Mijn man weet dat ik een activist ben”, zegt ze. „Niets of niemand houdt mij tegen.”

Eerder die middag stond ze op het podium in het KIT. Het hele gebouw straalt de rijkdom uit die Nederland ‘verdiende’ met koloniale handel. Nyabuhara vertelde wat er niet klopt aan de theehandel. „De Britten legden in 1905 de eerste theeplantages aan in Oeganda. Mannen.” De plantages, de handel, de banken: het waren mannen die er goed aan verdienden. En nog steeds, zegt Nyabuhara, domineren mannen de keten. „Vrouwen zaaien, plukken en verpakken. Voor minder dan één dollar per dag.”

Thee kun je rond de evenaar elke dag, het hele jaar door oogsten. Thee is daardoor altijd een gewas geweest voor vrouwen om een basisinkomen mee te verwerven, vaak naast andere gewassen. Negen van de dertien miljoen mensen die wereldwijd hun brood verdienen met thee zijn kleine boeren. In Oeganda komt het zware werk voor 70 procent neer op vrouwen, zegt Nyabuhara, zonder dat ze er iets over te zeggen hebben.

In de supermarkt wordt thee duurder, tegelijkertijd zien kleine boeren en plukkers dat hun inkomen geen basis meer biedt. Afrikaanse thee is van oudsher bulkthee. Verhakselde thee, ‘dust’, die in zakjes terechtkomt. De handelsprijzen voor zwarte thee dalen gestaag, de boeren hebben geen enkele onderhandelingspositie. Ze mogen blij zijn als hun bederfelijke waar op tijd wordt opgehaald.

Het is een simpele economische wet dat je waarde moet toevoegen aan je product als je meer wilt verdienen – om dat te begrijpen hoefde Nyabuhara geen opleiding microfinance in Duitsland te volgen. Op het noordelijk halfrond maken de Liptons van deze wereld winst door met hun merk, verpakking en marketing waarde toe te voegen. Van een doosje thee van 5 euro gaat hooguit 10 cent naar de boer. Meestal te weinig om van te leven. Maar hoe verander je dat?

Nyabuhara kwam in contact met Solidaridad. Deze internationale ontwikkelingsorganisatie voert met andere ngo’s een Nederlands overheidsprogramma uit met als doel: een stem geven aan mensen die cacao, koffie, thee, palmolie en goud produceren. „Ze hadden me op Twitter gezien”, zegt Nyabuhara, die regionaal al bekend was als vrouwenrechtenstrijder.

Lang verhaal kort: 1.200 Oegandese vrouwen zijn inmiddels aangesloten bij haar organisatie ‘Women in Tea’. Ze hebben een plek aan tafel bij de overheid. Ze krijgen ondersteuning om weerbaarder te worden tegen het geweld – vaak seksueel geweld – in hun gemeenschap. Maar minstens zo belangrijk: ze kunnen meer geld verdienen met hun thee, doordat ze geen bulkthee meer verkopen, maar ‘specialty’-thee. Losse thee in plaats van gruis, die ze zelf drogen, roosteren en verpakken. Door meer schakels van de keten in eigen hand te houden worden ze in alle opzichten minder afhankelijk, niet in de laatste plaats financieel.

Een witte man uit Enschede

In de marmeren hal van het KIT raak ik aan de praat met een man die ik eerder luid zag applaudisseren voor Nyabuhara, in een T-shirt met de opdruk ‘Empowering Women Farmers’. Richard Schukkink is als oprichter van de International Tea & Coffee Academy drie keer in Oeganda geweest, vertelt hij, om vrouwen te leren hoe ze met dezelfde planten maar met andere manieren van plukken, selecteren en roosteren veel betere thee kunnen maken. Niet meer met die wrange afdronk die verklaart waarom mensen suiker en melk in hun thee willen. Maar zoet-bloemig van smaak. „Van het niveau Simon Lévelt”, zegt Schukkink.

Om het maar meteen even te benoemen: is het niet een beetje ongemakkelijk, een witte man uit Enschede die Oegandese vrouwen gaat uitleggen hoe je thee moet maken? „Ja, dat slaat ook nergens op”, zegt Schukkink. Maar de export van kennis en machines wel een beter verdienmodel op, legt hij uit. De vrouwen plukken minder kilo’s, maar ze houden er per kilo wel twee keer zoveel geld aan over. „Door de thee ook nog zelf te verwerken, gaat de waarde van 30 cent per kilo voor groen blad, naar zo’n 20 euro voor het eindproduct.”

Schukkinks doel is niet om zes keer per jaar op vakantie naar Oeganda te gaan. Hij wil vooral dat de thee van Women in Tea straks rechtstreeks naar winkels gaat, zonder dat de tussenhandel een deel van de marge opslokt. „En dat de geschoolde kinderen van deze vrouwen in hun geboortestreek kunnen blijven omdat daar straks ook boekhouders en marketeers nodig zijn.”

Voor hoogwaardige thee met complexe smaken én een transparant verhaal over de herkomst is een groeiende markt, ziet Schukkink. „De prijs voor bulkthee Oeganda is afgelopen jaar bijna 20 procent gedaald, die van specialty tea stijgt ruim 7 procent per jaar.” De wereld moet er alleen nog even aan wennen dat goede thee ook uit Afrika kan komen.

Je zou denken dat Oegandese vrouwen in de rij staan voor de cursus ‘hoe verdien ik meer geld met thee’. Maar zo simpel is het niet. Je moet heel precies leren plukken, zegt Nyabuhara, terwijl ze haar vingers beweegt alsof ze fluit speelt. En dat is nog maar het begin. De workshops vragen een tijdsinvestering die niet alle vrouwen kunnen opbrengen. Buffers om twee weken weg te kunnen van de plantage hebben ze niet.

Dit soort programma’s komt altijd met een ‘exit’-strategie: het is geslaagd als deze vrouwen geen Nederlandse ondersteuning meer nodig hebben. Maar zolang niet de hele keten eerlijker wordt, en zolang Nederlandse supermarkten en consumenten geen dubbeltje extra willen betalen, wordt het ze wel moeilijk gemaakt.

Grote producenten vinden dat ze al veel doen, en toch worden ze altijd maar neergezet als de grote slechterik, klaagde een vertegenwoordiger van JDE Peets (Pickwick) tijdens het symposium. Een beetje toondoof klonk dat wel. Vraag liever aan Julian Nyabuhara hoe het anders kan.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next