Diverse keren per maand krijgt de arbeidsinspectie melding van zware ongevallen bij bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken. Bijna altijd was dat te voorkomen geweest door naleving van wettelijke regels. ‘Bedrijven hebben een financieel belang bij risicobeheersing.’
is verslaggever op de binnenlandredactie van de Volkskrant.
Bij het bescheiden farmabedrijf Carbogen-Amics in Veenendaal ontkomen ze niet aan het opslaan van giftige stoffen. In metershoge glimmende opslagtanks liggen zwavelzuur, ethanol en aceton opgeslagen. De chemicaliën zijn nodig voor het produceren van vitamine D uit schapenwolvet. Het bedrijf verscheept dit vet van over de hele wereld naar de stad op de Utrechtse heuvelrug.
Maar in tegenstelling tot die gezonde vitamine is de chemische inhoud van hun opslagtanks juist gevaarlijk voor de mens. Deze chemicaliën zijn zeer brandbaar of bijtend. En als ze ook nog eens per ongeluk in dezelfde tank terechtkomen? Dat levert een chemische reactie op, veel hitte en oplopende druk. Gevolgd door een flinke knal.
Het stelde inspecteur Michel Fleer (47) gerust dat hij voorafgaand aan deze zonnige donderdagochtend stapels veiligheidsdocumentatie van het bedrijf ontving. Ze bevatten zorgvuldige scenario’s en maatregelen die ongelukken moeten voorkomen. ‘Het papierwerk is zeer uitgebreid, al zeg ik het zelf’, zegt Fleer met een glimlach. De eerste prestatie is alvast opgevallen.
Uitgerust met een veiligheidsbril, een cargobroek, een kort getrimd baardje en een shirt met ‘NL Arbeidsinspectie’ erop, staat Fleer bij de metalen hekken rond het terrein klaar voor zijn inspectieronde. De voormalig chemicus laat zijn ogen glijden langs de zilverkleurige buizen die over het parkeerterrein naar de productiehal lopen. Hij wil vandaag voorbij de papieren werkelijkheid.
De arbeidsinspectie krijgt maandelijks meerdere meldingen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Denk bijvoorbeeld aan goedjes die de menselijke huid kunnen oplossen. Of explosies door chemische reacties. Dat kan tot zeer ernstige verwondingen leiden, of erger.
Om dat te voorkomen houdt de arbeidsinspectie toezicht op bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Deze naar schatting zeshonderd zogenoemde ‘Arie-plichtige’ bedrijven kunnen voor eind 2027 bezoek van de inspectie verwachten. Inmiddels zijn hiervan tweehonderd bedrijven geïnspecteerd. Bezoeken worden veelal vooraf aangekondigd.
Voor de stalen hekken ontvangt productiebaas Jan van Zoelen (57) de gasten van vandaag met een stevige grote hand. Dit is zijn grondgebied. De haren zijn strak gekamd. ‘Al 37 jaar doe ik dit werk’, zegt hij. ‘En ik moet er nog minimaal tien. ik zeg minimaal, want met dit kabinet weet je het nooit.’
Inspecteur Fleer wil met Van Zoelen naar het losstation voor chemicaliën. Fleers blik gaat vooral uit naar de drie grote metalen kranen uitgerust met klokjes die de druk meten. ‘Is het mogelijk dat je per ongeluk zwavelzuur in de tank voor natronloog overpompt?’, vraagt hij. Deze fout zou tot een chemische kettingreactie kunnen leiden.
Even verschijnt een bedenkelijke blik in Van Zoelens ogen. ‘Dan moeten er door heel veel mensen wel heel veel fouten worden gemaakt.’ Dat wil de inspecteur weleens controleren. Ze volgen de leidingen naar de opslagtanks, waar de tweede serie toevoerkranen zich bevinden achter slot en grendel.
Even is er wat consternatie. Van Zoelen kan de sleutels niet vinden. ‘Deze veiligheidsmaatregel werkt iets te goed’, grapt inspecteur Fleer. Elke kraan hoort bij een chemische vloeistof. En elke kraan heeft hier een aparte sleutel die goed opgeborgen ligt.
De inspectie hanteert hier het credo: één is geen. Een systeem moet meerdere beveiligingen hebben, zodat het niet bij een enkele fout misgaat. Bij Carbogen-Amcis hebben ze aparte sleutels, meerdere mensen die tegelijk moeten handelen, en technische blokkades. ‘Dit kan alleen misgaan als er opzet in het spel is’, oordeelt Fleer. Het systeem is veilig.
Dat het even zoeken was, is niet raar. Het bedrijf pompt hoogstens tien keer per jaar dit soort chemicaliën over. En dat is exemplarisch voor dit soort Arie-plichtige bedrijven. Want waar grote raffinaderijen en chemische reuzen dagelijks met gevaarlijke stoffen werken en hun hele bedrijfsvoering erop inrichten, is dat anders voor een groot gedeelte van deze groep.
Een deel van de Arie-plichtige bedrijven moeten bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd iets reinigen met zware industriële chemicaliën of hebben deze stoffen in opslag. Denk aan spoorwegemplacementen, waterzuiveringsinstallaties, farmaceuten en de voedingsmiddelenindustrie. Het is voor deze bedrijven dus minder een routineprocedure.
Wanneer de hoeveelheid gevaarlijke stoffen boven een drempelwaarde uitkomt, moeten zij zich aanmelden bij de arbeidsinspectie. De bedrijven die dit verzuimen, kunnen stevige boetes verwachten. ‘Vaak hebben bedrijven ook zonder de inspectie een financieel belang bij risicobeheersing’, zegt Fleer. ‘Want een calamiteit betekent vaak ook productieverlies.’ Bij inspecties is de eerste vraag altijd of er documentatie is. ‘Anders is het gesprek direct afgelopen.’
Ondanks het belang van deze controles was de arbeidsinspectie door politieke onrust rond Arie lange tijd beperkt in het toezicht. In Den Haag werd rond 2012 zelfs gesteggeld over het behoud van de regelgeving. Het toemalige kabinet wilde deze intrekken, omdat het te ingewikkeld zou zijn.
Na reacties van sociale partners werd besloten de regeling te behouden en te vereenvoudigen. Toen in 2023 de hernieuwde Arie-regeling in werking trad, kon de inspectie met extra middelen het toezicht weer regelen. De inspectie voert sinds april vorig jaar deze controles weer volledig uit.
Fleer heeft genoeg gezien. ‘Jullie ontvangen binnenkort een heel korte brief’, verklapt hij alvast. Bij het verlaten van het terrein vraagt Fleer nog waar hij zich moet afmelden. ‘Anders gaan jullie me straks zoeken bij een calamiteit, terwijl ik al weg ben.’ Productieleider Van Zoelen kijkt guitig. ‘Je staat hier toch nu met mij? Ik hoef je niet te zoeken hoor. En trouwens, in dit bedrijf laten we nooit iemand achter.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant