Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: hoe voed ik op met een fysieke beperking?
Vader: „Ik heb sinds 2002 multiple sclerose (MS), dat is aan het verergeren. Ik zit in een rolstoel, en beweeg me dus niet snel door het huis. Ook cognitief word ik langzamer, ik kan niet zo snel meer schakelen. Mijn oudste zoon van 13 woont bij ons, en ik heb samen met mijn huidige partner twee kinderen van drie en bijna zeven. Er zijn regelmatig situaties waarin ik niet fysiek kan bijsturen als ze moeten luisteren.”
„Als ze ’s ochtends naar school moeten, blijven de jongste twee vaak spelen op een plek waar ik niet bij kan komen. Soms roepen ze: ‘Je kunt me toch niet pakken!’ De oudste van 13 begint opstandig te worden in schermgebruik en weigert zijn telefoon en iPad naar beneden te brengen voor hij gaat slapen, wetende dat ik die niet kan ophalen. ‘Ik heb ze weggelegd,’ roept hij dan. Hoe weet ik dat? Ik kan ook niet alles aan mijn vrouw overlaten. Het consequent zijn en blijven is ook vaak een uitdaging. Hoe kan ik, zonder boos worden, toch effectief opvoeden met deze beperkingen?”
Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.
Marga Akkerman: „De vraag is hoe groot de invloed van uw beperking op de opvoeding werkelijk is. Niet luisteren en opstandig gedrag is in veel gezinnen aan de orde van de dag. En fysiek bijsturen hoeft eigenlijk ook niet, dat is alleen bij uw driejarige belangrijk als het gaat om even helpen een jas aantrekken of voorkomen dat die zichzelf in gevaar brengt. Dat zou uw partner of iemand anders moeten doen, want daar bent u inderdaad niet toe in staat.”
„Bespreek met uw partner wat jullie gezamenlijk belangrijk vinden in de opvoeding en wat u daarin voor uw rekening kunt nemen, en wat zij kan doen. Het zal daarbij helpen om uw benadering van de opvoeding iets aan te passen: vanuit controle naar vertrouwen. U spreekt uw kinderen aan op afspraken die jullie samen maken en op hun verantwoordelijkheid. Zo past de wijze waarop u uw 13-jarige op zijn schermgebruik wil controleren, eigenlijk niet meer bij zijn leeftijd. In plaats daarvan legt u goed uit waarom u het belangrijk vindt dat hij zijn apparaten weglegt, en zegt erbij: ‘Ik reken er gewoon op dat je dat doet.’”
Josien Groot: „Tegenwoordig is er veel kennis over kinderen aansturen zonder fysiek optreden. Er zijn cursussen ‘verbindend gezag’. Dat is een methode die voortkomt uit de aanpak van probleemjongeren, en die gaat over opvoeden vanuit verbinding en vertrouwen. Deze aanpak blijkt heel bruikbaar in de opvoeding in het algemeen, zeker bij ouders met een fysieke beperking.”
„U kunt uw 13-jarige uitleggen waarom het slecht is om ’s avonds laat nog een scherm te gebruiken. Nu hij ouder wordt kunt u hem sowieso buitenshuis niet controleren en zult u moeten vertrouwen op de gesprekken die jullie samen voeren over opgroeien. Bij uw driejarige kan een beloningssysteem nog werken.”
„Voer een gezinsgesprek over hoe jullie met elkaar omgaan. Probeer gezamenlijk een standpunt in te nemen, bijvoorbeeld: we leggen als ouders alles goed uit en vertrouwen op jullie. Uw driejarige is hier uiteraard nog iets te jong voor.”
„Houd ook oog voor wat uw ziekte doet met de kinderen. Ga in gesprek over wat het voor hen betekent en hoe ze het ervaren. Veel gemeentes hebben programma’s voor ‘jonge mantelzorgers’. Op de website ‘Over palliatieve zorg’ staan op de pagina ‘Kinderen van ernstig zieke ouders’ meer adviezen en hulpmogelijkheden.”
„Ga niet overal de strijd over aan en zorg ook voor leuke en fijne momenten samen.”
Marga Akkerman is niet-praktiserend klinisch jeugd- en kinderpsycholoog. Josien Groot begeleidt als GZ-psycholoog onder meer chronisch zieke ouders met kinderen.
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.