Van de Nederlandse huishoudens heeft inmiddels 44 procent een noodpakket in huis. Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid benadrukt dat er nog werk aan de winkel is.
De overheid startte in november een campagne om mensen voor te bereiden op noodsituaties. Miljoenen informatieboekjes werden verspreid met tips voor de eerste 72 uur in nood, zoals de inhoud van een noodpakket en afspraken met familie. Ook werden radio- en tv-spotjes ingezet.
Ruim negen op de tien Nederlanders heeft het informatieboekje van de Rijksoverheid gezien. Voor de start van de campagne had 35 procent van de huishoudens al een noodpakket in huis. Nu is dat dus 44 procent. "Dat is nog niet genoeg", zei Van Weel maandag bij Goedemorgen Nederland.
Wel is het volgens de minister een enorme sprong. "Twee jaar geleden waren we nog helemaal niet voorbereid. Als ik toen over een noodpakket begon in een talkshow, werd er lacherig over gedaan. Nu heeft het zelfs Het Sinterklaasjournaal bereikt."
Volgens de minister zijn we er nog niet. "We moeten oppassen dat we geen paniek zaaien, maar we moeten wel zeggen dat er momenten zijn dat je even voor jezelf moet kunnen zorgen."
Uit de cijfers blijkt dat 14 procent van de Nederlanders de overheidscampagne als angstzaaierij ziet. "Dat is het natuurlijk niet", zei Van Weel. "Het is een minderheid die dat vindt, maar zodra dat gaat oplopen, moeten we de communicatie wel aanpassen."
Verder heeft 42 procent van de Nederlanders die wél begrip hebben voor de campagne nog geen actie ondernomen. "Er is nog werk aan de winkel", stelde Van Weel.
Ouderen blijken het best voorbereid en jongeren het minst. De overheid gaat campagnes daarom meer op jongeren richten. Zo worden influencers ingezet. De campagne blijft de aankomende jaren draaien.
Source: Nu.nl algemeen