Home

De gruwelijkheid zit hem bij koloniale propagandafilms in de details

Koloniale films De Nederlandse koloniale films waren meer geobsedeerd door details dan door spektakel, waar andere Europese grootmachten zich aan laafden. Dat is goed te zien in de koloniale filmarchieven die in Eye liggen. Hedendaagse kunstenaars bogen zich over de archieven om de beelden in perspectief te plaatsen.

Beeld uit de filminstallatie ‘Tropenkolder’ van Riar Rizaldi.

Film

Eye’s Open. Nieuwe perspectieven op koloniaal filmerfgoed is t/m 6 september te zien in Eye. Info: eyefilm.nl

„Hier worden trauma’s gearchiveerd”, zegt de orang-oetan terwijl de opslagruimte wordt afgesloten van het Leidse Naturalis, waar huiden en botten worden bewaard. Het is de geest van de mensaap die rond 1900 op het Indonesische eiland Sumatra leefde die hier tot ons spreekt. Hij heeft zojuist propagandafilms becommentarieerd, die in het begin van de vorige eeuw werden gemaakt over plantages en reizen overzee. De film A Person of the Forest (2026) van Miranda Pennell geeft een fascinerende draai aan koloniaal filmmateriaal in de expositie Eye’s Open. Nieuwe perspectieven op koloniaal filmerfgoed, alleen al door voor het perspectief van dit dier te kiezen.

De oude films liggen deels opgeslagen in Filmmuseum Eye in Amsterdam, dat ze wilde tonen in een hedendaags perspectief. Verschillende kunstenaars kregen de opdracht om aan de haal te gaan met dat materiaal. Zo koos Pennell dus voor het perspectief van de orang-oetan, Sabine Groenewegen zette films over de plantages in Sumatra om in een soundscape en Paula Albuquerque vervormde oude propagandafilms vol ‘rassenkunde’ en schedelmetingen, waarmee ze een relatie legt tussen die wetenschap en de bewakingscamera’s van nu.

In alle tien de films kampten de kunstenaars met de vraag in hoeverre je er goed aan doet de films van toen opnieuw te gebruiken en hoe je context moet geven aan de boodschap die toen werd uitgedragen. Je herhaalt in zekere zin het beeld dat toen geproduceerd werd, en dat presenteert – zoals altijd in de geschiedenis – het narratief van de machthebber.

Wat je kan doen is laten zien welke blinde vlekken er zijn, dat gemis kan je aanvullen of je laat er de consequenties van zien. Dat laatste doet de Indonesische filmmaker Mahardika Yudha knap in Let’s Talk About the Film ‘Wonderen uit Pygmyland’ (2026), waarin op allerlei schermen niet alleen oude filmbeelden worden getoond, maar ook de doorwerking ervan centraal staat. De film gaat over een expeditie die etnoloog Matthew Stirling in 1926 leidde naar Nederlands-Nieuw-Guinea. Ruim 400 expeditieleden gingen op zoek naar Papoea’s terwijl er neerbuigend commentaar wordt geleverd. Op verschillende schermen wordt verteld hoe eenzijdig de films waren en hoe dat nog steeds doorwerkt in Indonesische films.

Still uit A Person of the Forest (Miranda Pennell, 2026).

Koningin Juliana

Niet alle films gaan over Indonesië. Ook Suriname komt aan bod, zoals bij Jameisha Prescod, die medisch kolonialisme koppelt aan inheemse kennis van medicijnen. Maar tussen de archiefbeelden is een interessant verschil: Eye heeft in het archief veel meer filmmateriaal uit Zuidoost-Azië. Er zijn ruim 1.600 films uit het Oost-Indische archief en zo’n 220 films uit Suriname en de Antillen, waarbij de meeste zijn gemaakt tussen 1950 en 1970. De reden daarvoor is, zo schrijft onderzoeker Dorette Schootemeijer in de catalogus, een economische: Indonesië was economisch van enorm belang, en na de oorlog konden er alleen nog koloniale films gemaakt worden in Suriname en op de Antillen. Dus dan krijg je uit Suriname meer koningin Juliana al zwaaiend naar blije mensen aan de kant, en komen dwingende missionarissen en slavernij op plantages of het aanleggen van treinsporen minder in beeld.

„Ik generaliseer niet als ik stel dat, anders dan sensationele propagandafilms uit andere kolonies, veel Nederlandse koloniale films zich onderscheiden door een andere esthetiek: doelbewust, ongehaast, soms geobsedeerd met details. De beelden tonen geen dramatische onthullingen, in de films is de koloniale onderdrukking meer systematisch dan spectaculair. Maar daarin schuilt juist de kracht ervan”, schrijft historicus en filmmaker Sandeep Ray in de catalogus bij de expositie. Het is een scherpe observatie die het bekijken van de films van toen met de bewerkingen van nu nog indrukwekkender maakt.

Want spectaculair beeld ontbreekt inderdaad – al wordt er soms wel een poging toe gedaan door AI-techniek toe te voegen. Dat werkt in de meeste gevallen minder goed omdat de scheve machtsverhoudingen vaak voor zich spreken en juist afgezwakt worden door AI. Dat maakt het allemaal nog ijzingwekkender, en de deur waarachter de resten orang-oetan en zijn geest bewaard worden nog killer.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next