Meer groepstherapie in plaats van individuele therapie zou de wachttijd in de ggz enorm kunnen terugdringen. En het effect is even groot. De sector is daar sinds een paar jaar van doordrongen, maar groepstherapie gebeurt nog altijd maar mondjesmaat. Al zijn er wat positieve signalen.
"Als je Amerikaans economisch onderzoek naar Nederland omrekent, zou je kunnen concluderen: als we 10 procent méér groepstherapie gaan geven, zouden we 185.000 mensen extra kunnen helpen. En dus in één klap alle ggz-wachtlijsten van zo'n 100.000 mensen wegwerken", zegt Marc Daemen, voorzitter van de Nederlandse vereniging voor groepsdynamica en groepspsychotherapie (NVGP), tegen NU.nl.
Aan die berekening zitten een paar mitsen en maren, want Nederland is nou eenmaal geen VS. Maar Daemen vindt 'm redelijk betrouwbaar. "En al zouden we het met de helft vermeerderen, dan scheelt het al een slok op een borrel."
Zorgverzekeraars repten in 2020 voor het eerst over (onder andere) groepstherapie als inzet tegen wachtlijsten. Zo'n 80 procent van de behandelingen was en is nog altijd volledig een-op-een.
De vier grootste zorgverzekeraars, waar NU.nl mee sprak, hameren er tegenwoordig bij zorginstellingen op om standaard met groepstherapie te behandelen, tenzij dat bij een bepaalde patiënt niet anders kan. Maar in de statistieken is daar nog weinig van terug te zien en ze zijn dan ook nog niet tevreden. Menzis en CZ zien een lichte stijging van gemiddeld 1 procent. Ook VZG ziet enige stijging, maar Zilveren Kruis ziet nog helemaal geen groei.
Als de sector de ambities uit het vorig jaar ondertekende Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wil waarmaken, moet er flink gas worden gegeven. Want dat streeft naar 6 procent meer groepsbehandelingen en 6 procent meer 'hybride' behandelingen in 2027 dan in 2025.
Menzis ziet een enthousiaste groep voorlopers, maar ook een groep die juist beren op de weg ziet. "Ze hebben geen grote behandelruimtes, vinden hun patiënten niet geschikt, hebben er te weinig om een groep te vormen of denken dat patiënten het niet willen", zegt Janine Groeneveld, manager landelijke zorg bij Menzis.
De weerstand is niet altijd terecht, zegt ze. "Zo hoeven niet álle medewerkers groepstherapeut te worden. En ben je zzp'er, dan kun je patiëntgroepen samenstellen met je netwerk. En als je patiënten het niet willen… heb je ze dan wel goed voorgelicht? En het geprobeerd?"
Patiënten staan inderdaad vaak niet te juichen bij het idee van groepsbehandeling, ziet ook Tessa Magnée van onderzoeksinstituut Nivel. "Veel mensen hebben koudwatervrees, denken dat het niks voor hen is. Maar achteraf vinden ze het juist fijn." Andere geïnterviewden herkennen dat beeld.
NVGP-voorzitter Daemen: "Het is ook nogal wat om je persoonlijke problemen in een groep te bespreken, maar daar staat tegenover dat lotgenotencontact enorm helpend is. Je krijgt steun van elkaar en het gevoel dat je iets voor elkaar kunt betekenen. 'Ik had dit eerder moeten doen', hoor ik vaak achteraf."
"In sommige gevallen, zoals bij sociale angsten, is groepstherapie zelfs effectiever dan individuele therapie. Want als je dingen in je therapiegroep durft te doen, durf je dat ook in de maatschappij."
Wel zijn er altijd uitzonderingen. Voor sommige personen is groepstherapie niet geschikt. "Bijvoorbeeld iemand die zich in een acute psychose bevindt en nog heel achterdochtig is. Of iemand die in een manische psychose zit en met zijn spraakwaterval de groep monopoliseert. Maar dan kan het in een latere fase van de behandeling wel."
Er is een mentaliteitsverandering nodig voordat de sector groepstherapie echt gaat omarmen, denkt Daemen. "Cliënten moeten die drempel over en personeel ziet het nog als second best."
Ook branchevereniging De Nederlandse ggz noemt die twee zaken desgevraagd als oorzaak waarom het aantal groepsbehandelingen nog achterblijft. "Er heeft altijd een soort stigma geheerst", denkt een woordvoerder. "Alsof het alleen maar een makkelijke oplossing is om meerdere vliegen in één klap te slaan. Terwijl het volgens onderzoek dus helemaal geen second best is, maar even goed werkt. Alleen zit dat nog niet zo in de cultuur van professionals en opleidingen."
Toch zit die cultuur niet muurvast, benadrukken meerdere geïnterviewden. Er gebeurt heus wel wat. De NVGP merkt het aan de interesse in hun vakgebied op bijvoorbeeld congressen. Menzis ziet in de statistieken dat het aandeel groepssessies bij de mensen die een hybride behandeling krijgen, groeit.
Het Nivel ziet zelfs sommige praktijkondersteuners van de huisarts groepsbehandelingen geven. En dat er veel laagdrempelige lotgenotenbijeenkomsten worden georganiseerd voor mensen die op de wachtlijst staan. Magnée: "Deelnemers waarderen die groepsbijeenkomsten veel meer dan de meeste andere vormen van zulke wachtlijstondersteuning."
Alleen: die positieve signalen zijn nog veel te klein om echt het verschil te maken voor de wachtlijsten. Daemen: "De sector is er in elk geval al van doordrongen. Het begin is er. Nu moet het echt gaan gebeuren."
Source: Nu.nl algemeen