Grens VS-Mexico Migranten op weg naar de VS stranden door het strenge migratiebeleid van Trump in Noord-Mexico. En de VS zetten Mexicanen uit die soms weinig meer met hun geboorteland hebben. Grensstad Nogales heeft voor beide groepen eigenlijk geen plek.
Twee kinderen lopen buiten een opvanghuis voor migranten in Nogales, een grensstad in Noord-Mexico waar veel migranten op weg naar de VS stranden.
De zon verdwijnt langzaam achter de kurkdroge heuvels in de Mexicaanse woestijn als hij komt aanrijden. Twintig jaar lang werkte hij als coyote, ofwel mensensmokkelaar. Twintig jaar lang nam hij mensen, die vanuit de hele wereld via Mexico de Verenigde Staten probeerden te bereiken, mee over de grens. Ze betaalden er fors voor. Op voorwaarde van anonimiteit wil de man zijn verhaal doen tegenover NRC. Zijn volledige naam is bekend bij de redactie.
Met een diepe zucht kijkt de Mexicaan uit over de zanderige heuvels. De Amerikaanse staat Arizona ligt op een steenworp afstand. Zonder de zeven meter hoge muur van roestige ijzeren balken en prikkeldraad, die het landschap in tweeën klieft, had je er zo heen kunnen lopen.
„Er zijn nog steeds manieren om de grens over te steken”, zegt de man. „Alleen, er is vrijwel niemand meer die de oversteek durft te maken. Uit angst voor Donald Trump.” Het eerste jaar van Trumps terugkeer in het Witte Huis werd gekenmerkt door een zeer streng migratiebeleid.
Het aantal patrouilles door de Amerikaanse grenspolitie is opgeschroefd. Er zijn militairen naar de grens gestuurd. En er wordt nog meer grensmuur bijgebouwd, onder meer in Nogales, de stad waar deze coyote vandaan komt.
Omdat het steeds lastiger is geworden om de grens over te steken, is dat voor migranten duurder geworden. „Ik vraag rond de achtduizend dollar per persoon. Dat is relatief goedkoop vergeleken met anderen”, zegt de man. „En dan zijn er nog smokkelaars die je achterlaten in de woestijn of je beroven. Ik zorg altijd dat de mensen op hun bestemming aankomen.”
Coyotes als ‘El Tapana’ – zoals de man in Nogales genoemd wordt, naar zijn geboortedorp – waren jarenlang een belangrijk onderdeel van de lucratieve oversteekindustrie. Zij kenden de route door de woestijn, waar de temperaturen overdag kunnen stijgen tot 40 graden Celsisus, en het ’s nachts juist kan vriezen. Zij wisten waar de grensbeveiliging zwak was, welke autoriteiten of criminelen je moest omkopen.
In de jaren van Trumps voorganger Joe Biden hielp de man naar eigen zeggen drie keer per week migranten clandestien de grens over, nu is dat hooguit eens per maand. Het strookt met de cijfers die de Amerikaanse autoriteiten naar buiten brengen over de scherpe daling in onderscheppingen. Hoewel die daling al begon in Bidens laatste jaar, worden onder Trump de laagste cijfers in vijf decennia genoteerd. In 2025 probeerden gemiddeld 10.000 mensen per maand illegaal de grens over te steken, gemeten naar het aantal mensen dat werd opgepakt, tegenover 200.000 in 2022, toen de migratiestroom naar de VS op z’n hoogtepunt was.
Een roofvogel vliegt over het grenshek tussen Mexico en de Amerikaanse staat Arizona.
Mensensmokkelaar El Tapana kijkt met de handen in de zakken hoe het woestijnlandschap donker kleurt bij het vallen van de avond. Voor hem zijn het financieel moeilijke tijden. „Buitenstaanders zien mijn baan als iets slechts, maar ik hielp mensen met datgene wat ze het liefst wilden: de VS te bereiken. Ik heb ook een familie te onderhouden”, sombert hij, zijn blik op de horizon. „Ik denk er nu over om zélf naar de VS over te steken en daar werk te zoeken. Ik moet geld verdienen.”
Verderop in de heuvels rond Nogales ligt het Huis van Barmhartigheid, een groot opvangcentrum voor migranten, dat volledig draait op geld van christelijke organisaties uit de VS. Op een gekleurd plein zijn kinderen aan het voetballen, verderop staat een schooltje. Er is een wasruimte, twee slaapruimtes – mannen slapen gescheiden van vrouwen en kinderen – en een gebedsruimte. En een werkplaats, waar migranten onder meer ukeleles in elkaar zetten om te verkopen.
De paar gezinnen die hier nog zitten, zijn niet op doorreis. Zo ook Rosario (vanwege de veiligheid van haar familie wil ze geen achternaam in de krant), die in de werkplaats staat. Ze is afkomstig uit Michoacán, een Mexicaanse staat die geplaagd wordt door geweld van criminele organisaties. De Mexicaanse vrouw heeft twee kinderen en was op weg naar de VS, toen Trump president werd.
„Ik had een dag na zijn aantreden een afspraak bij de Amerikaanse migratiedienst. Die werd meteen geannuleerd toen hij aantrad”, zegt . Haar plan is om voorlopig in de asielopvang te blijven, mogelijk zelfs tot het einde van Trumps presidentschap. „Ik kan niet terug naar mijn geboortedorp. En hier kunnen mijn kinderen naar school en kan ik wat bijverdienen.”
Het verhaal van Rosario is het verhaal van het gros van de Mexicaanse gezinnen in de migrantenopvang. Ze moesten het geweld in hun thuisstaat ontvluchten en besloten naar de VS te trekken voor asiel. Maar Trump sloot de grens, en nu zijn ze gestrand, terwijl ze de VS letterlijk kunnen zien liggen vanuit de opvang. Illegaal oversteken is te duur, en bovendien gevaarlijk.
Sportveld van het Huis van de Barmhartigheid in Nogales, Mexico.
In grenssteden als Nogales verblijven ook veel door de VS uitgezette Mexicanen; vorig jaar zijn circa 150.000 mensen uitgezet naar Mexico. Slechts een klein deel gaat terug naar huis: vaak is het er te gevaarlijk, er is maar weinig werk of ze hebben na jaren in de VS geen band meer met hun geboortestreek.
De Mexicaanse regering voerde na het aantreden van Trump het programma ‘Mexico omarmt je’ in om uitgezette migranten perspectief te bieden. Die grote belofte lijkt amper te zijn nagekomen. Huisvesting en werkgelegenheid zijn er maar amper. Uitgezette mensen moeten zich zelf zien te redden.
Dat geldt ook in Nogales, erkent Hipolito Sedano, de viceburgemeester van de Mexicaanse grensstad. „Wij zijn maar een kleine stad. Wij hebben niet het vermogen migranten op te nemen en ze permanent een plek te bieden”, zegt hij achter zijn bureau in het gemeentehuis. „We hebben tijdelijke opvangplekken, maar op de arbeidsmarkt is maar weinig ruimte voor nieuwe mensen. Zeker omdat het bedrijfsleven het ook zwaar heeft door het grensbeleid van de VS.”
Het gemeentehuis van Nogales ligt vlak bij de grensovergang. De hele dag vormen zich kilometers lange files. Bijna iedere auto wordt doorzocht door Amerikaanse douaniers, op zoek naar illegale migranten of drugs. Voorheen waren die controles een stuk minder strikt, zegt Sedano. „Families staken hier zo de grens over om boodschappen te doen aan de andere kant. Maar dat gaat niet meer. Aan de Amerikaanse kant zijn daardoor een hoop bedrijven en winkels failliet gegaan”.
Voor de grensovergang naar de VS vormen zich dagelijks lange files.
Tussen de auto’s, die al uren staan te wachten om de grens over te steken, loopt de 54-jarige José Antonio Maldonado. Hij rilt als de ijskoude wind door zijn dunne jasje blaast. Het pak kranten dat hij onder zijn arm draagt, beschermt hem ook amper. Het is het lokale krantje, dat hij probeert te verkopen aan de wachtende automobilisten. „Er is hier niet veel werk.” Hij verdient er omgerekend zo’n 15 euro per dag mee. „In de middag probeer ik op andere plekken nog wat te verkopen. Maar het is een zwaar leven”, zegt hij.
Er gaat geen moment voorbij of Maldonado denkt aan Phoenix, de stad in Arizona waar hij bijna twintig jaar woonde en in de bouw werkte. Hij heeft er twee kinderen wonen. In mei 2024 werd hij uitgezet, omdat hij als kind illegaal naar de VS was gekomen. „Twintig jaar heb ik in de VS gewerkt. Ik heb me kapot gewerkt, huizen gebouwd. Mensen als ik hebben de VS opgebouwd”, zegt hij. „En zonder enig pardon word ik naar een land gestuurd dat ik amper ken. Ik kon mijn uitzetting niet eens aanvechten.”
Maldonado stuurt bijna al het geld dat hij verdient naar zijn kinderen in de VS. Veel is het niet. Voorlopig blijft hij in Nogales. „Want de Amerikaanse droom is voor mij een nachtmerrie geworden.”
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet