Annemarie Ehrlich-Liefmann is 100 jaar. Tot haar 95ste werkte ze fulltime, reizend door heel Europa.
Annemarie Ehrlich-Liefmann kan nu eindelijk uitrusten en loslaten, zegt ze. Ze hoeft geen trein of vliegtuig meer te halen. De 100-jarige heeft tot haar 95ste voltijds gewerkt, en daarna nog drie jaar één dag in de week. Haar nogal late pensionering begon met de verhuizing van een groot huis naar een bescheiden kamer in een verpleeghuis in Zeist. Daar roept een verzorgende in de gang enthousiast uit: ‘Ga je naar Annemarie Ehrlich? Zij is wereldberoemd!’
Het was uw oudere broer Georg Liefmann die u tipte voor een interview.
‘Ja, hij is al bijna twee jaar 100. We hebben een heel ander leven geleid. Sinds ik anderhalf jaar geleden bij hem in de buurt ben komen wonen, hebben we meer contact. Elke dinsdagochtend wandelt hij naar mij toe en lezen we samen een boek. Mijn broer leest hardop voor en ik lees mee in mijn eigen exemplaar. De afgelopen maanden hebben we ons zo verdiept in dementie, ik wilde daar meer over weten omdat in dit huis mensen met dementie wonen.’
Wat heeft u over dementie geleerd?
‘Dat er acht soorten zijn. Wat opvalt is dat wetenschappelijke boeken uitgaan van wat mensen met dementie niet meer kunnen, en antroposofische boeken van hun belevingswereld.
‘Voor mijn verjaardag had ik een concert georganiseerd, met vier uitvoeringen van Bist du bei mir van Bach. We begonnen met driestemmige zang, daarna drie strijkers, dan drie blazers en vervolgens pianomuziek met euritmiegebaren – en daarna weer blazers, strijkers en zang, als een boog. Tussen elke uitvoering luisterden we naar de stilte. Die stilte was elke keer anders, en werd steeds dieper. Ook merkte ik dat als je actief stil bent, je beter kunt luisteren. Stilte ervaar ik niet als leegte, maar als moment om te voelen dat ik geraakt ben.
‘Onder de honderd gasten waren ook mensen met dementie. De verpleegkundigen waren verbaasd te zien dat zij het hele concert stil waren gebleven en na afloop rechtop in hun stoel zaten, in plaats van hangend, en dat ze hen aankeken. Dit zou weleens een nieuwe therapie kunnen zijn.’
Zo doet u op uw 100ste nog nieuwe ontdekkingen.
‘Dat komt doordat ik nu rust heb. Ik hoef geen trein of vliegtuig meer te halen. Ik ben altijd een druk baasje geweest. Tot mijn 95ste heb ik fulltime gewerkt en de hele wereld rondgereisd. Het was covid die daar een einde aan maakte. Daarna werkte ik nog een dagdeel per week in Nederland, drie jaar lang.
‘Ik heb 86 jaar in hetzelfde huis gewoond, de laatste jaren met een vriendin en mijn achterkleindochter. Toen zij anderhalf jaar geleden allebei de kans kregen op een eigen woning, besloot ik te verhuizen naar dit verpleeghuis. Ik heb geen zorg nodig, maar kreeg toch een indicatie vanwege mijn hoge leeftijd. Mijn zoon was opgelucht dat ik makkelijk afstand kon doen van al mijn spullen. Ik zeg altijd: nooit gaat er in een begrafenisstoet een verhuiswagen mee. En: luxe zit in je innerlijk, niet in materie.
‘Soms vraag ik mij af of er een tweede persoon bestaat die zo dankbaar is als ik. Ik ben gezond en gelukkig, ik heb geen pijn en ben niet afgetakeld – ook niet in mijn hoofd.’
Wat voor werk deed u waarvoor u de wereld rondreisde?
‘Ik heb bijna veertig jaar lang cursussen euritmie gegeven in bedrijven door heel Europa, en in Egypte, Zuid-Afrika en Amerika. Tussendoor was ik meestal niet meer dan een paar dagen thuis. Elk jaar gaf ik een maand les in Egypte, drie keer een week in Rusland, een maand achtereen in Zwitserland, Finland, Noorwegen en Zweden, en zo kan ik nog wel even doorgaan – Oekraïne, Slovenië, Engeland, Italië, Kaapstad… Daardoor heb ik zoveel vrienden in het buitenland. Ik ben een geluksvogel.
‘In het buitenland werken kwam op mijn pad. Na mijn studie euritmie werd ik docent op een Vrije School en gaf ik daarnaast cursussen. Weet je wat euritmie is? Het is een dansvorm, ontwikkeld door de filosoof Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. In de antroposofie gaat het om het ontwikkelen en versterken van je bewustzijn. Euritmie kan daaraan bijdragen. Zelf noem ik het spreken met gebaren en vormen. De duidelijkste beschrijving is van een van mijn cursisten, een 18-jarige bankmedewerker van ING. Na een cursus van een week vroeg ik hem hoe hij euritmie zou omschrijven. Hij antwoordde: ‘Bewustzijnsbeweging, bewegingsbewustzijn.’ Dat heb ik op mijn folders gezet.
‘Dat reizen naar het buitenland begon met een man die uit Duitsland naar Nederland was gekomen voor mijn cursus. Hij was directeur van een bandweverij en zei dat euritmie hem geschikt leek voor werknemers, om de samenwerking te bevorderen. Hij vroeg of ik een cursus voor vier dagen wilde opzetten en bracht mij in contact met andere bedrijven in Duitsland – en vanaf dat moment ging de bal rollen. Ik ontwikkelde een euritmievorm voor werkgebieden en zou de bijna veertig jaar daarna in honderden bedrijven cursussen geven.
‘Via mijn contacten in Duitsland leerde ik de ondernemer Ibrahim Abouleishi kennen. Hij had in de woestijn van Egypte een stuk grond vruchtbaar laten maken en er een veehouderij en vier fabrieken opgericht. In die fabrieken in Sekem mocht ik ook cursussen geven. Na drie jaar dacht ik: ‘Dit is een goede plek om Europese studenten ervaring te laten opdoen in mijn vak – vervolgens heb ik hen daar dertig jaar lang elk jaar een maand lesgegeven.’
Welk effect heeft euritmie op werknemers?
‘Wie samen danst, maakt geen ruzie, zeg ik altijd. Euritmie met een groep zorgt voor verbondenheid en vertrouwen in elkaar. Ik had bijvoorbeeld de volgende oefening bedacht. De werknemers van een afdeling staan in een kring. Ik geef ze koperen ballen om aan elkaar door te geven, met de opdracht dat ze naar rechts kijken als ze een bal doorgeven, maar niet naar links kijken als ze een bal ontvangen. Het niet naar links kijken is bedoeld om de ander te leren vertrouwen. De hele oefening is gericht op verbroedering door samenwerking. En om voortdurend bewust te zijn van wat je doet, zodat de samenwerking goed blijft lopen. Deze oefening mechanisch uitvoeren, is onmogelijk. Zoals de dichter Guido Gezelle schreef: ‘Denkt aleer gij doende zijt / en doende, denk dan nog’. Ik kreeg er wereldwijd succes mee en werd de ‘bollen-euritmist’ genoemd.’
Hoe kijkt u terug op uw jeugd?
‘Ik ben opgegroeid in een sociale werkgemeenschap in Berlijn. Mijn ouders waren lieve, sober levende mensen. Ze maakten geen ruzie en werden nooit boos. De antroposofie ontdekten ze door de school die ze voor mijn broer hadden uitgekozen, en legden ze hun kinderen niet op.
‘Mijn vader was een rekenwonder en werd de rechterhand van een bankdirecteur. Hij zag waar het meeste geld naartoe ging sinds Adolf Hitler aan de macht kwam; naar herbewapening. ‘In zo’n land wil ik niet wonen’, zei mijn moeder. Ze wilden naar Griekenland, maar omdat er buiten Duitsland alleen in Den Haag een Vrije School was voor hun vier kinderen, verhuisden we in 1934 daarheen.
‘Mijn vader was Joods, zodra er tijdens de Duitse bezetting maatregelen tegen Joden werden genomen, is hij naar Amsterdam gegaan, waar hij kon inwonen bij een kennis. Hij zei: ‘Ik ga niet onderduiken omdat ik Joods ben, ik neem mijn lot op mij.’ De hele oorlogstijd heeft hij rondgelopen met een ster op zijn jas, alleen in de laatste maanden is hij opgepakt en heeft hij in een kamp in Bergen gewerkt. Eerder al moest mijn moeder bij een Duitse officier komen, die haar opdroeg van haar man te scheiden. Ze zei: ‘Dat gaat niet, want we zijn kerkelijk getrouwd.’ Ik was 14 jaar, en dacht: ‘Wat een moedige ouders, die staan voor wie ze zijn.’ Dit heeft me gevormd; ook ik weet wat ik wil en laat mij er niet onder krijgen.’
Heeft u een grote liefde gekend?
‘Ik heb een heel gelukkig huwelijk gehad met Albrecht. Ik ontmoette hem voor het eerst in ons huis in Den Haag, via mijn broer kwam hij bij mijn ouders langs omdat hij een kamer zocht. Hij was reclame-ontwerper en had net een nieuwe baan bij de PTT (de voorloper van PostNL, red.) Meteen toen ik hem zag, wist ik: dat is hem. Albrecht was tien jaar ouder, ik studeerde nog toen we elkaar leerden kennen. Hij had veel last van depressies. Daar kon ik goed mee omgaan; ik zorgde er altijd voor dat hij nooit alleen was als ik aan het werk was. Na zijn overlijden op zijn 71ste ben ik veel in het buitenland gaan werken.’
Heeft u nog plannen voor de nabije toekomst?
‘Actief blijven. Ik heb nu eindelijk tijd om veel te lezen. Ik herlees werken van Rudolf Steiner, in de ochtend en in de avond een paar bladzijden. Van hem heb ik geleerd: het gaat niet om het onthouden, maar om het beleven van wat je leest.
‘En ik blijf iedere dag mijn oefeningen doen: mijn linker- en rechterarm strekken, elk vijf keer tien tellen lang. Mijn been optillen, strekken en dan mijn voet neerzetten op mijn derde teen. Ook teken ik met mijn vinger geometrische figuren in de lucht, waarbij ik mij tegelijkertijd bewust ben van de lijnen die ik trek, de ruimte er buiten én van het middelpunt. Ook dat scherpt het bewustzijn. Bewijzen kan ik het niet, maar het kan zijn dat ik door mijn levenlang dagelijks oefeningen te doen, geestelijk gezond 100 jaar ben geworden.’
geboren: 23 maart 1926 in Berlijn
woont: in een verpleeghuis in Zeist
familie: 2 kinderen (1 overleden), 4 kleinkinderen, 13 achterkleinkinderen, 1 achterachterkleinkind
beroep: euritmie-docent
weduwe sinds 1986
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant