De Zitting Irritant gedrag, dat tolereert Pieter (67) niet. Graffitispuiters, snelheidsduivels op fatbikes: ze krijgen de wind van voren. Maar nu heeft hij een jongetje (8) omvergeduwd. „Je had de ouders moeten aanspreken op het gedrag van hun zoon”, zegt de rechter.
Een man met badslippers en witte sokken staat in de wachtkamer van de rechtbank in Utrecht te worstelen met een koffieautomaat. Dan bemerkt hij een bak met bekers en tast toe. Aandachtig volgt een andere man met bril het koffiezetproces. Vlak voordat de slipperdrager een slok neemt, loopt de andere man naar hem toe. „Die bak is voor gebruikte bekers”, zegt hij. Het tafereel zou kunnen suggereren dat de ene vriend de andere ervan weerhoudt andermans speeksel tot zich te nemen.
Met klepperende badslippers loopt de man even later met z’n vrouw, een medewerker van slachtofferhulp en twee politieagenten de rechtszaal in. Gevolgd door de man met de bril.
In de rechtszaal blijken de mannen helemaal geen vrienden. De man met de badslippers heeft samen met z’n vrouw de 67-jarige Pieter voor de rechter gesleept. Pieter heeft voor de Albert Heijn in Nieuwegein hun achtjarige zoon van diens step geduwd. Volgens Pieter viel de jongen twee „oudere dames” lastig. Aan de val heeft het jongetje schaafwonden overgehouden. Hij is angstiger geworden en heeft slaapproblemen; buitenspelen durft hij ook niet meer, zegt de rechter.
Pieter rolt met z’n ogen. „Ik ben er niet trots op. Het verdient geen schoonheidsprijs.” Volgens hem was het jongetje zigzaggend in volle vaart langs de voeten van ouderen aan het steppen. Het jongetje zou ook veel lawaai gemaakt hebben. Zittend doet Pieter met z’n armen in grote gebaren en geluiden het jongetje na.
Mensen aanspreken op hun gedrag doet Pieter wel vaker: graffitispuiters, buurtbewoners die troep naast de ondergrondse afvalcontainer laten staan, jongens op fatbikes. „Laatst ben ik recht voor een tiener op een fatbike gaan staan die met twintig kilometer per uur door een winkelcentrum reed. Ik riep: ‘Klootzak, stoppen!’”
Irritant gedrag, dat kan Pieter slecht verdragen. Hij herhaalt meermaals dat het door z’n autisme komt. „Weet u dat het achtjarige jongetje ook een beperking heeft?”, zegt de rechter. Pieter schudt z’n hoofd.
Er is geen advocaat om Pieter te verdedigen. „In Nederland mogen we elkaar op elkaars gedrag aanspreken”, zegt hij. Nadat het jongetje was gevallen, ontstond commotie. Veel omstanders spraken Pieter aan. „Ik heb meteen mijn oprechte excuses aangeboden aan het jongetje.” Een kwartier later verschenen de ouders. „Zij waren weinig aanspreekbaar.” De ouders hebben vervolgens een melding gedaan bij de politie.
Pieter is alleen maar naar de rechtbank gekomen omdat hij het oneens is met de strafbeschikking van het Openbaar Ministerie – een boete van 250 euro en een veertigurige taakstraf. „Als ik die boete moet betalen, kan ik vijf weken geen boodschappen doen!” De ouders van het jongetje giechelen. „Lekker voor ‘m”, mompelen ze.
Voor de step hebben de ouders een schadevergoeding van 400 euro ingediend, zegt de rechter. Pieter schiet overeind. „Ze willen er een slaatje uit slaan!” Als twee tieners in een klaslokaal proesten de ouders het uit van het lachen. Verbaasd kijkt hun begeleider van slachtofferhulp ze aan.
Pieter wil een zelfgeschreven brief voorlezen die door een ooggetuige is ondertekend. Zo wil hij aangeven dat het niet om een opzichzelfstaand incident gaat. „Het is al de zoveelste keer dat deze familie overlast geeft bij de Albert Heijn”, leest hij voor.
Dat schiet de moeder in het verkeerde keelgat. Ze steekt haar vinger op. „Mevrouw, u mag niets zeggen”, zegt de officier van justitie. „De step heeft hij voor zijn verjaardag gehad”, zegt de medewerker van slachtofferhulp. „Mevrouw heeft geen foto’s meer van de schade, omdat haar telefoon kapot is.” De moeder knipoogt naar haar man.
Pieter is hartpatiënt en zit in de bijstand. Zo’n twintig jaar geleden is hij weggesaneerd bij telecommunicatiebedrijf KPN. Op z’n veertigste heeft hij een „modieuze operatie” ondergaan en een kunstmatige hartklep gekregen. „Gisteren zei de cardioloog dat het niet zo goed met mijn hart gaat.” Hij drinkt ook te veel, bekent Pieter. Vanwege de gezondheidsproblemen verlaagt de rechter de taakstraf naar zestien uur.
De rechter kan zich voorstellen dat Pieter zich ergerde aan het jongetje en de vrouwen wilde beschermen. Dat hij heeft geduwd, heeft Pieter bovendien meteen toegegeven. „Maar een onbekend kind duwen gaat te ver. Je had de ouders moeten aanspreken op het gedrag van hun zoon,” zegt de rechter. Een boete van 250 euro is aannemelijk voor de mentale en fysieke schade die Pieter heeft veroorzaakt, vindt de rechter. In vijf maandelijkse termijnen moet hij die afbetalen.
„Ik vind het buiten proportie!”, roept Pieter.
En de 400 euro schadevergoeding voor de step? „Die step is gemaakt voor kinderen en het is aannemelijk dat die tegen stoten kan. Ook mist een foto van de schade”, zegt de rechter. Pieter hoeft die vergoeding niet te betalen. Hij krijgt twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan tegen de straf. „Ik denk er nog even over na”, zegt Pieter.
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.