Home

‘Kind van was’ is één lange bezwerende spreuk. Die moet je niet begrijpen, maar ondergaan

Het is moeilijk vat te krijgen op Kind van was van Olga Ravn. Maar misschien is dat ook de bedoeling van de Deense schrijver. Dit is een verhaal over toverij, en het verhaal zelf is één lange, bezwerende spreuk.

In de roman Kind van was van Olga Ravn ligt weinig voor de hand. Dat is al duidelijk vanaf de eerste zin, die toch bedrieglijk helder klinkt: ‘Ik ben een kind van bijenwas.’ Een ongebruikelijke verteller, dit kind, en het heeft ons veel te zeggen.

Het vertelt vurig en fysiek, ondanks het ontbreken van bijvoorbeeld een mond. Plaats en tijd doen er ook niet zo toe, natuurlijk niet, het is een kind van was: ‘Ik lag in de aarde en zag alles.’ Het kind leest en passant gedachten van allerhande figuren, onder wie de Deense koning, en laat zich dan weer maanden meedragen door een vrouw. Een gedroomde verteller, want alle aardse beperkingen ontbreken. Niemand van ons weet waartoe zo’n kind in staat is. Hier wordt aan literaire conventies gerammeld, en dan heb je mijn aandacht.

De maker van het kind, Christenze, staat min of meer centraal. Deze ongehuwde edelvrouw wordt verdacht van toverij. Ze leeft in Denemarken, aan het begin van de 17de eeuw, en ook de vrouwen die zich in haar kringen bewegen, worden verdacht bevonden.

In tongen praten

Ravn heeft zich voor deze roman gebaseerd op historische bronnen van Noord-Europese heksenprocessen. Maar dit klinkt allemaal veel te realistisch en expliciet. In de werkelijkheid van het verhaal ben je als lezer veroordeeld tot vereenzelviging met het wassen kind en krijg je diens woorden gevoerd, woorden die soms zeer precies en poëtisch zijn, maar net zo vaak klinken alsof er in tongen tegen je wordt gepraat. Omdat de leefwereld van het kind zo veraf staat van de onze, wordt de leeservaring immersief. Wil je toegang krijgen tot het verhaal, dan moet je het tot op zekere hoogte ondergaan en zelf de puzzelstukjes leggen.

Ik moet eerlijk zijn, dat lukte mij niet altijd. Ik wilde niet steeds de macht uit handen geven en het wassen kind blindelings volgen. Ik ben er niet trots op, maar ik ben zo’n lezer die graag begrijpt wat er staat. Kom daar maar eens van af.

Soms veranderde de taal binnen een alinea van glashelder naar afstandelijk en onaards. Daardoor werd ik vaak het verhaal uitgemikt, ging ik zinnen herlezen en vroeg ik me af wat er nou eigenlijk stond. Dan was ik met mijn aandacht niet bij Christenze, kon het me weinig schelen hoe het haar vrouwen verging, of wat het kind van was nu weer allemaal afluisterde. Dan dacht ik na over de schrijver; ik heb veel over Ravns bedoelingen nagedacht en over mijn eigen leeshouding.

Christenze en haar vrouwen, die vriendinnen of geliefden zijn, worden opgejaagd omdat ze samenkomsten organiseren en, in de ogen van de buitenstaanders, boosaardige rituelen uitvoeren. Het kind vertelt: ‘Ze hebben haar en nagels in me gestopt van de persoon die moet lijden.’ Al lijken de vrouwen elkaar meestal gewoon op te zoeken om samen te werken of simpelweg lol te hebben.

Ravn schrijft in haar nawoord dat in het 17de-eeuwse Denemarken toverij en aanverwante rituelen, die bescherming moesten bieden tegen allerhande kwalen en noodlottigheden, redelijk algemeen waren.

Regelmatig wordt het verhaal dan ook onderbroken door spreuken en recepten die Ravn vond in haar historische bronnen. Dit maakt de zeer gewelddadige vervolging van de vrouwen nog onbegrijpelijker en wranger. Waarom is de toverij van deze vrouwen ketters, en die van anderen niet?

Satanische rituelen

De sympathie van het kind ligt niet bij de vervolgers: echtgenoten, wereldlijke of kerkelijke machthebbers en een enkele (gefnuikte, kinderloze) vrouw. Misschien gaat het deze overwegend mannelijke vervolgers minder om de vermeend satanische rituelen en meer om het breken van de loyaliteit die de vrouwen bindt, vrouwen die (hun) mannen niet nodig hebben. Vrouwen, zoals Christenze, die van vrouwen houden. Wie samenwerkt, heeft macht.

Het zijn belangrijke vragen die het boek oproept. Maar er is nog een andere laag. In een kenmerkende scène verplaatst het kind van was zich op verzoek van Christenze in een kat en bezoekt in die hoedanigheid de dominee die op dat moment vermoedelijk zijn vrouw iets aandoet.

Op verhaalniveau wordt hier over materiële toverij verteld, over de transformatie van wassen kind naar kat en weer terug. Tegelijkertijd raak je door de soepele en bezwerende taal zelf óók een moment betoverd. Je wordt die kat, die in het oor van de dominee vermanende woorden spreekt. Vorm en inhoud vallen samen. Bregje Hofstede schrijft in haar voorwoord dan ook dat toverij alles te maken heeft met taal. Zo is de betekenis van het woord ‘tover’ mogelijk terug te voeren op zoiets als ‘spreken met kracht’, ‘iets uitspreken wat werkelijkheid wordt’.

Experimenteerlust

Het bleef mij aan overgave ontbreken, maar ergens halverwege besloot ik Ravn en haar wassen kind te vertrouwen. Dat deed ik deels uit bewondering voor haar durf en experimenteerlust en de daaruit voortvloeiende belofte van een transcendente leeservaring.

Maar wat mij vooral beviel, is dat dit boek, dat op de longlist stond voor de International Booker Prize 2026, niet louter drijft op mededogen voor de vervolgde vrouwen of woede jegens de machthebbers en de beulen. Het boort een andere laag aan.

Ravn is helemaal niet uit op mijn begrip. Ik kreeg weinig vat op dit boek en dat is misschien wel juist de bedoeling. Dit is een verhaal over toverij en het verhaal zelf is één lange bezwerende spreuk. Zoiets heeft weinig te maken met begrip. Het moet resoneren met iets anders, iets ouds en mystieks.

Ik geloof dat veel schrijvers op een bepaalde manier het mysterie in woorden willen vangen. Maar sommige schrijvers, en daar reken ik Ravn toe, willen nog liever het mysterie zelf oproepen. Het kind van was is nog lang niet uitgepraat.

Olga Ravn: Kind van was. Uit het Deens vertaald door Michal van Zelm. Das Mag; 192 pagina’s; € 22,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next