President Donald Trump, die hoge importtarieven oplegt om de Amerikaanse staalindustrie te beschermen, heeft voor zijn omstreden verbouwing van het Witte Huis voor miljoenen dollars aan 'gratis' buitenlands staal geaccepteerd. Dat blijkt uit een onderzoek van de New York Times. Het Luxemburgse staalconcern ArcelorMittal, 's werelds op één na grootste staalproducent, levert het staal voor de constructie van Trumps nieuwe balzaalproject — en dat staal is geproduceerd in Europa.
37 miljoen dollar aan Europees staal kado
Trump zei vorig oktober zelf al dat hij een donatie van staal ter waarde van 37 miljoen dollar had gekregen voor de balzaal, waarvan de totale kosten zijn opgelopen naar 400 miljoen dollar. De president prees de gift in het openbaar, maar noemde de donor niet bij naam.
ArcelorMittal produceert ook staal in de Verenigde Staten, maar het voor de balzaal geleverde materiaal is volgens de bronnen afkomstig uit Europese fabrieken.
Tariefverlaging voor staalfabrikant kort na aankondiging donatie
De timing roept vragen op. Vlak nadat ArcelorMittal de staaldonatie had toegezegd, paste het Witte Huis zijn tarievenbeleid aan op een manier die het bedrijf ten goede kan komen: de importheffingen op automotive staal uit de Canadese fabriek van ArcelorMittal werden gehalveerd.
Een anonieme Witte Huis-functionaris wees elk verband tussen de donatie en de tariefverlaging van de hand en noemde het bewijs "dun". Volgens diezelfde functionaris had ArcelorMittal de vrijstelling op dat moment nog niet ontvangen, en zouden ook andere staalbedrijven ervan kunnen profiteren.
Amerikaanse staalbedrijven niet blij
Vertegenwoordigers van Amerikaanse staalbedrijven lieten weten dat de keuze voor buitenlands staal bij zo'n iconisch gebouw woede kan opwekken bij binnenlandse producenten, gezien de gevoeligheid rondom de staalimportheffingen.Trump verdubbelde die heffingen vorig jaar naar 50 procent, uitdrukkelijk om buitenlands staal buiten de markt te houden.
Bronnen: New York Times, 8 april 2026 | Snopes.com, 9 april 2026 | The Spokesman-Review, 9 april 2026
Source: Fok frontpage