Succes is belangrijker dan liefde, leert Frederique van haar ouders. Zo leeft ze dan ook jarenlang: een goede carrière en een meegaande man met wie ze weinig seks of geluk beleeft. Maar bij het sterfbed van haar vader krijgt ze een inzicht.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Ik ben opgegroeid in de overtuiging dat succes belangrijker is dan liefde. Een partner beschouwde ik niet als voorwaarde om gelukkig te zijn, niet als iemand met wie je je leven deelt, maar als behang op een muur: het hoort erbij en is niets om bij stil te staan. Ik werkte aan universiteiten overal ter wereld, had onenightstands en was verliefd op vaak getrouwde mannen uit andere landen die ik een paar keer per jaar ontmoette op congressen en symposia. Soms ook vloog ik voor een avond heen-en-weer.
Eén man zat op die manier jarenlang in mijn hoofd en lijf. We zagen elkaar als het uitkwam en daarnaast belden we veel – ik herinner me die gesprekken als lang en vertrouwd. Soms hoorde ik op de achtergrond de muziek die hij ook draaide als ik met hem was en losten de duizenden kilometers die ons scheidden zachtjes op in weemoed.
Ik ben er nooit vanuit gegaan dat we samen zouden kunnen zijn. Nog afgezien van de afstand en het feit dat hij getrouwd was en twee kinderen had, was er de belemmering van onze carrières. Als je met hard werken een hoge positie in de academische wereld hebt bereikt, ga je niet ineens voor de liefde in een ander land wonen, want daar zul je nooit diezelfde aanstelling vinden.
Uiteindelijk trouwde ik toen ik 39 was, met een man uit Azië, samen kregen we een kind. Het was gewoon tijd voor een vaste relatie en hij was aardig, buitengewoon intelligent en leefde net als ik vooral met zijn onderzoeken en boeken. Onze families waren niet blij met deze keuze, hij was moslim en ik kom oorspronkelijk uit katholiek Zuid-Europa, maar op een of andere manier deerde ons dat niet.
Dat de seks vanaf het allereerste begin één grote dorre woestenij was, daar hadden we het ook niet over. Het viel me wel op, maar zat me niet genoeg dwars om er met hem over te beginnen. Het was duidelijk dat de mannen met wie ik seksueel wel op een lijn zat, die ik wel in mijn hart kon voelen, nooit met mij mee zouden buigen. En meegaandheid was het belangrijkste wat ik van mijn partner verlangde. Ik zat achter het stuur, zogezegd, en mijn echtgenoot op de achterbank – mijn familie noemde me de dictator, maar vergat dat ze mij met haar hoge standaard zelf zo had gemaakt.
Vele jaren later, nu vier jaar geleden, zou ik mijn moeder naast het bed van mijn doodzieke vader zien zitten. Mijn ouders hebben mij liefdevol opgevoed, maar toen pas zag ik hoe kil hun huwelijk eigenlijk was. Ik zie mijn aristocratische moeder nog voor me, een paar dagen voor het overlijden van mijn vader, niet in staat liefde te tonen, niet in staat haar hand op die van hem te leggen, de man met wie ze zo lang getrouwd was.
Wij waren geen gezin waarin gesproken werd over gevoelens, het ging bij ons over prestaties. Je best doen voor je studie, ja, maar werken aan je relatie, daar hoorde ik nooit iemand over. Daar aan dat sterfbed zag ik hoe emotioneel gehandicapt mijn ouders waren, alle succes ten spijt. En ook hoe die eigenschap in je DNA gaat zitten en hoe ik die, als ik niet uitkeek, zou overdragen op onze dochter.
Een inzicht komt zelden met een harde knal, maar ontvouwt zich vaker beetje bij beetje, als een bloemknop. Ook bij mij ontstond het besef dat mijn leven anders kon zijn dan dit, in fasen. Tien jaar geleden kreeg ik in Nederland de ultieme droombaan en mijn man verhuisde met me mee, ook al was hij nog nooit in Europa geweest. We kochten een prachtig huis dat we ons droomhuis noemden en dachten dat de ruzies die we hadden gewoon bij een relatie hoorden, net als het gebrek aan erotiek.
Mijn therapeut in de Verenigde Staten had al eerder opgemerkt dat ik dood was vanbinnen, murw, niet in staat emoties te voelen. Ze vroeg zich hardop af of ik met al die ballen die ik in de lucht moest houden, ooit nog in staat zou zijn te veranderen. Op een dag hadden mijn man en ik ruzie over een kleinigheid. Onze dochter van 5 riep, ‘geen ruzie, geen ruzie’ en opeens pakte mijn zachtaardige Aziatische man hard mijn pols vast en ik schrok: dit is zó niet wie wij zijn. Onmachtig en onwetend waren we. Toen hij eens een pizza in de oven zette met de houten snijplank erbij, schreeuwde ik zo hard dat de buren het konden horen.
We waren niet gelukkig, maar hadden er simpelweg geen woorden voor. Ik dacht echt dat het zo hoorde. Als je ouder wordt, wordt immers alles minder, je ogen, je oren, en bij een ouder huwelijk horen ruzies. Iedereen leefde zo, meende ik. Met vriendinnen sprak ik er niet over, ook mijn vriendschappen raakten ondergesneeuwd door mijn werk.
Tot ik tijdens de pandemie een burn-out kreeg en terecht kwam bij de bedrijfsarts. Het was niet eens zijzelf, maar haar assistent die aan me vroeg: als je straks 80 bent, hoe wil je dan terugkijken op je leven? Ik was verrast, want ik was daar in de eerste plaats voor fysieke klachten, maar haar woorden zetten me aan het denken. In diezelfde tijd bezocht ik een psycholoog die mijn arbeidsethos door een heel andere bril bekeek. Ze bekritiseerde het feit dat ik kort ervoor een vakantie met mijn gezin had afgezegd omdat ik het te druk had en zei: ‘dat doe je niet alleen uit plichtsbesef, maar omdat je iets mist, je werk vult de leegtes op.’ En ook dat was weer zo’n blaadje dat openging en iets nieuws zichtbaar maakte.
Maar de echte ommekeer kwam weer twee jaar later toen ik een vriendin en haar dochter te logeren had. Op een dag zei ze zomaar ineens tegen me: ‘Mijn scheiding bleek een goed besluit. Weet dat een dochter haar moeder graag gelukkig ziet.’
In datzelfde jaar deed zich de openbaring voor bij het sterfbed van mijn vader en ineens paste mijn oude leven niet langer. Na tien jaar huwelijk werd het tijd voor een scheiding. De tweede helft van mijn leven is als een reis langs allerlei geliefden, die ene van vroeger, maar ook nieuwe. Alles gebeurt gelijktijdig, in liefde en verwondering, geen idee waar dit eindigt. Maar één ding is zeker: de relatie met mijn dochter is vrolijk en blij, de familievloek verbroken.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Frederique gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant