Mannengeweld Geweld tegen vrouwen is een mannenprobleem. Het wordt in stand gehouden door miljoenen mannen die het laten gebeuren, zegt de Amerikaanse onderzoeker en activist Jackson Katz. „Veel mannen denken maar twee keuzes te hebben: niets doen of ingrijpen.”
Jackson Katz.
Als een van de eerste mannelijke studenten volgde Jackson Katz (65) begin jaren tachtig een minor vrouwenstudies. In dezelfde periode maakte hij een reportage over een protest tegen slechte verlichting op de universiteitscampus, na een verkrachting. Op het plein demonstreerden alleen vrouwen. Voor het eerst realiseerde Katz zich hoe vanzelfsprekend vrij en veilig hij leefde in vergelijking met zijn vrouwelijke medestudenten. Het vormde het begin van zijn werk.
Dr. Jackson Katz (65) is oprichter van het Mentors in Violence Prevention-programma (MVP) en internationaal bekend om zijn werk op het gebied van mannengeweld tegen vrouwen. MVP traint mannen om in hun omgeving anderen aan te spreken op grensoverschrijdend gedrag. Het programma wordt inmiddels toegepast in onder meer het Amerikaanse leger en op scholen wereldwijd. Zijn TEDx-lezing Violence Against Women, It’s a Men’s Issue is meer dan 5,7 miljoen keer bekeken. Every Man (2025) is zijn nieuwste boek, dat dit najaar ook in Nederlandse vertaling verschijnt. In november is Katz is hoofdspreker op het Jaarcongres Huiselijk Geweld.
Nu geldt Katz wereldwijd als een invloedrijk denker over mannelijkheid, macht en geweld. Begin jaren negentig initieerde hij een van de eerste grootschalige preventieprogramma’s in de topsport en het Amerikaanse leger, die draaien om het voorkomen van ‘mannengeweld’ tegen vrouwen. Zijn aanpak richt zich niet op mannelijke daders, maar op de mannen om het geweld heen. Of, in zijn woorden: „De grote middengroep die seksistisch en misogyn gedrag afkeurt, maar toch zwijgt.”
Juist die groep leert hij om zich uit te spreken als ze dergelijk gedrag zien. Zijn Mentors in Violence-programmawordt in allerlei varianten inmiddels gebruikt op scholen, universiteiten en organisaties in de VS, Australië en Europa. Zijn boek Every Man verscheen recent in het VK en de VS, later dit jaar komt het ook in het Nederlands uit. „Een praktische toolkit voor mannen om seksistisch gedrag aan te pakken”, schreef de Britse krant The Guardian erover.
De timing kon nauwelijks beter. Van de Gisèle Pelicot-zaak tot de Jeffrey Epstein-onthullingen en van femicide tot de opkomst van de manosphere – telkens rijst de vraag: wat kunnen mannen doen? Het antwoord begint met morele vragen, zegt Katz bij een kort bezoek aan Nederland. Namelijk: zie jij jezelf als iemand die zijn mond opendoet bij onrecht? En doe je dat ook echt?
U vindt dat we niet moeten spreken van ‘geweld tegen vrouwen’ maar van ‘mannengeweld tegen vrouwen’. Waarom?
„Geweld tegen vrouwen’ klinkt alsof het vrouwen overkomt. Door te spreken over mannengeweld tegen vrouwen, laten we zien wie het merendeel van dat geweld pleegt. Macht werkt via taal en zolang we daders onzichtbaar maken in onze taal blijft de verantwoordelijkheid liggen bij slachtoffers. Kijk hoe dat uitpakt: decennia van bewustwordingscampagnes en wetgeving, en toch blijven de geweldscijfers schrikbarend hoog. Eerlijk en nauwkeurig taalgebruik is een manier om die status quo te doorbreken.”
Critici zeggen: dat kan ook onnodig polariseren.
„Als eerlijk en wetenschappelijk onderbouwd taalgebruik over dit onderwerp polariserend is, dan is dát het gesprek dat we moeten voeren. Bovendien is die eerlijkheid ook in het belang van mannen zelf. Ook zij worden geraakt door dit geweld: als vader van een dochter die wordt vermoord door haar ex, als zoon die opgroeit in een gewelddadig gezin, als vriend van een vrouw die wordt misbruikt door iemand die hij kent.”
Wat doen mannen anders, dat vrouwen tot nu toe onvoldoende is gelukt?
„Laat ik vooropstellen dat vrouwen al decennialang het zware werk doen. Zij bouwden de opvanghuizen, veranderden wetten, kweekten bewustzijn en gaven slachtoffers een stem. De vrouwenbeweging heeft de samenleving ingrijpend veranderd. En toch is het probleem niet opgelost.
„Dat komt doordat de groep die het probleem veroorzaakt, nooit collectief de verantwoordelijkheid heeft genomen om het op te lossen. Mannen kunnen iets doen wat voor vrouwen ingewikkelder is: ze kunnen andere mannen op hun gedrag aanspreken. Niet als buitenstaander, maar van binnenuit: als vriend, collega, vader, teamgenoot, leraar. Mannen luisteren anders naar andere mannen. Juist die dynamiek kunnen we gebruiken om misogyn gedrag aan te pakken.”
Over welk type misogyn gedrag hebben we het?
„In mijn boek gebruik ik een piramide. In de top staan de uitwassen: van huiselijk geweld tot verkrachting en femicide. In de laag daaronder staan gedragingen als het doorsturen van naaktfoto’s of controlerend en dwingend gedrag in een relatie. De brede onderlaag bestaat uit gedrag dat, vooral door mannen zelf, vaak als onschuldig wordt gezien: seksistische grapjes, kleedkamerpraat, vrouwen naroepen op straat.”
Uw aanpak richt zich juist op het gedrag uit die onderlaag.
„Wat daar gebeurt is de voedingsbodem voor het gedrag in de top. In de onderlaag wordt bepaald wat acceptabel is en wat niet. Niet iedere man die een seksistische grap maakt zal later een vrouw mishandelen. Maar dat soort gedrag draagt wel bij aan een cultuur waarin vrouwen worden gedevalueerd en geobjectiveerd, waardoor ernstigere vormen van geweld de ruimte krijgen.
„Mannen die ernstig geweld plegen, handelen zelden in een vacuüm. Ze putten uit de overtuigingen die ze hebben meegekregen: ideeën over mannelijk- en vrouwelijkheid, over macht en controle. Die ontstaan in hun sociale omgeving. Als mannen onderling die context niet bevragen, blijven we symptomen bestrijden.”
Waarom vinden veel mannen het moeilijk om iets te zeggen van een seksistische grap van een vriend of collega?
„Mannen maken op zo’n moment een kosten-batenanalyse. Zich uitspreken kan een prijs hebben: ze riskeren hun positie in de groep, de sfeer aan tafel, een vriendschap, hun baan.
„Daarnaast denken mannen vaak dat ze de enigen zijn die zich ongemakkelijk voelen, zo blijkt uit onderzoek naar sociale normen. Ze denken dat de rest het prima vindt, dus passen ze zich aan, terwijl die anderen precies dezelfde inschatting maken. Zo ontstaat een situatie waarin iedereen zwijgt, terwijl velen het eigenlijk niet eens zijn met wat er gebeurt. Daarom kan één man die zich uitspreekt zo’n groot effect hebben: hij doorbreekt die misvatting.
„In trainingen hoor ik dat vaak terug. Zodra iemand iets zegt, reageren anderen opgelucht. Ze dachten het al, maar niemand wilde de eerste zijn.”
Met uw Mentors in Violence-programma probeert u van mensen betere omstanders te maken. Waar begint dat mee?
„Met het besef dat je, ook als niet-gewelddadige man, verantwoordelijkheid draagt. Dat is er meestal niet meteen. Mannen komen binnen met hun armen over elkaar en zeggen geen training nodig te hebben, omdat ze geen geweld of misbruik plegen. Dan vraag ik: wat doe je om andere mannen duidelijk te maken dat je misogyn gedrag, in welke vorm ook, niet accepteert? Meestal blijft het dan stil.”
Wat leert u mannen vervolgens?
„Een ethisch besluitvormingsproces. Dat gaat niet zozeer om wat ze in zo’n situatie letterlijk zeggen, maar om hoe ze een afweging maken tussen het eigen ongemak, loyaliteit aan zichzelf en de groep, en verantwoordelijkheid jegens degene die wordt geschaad. Ik leg mannen vier vragen voor die hen helpen een afweging te maken over wat ze van de situatie vinden, en welke verantwoordelijkheid ze daarin hebben (zie kader). Zie je jezelf als een man die zijn mond opentrekt in grensoverschrijdende situaties, dan helpt de training om je zelfbeeld in lijn te brengen met je gedrag.”
Wat kunnen mannen concreet doen, als ze getuige zijn van misogyn gedrag?
„Veel mannen denken dat ze twee keuzes hebben: ingrijpen of niets doen. En omdat ingrijpen eng en ongemakkelijk voelt, kiezen de meesten voor niets doen. Tijdens de training ontdekken ze echter een heel scala aan mogelijkheden. Je kunt op het moment zelf iets zeggen of later onder vier ogen een gesprek aangaan. Vraag anderen die hetzelfde zagen wat zij ervan vinden. Stel je werkgever of onderwijsinstelling voor om een training te organiseren. Het belangrijkste is dat je iets doet voor, tijdens of na het incident. Het mooie is: zodra mannen beseffen dat er zoveel opties zijn, wordt de drempel om in actie te komen aanzienlijk lager.”
‘Ik mag toch wel een grapje maken’, is de reactie vaak. Wat zegt u daarop?
„Ik begrijp zo’n reactie. Veel mannen zien eigen gedragingen terug in die basislaag van de piramide; ze hebben meegelachen, meegezongen en gezwegen. Het is ongemakkelijk te beseffen dat je deel uitmaakt van een cultuur die je nu bekritiseert. Maar dit gaat er niet om of je nog wel grappen mag maken, ik zeg alleen: denk na over wat je normaliseert, met je grap of gedrag. De opeenstapeling van misogyn gedrag vormt een cultuur, en in die cultuur bepaal jij mede wat acceptabel is.”
U ziet dit als een leiderschapskwestie. Waarom?
„Het is makkelijk om one of the guys te zijn. Maar iemand vertellen dat je zijn gedrag niet accepteert, vraagt om zelfvertrouwen, lef en sociale vaardigheden. Oftewel: de eigenschappen van een sterke leider. Je hoeft niet daadwerkelijk manager of coach te zijn. Als jij in een groep de eerste bent die zijn mond opendoet, word je de onofficiële woordvoerder van de waarden van die groep. En als jij zwijgt terwijl je het er niet mee eens bent, keur je het gedrag feitelijk goed, ook al voel je dat zelf niet zo. Bovendien: als iemand een leidinggevende positie bekleedt, mag er van hem verwacht worden dat hij zich uitspreekt en het voortouw neemt in deze kwesties, en niet pas nadat er iets is gebeurd.”
Andrew Tate heeft miljoenen volgers, net als Jordan Peterson, en ook Trump is bijzonder populair onder jonge mannen. Hoe hoopvol bent u over de toekomst?
„De backlash is reëel: Tate-achtige manfluencers hebben miljoenen volgers, en een kwart van de jonge Britse mannen zegt het eens te zijn met hun ideeën over vrouwen. Tegelijkertijd zie ik ook dat het aantal gesprekken over dit onderwerp de afgelopen tien jaar exponentieel is toegenomen. Door de Pelicot-zaak, de MeToo-beweging, door documentaires als Inside the Manosphere van Louis Theroux of de Netflix-serie Adolescence: steeds meer mensen begrijpen dat dit een systemisch probleem is, geen kwestie van een handvol verkeerde mannen. Daarbij zie ik dat mijn trainingen mannen veranderen. Dit werk duurt veel langer dan één mensenleven, maar ik haal kracht uit de mensen die ondanks alles veerkrachtig blijven – en uit de wetenschap dat normen veranderen als mensen hun mond opendoen.”
Welke afweging maak je als je getuige bent van seksistisch of ander misogyn gedrag?
Stel jezelf vier vragen:
Er zijn geen goede of foute antwoorden. De vragen zijn bedoeld om je eigen afweging zichtbaar te maken, zodat je niet achteraf zegt ‘ik had iets moeten doen’, terwijl je daar ook vooraf over had kunnen nadenken.