Energiecrisis De hele wereld weet al decennia dat Iran elk willekeurig moment de Straat van Hormuz kan afsluiten. Toch zijn er nauwelijks omwegen om olie en gas daar weg te krijgen als dat gebeurt. Waar liggen de alternatieve routes?
Schepen in de Straat van Hormuz, gezien vanuit Oman.
Olie- en gashandelaren wereldwijd weten al weken niet meer hoe ze het hebben. Sinds begin maart de Straat van Hormuz door Iran werd afgesloten in antwoord op de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op het land, stokt zo’n kwart van de wereldwijde handel in olie een een vijfde van de handel in vloeibaar gas. Gas en olie dat nog uit de grond komt in landen als Saoedi-Arabië, Koeweit, Qatar en Irak, zit vast. Tankers, normaal passeren dagelijks zo’n honderd de flessenhals tussen Iran en de Verenigde Arabische Emiraten, liggen doelloos dobberend te wachten op veiliger tijden.
Sinds deze week een staakt-het-vuren werd afgekondigd en Iran daarbij de belofte deed de Straat te heropenen, is de vraag: wanneer kunnen de tankers met fossiele brandstof weer varen? Tot nu toe is dat volstrekt onduidelijk, omdat Iran dagelijks andere signalen afgeeft, mede omdat Israël het staakt-het-vuren niet van toepassing heeft verklaard op de oorlog die het is begonnen tegen Libanon. Het gevolg: er is nog steeds nauwelijks verkeer door de Straat.
Voor landen in de regio is dat een drama: hoewel ze de afgelopen jaren geïnvesteerd hebben in een diversere economie (meer financiële dienstverlening en toerisme), drijven ze nog steeds voor een belangrijk deel op olie- en gasinkomsten. Tot zes weken geleden was de afsluiting van de Straat dan ook slechts een zwart scenario, waar weliswaar al jaren over werd nagedacht, maar dat nooit bewaarheid werd. De noodzaak om te investeren in alternatieven voor de Straat werd economisch noch politiek écht gevoeld.
Achteraf is het makkelijk verwijten maken, maar de Golfstaten hadden beter kunnen weten. Uitgerekend Rusland kan daarbij als voorbeeld gelden. Rond 2009 waren er hoogoplopende ruzies tussen Rusland en Oekraïne, omdat Oekraïne de doorvoer van Russisch gas meermaals blokkeerde. Om minder afhankelijk te zijn van de Oekraïense leidingen, besloot Rusland uiteindelijk de Nordstream-pijpleidingen aan te leggen om zich te verzekeren van toegang tot het Europese vasteland.
De Straat heeft tot nu toe geen noemenswaardige ‘nooduitgang’ waarlangs olie en gas de regio kunnen verlaten. Maar dat kan mede dankzij de crisis wel eens snel veranderen.
Eigenlijk hebben alleen Saoedi-Arabië, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) iets van een alternatief voor de Straat. Zij beschikken over operationele pijpleidingen voor ruwe olie die in elk geval een deel van de productie kunnen omleiden.
Voor de Emiraten gaat het om de Abu Dhabi Crude Oil Pipeline (ADCOP). Die over land min of meer parallel looptaan de Straat over een afstand van 360 kilometer van de olie-installaties in Habshan naar Fujairah, aan de Golf van Oman. Door de ADCOP kunnen bijna 1,8 miljoen vaten per dag getransporteerd worden. De VAE exporteert zelf voor ongeveer 1,1 miljoen vaten per dag, waardoor er ruimte is voor maximaal 700.000 vaten per dag extra.
Saoedi-Arabië heeft het 1.200 kilometer lange Abqaiq-Yanbu-pijpleidingsysteem, dat het land doorkruist en de olieinstallaties van Abqaiq aan de oostkant met die van het westelijke Yanbu aan de Rode Zee verbindt. De twee leidingen hebben een totale capaciteit van 5 miljoen vaten ruwe olie per dag, maar vorig jaar zou staatsoliebedrijf Aramco die hebben weten op te krikken tot 7 miljoen vaten per dag. Hoe structureel die extra capaciteit kan zijn is nog onduidelijk.
Irak heeft sinds de jaren zeventig een 1.000 kilometer lange pijpleiding liggen die olieproductiestad Kirkuk via het noorden dwars door Turkije heen de havenstad Ceyhan aan de Middellandse Zee bedient. De capaciteit van die pijpleiding, 1,6 miljoen vaten per dag, wordt nu maar mondjesmaat gebruikt (250.000 vaten per dag).
Dagelijks gaan er normaal gesproken ongeveer 15 miljoen vaten ruwe olie door de Straat heen, en nog eens 5 miljoen met olieproducten. De huidige pijpleidingen zijn dus niet groot genoeg om dat op te vangen. In totaal kunnen de huidige pijpleidingen nog wel 3,5 tot 5,5 miljoen vaten olie per dag extra aan, aldus het Internationaal Energie Agentschap (IEA).
Voor vloeibaar gas uit Qatar en de Emiraten is helemaal geen alternatief, Saoedi-Arabië heeft parallel aan de oliepijpleiding wel een pijpleiding voor LNG met een capaciteit van 300.000 vaten per dag, die volgens de IEA nu al volledig wordt benut.
De hogere olieprijzen als gevolg van de afsluiting van de Straat maken investeren in alternatieven voor de flessenhals ironisch genoeg aantrekkelijker. Het strategische voordeel van Iran en de dreigende wereldwijde olietekorten maken de uitbreiding van deze routes nu „een dringende kwestie van politieke wil, investeringen en commerciële haalbaarheid”, schreef energie-expert Kenneth Medlock III vorige week in een opiniebijdrage in The New York Times. „Zodra het conflict met Iran achter ons ligt, moet er zorgvuldig worden gekeken naar de investeringen die nodig zijn om toeleveringsketens te diversifiëren en veerkrachtiger te maken, inclusief de ontwikkeling van exportalternatieven voor de zeestraat.”
Saoedi-Arabië overweegt inmiddels een serieuze uitbreiding van het pijpleidingennetwerk. De huidige oost-west-verbinding zou verdubbeld kunnen worden om de dagelijkse productie van 10 miljoen vaten weg te kunnen sluizen. Naast pijpleidingen vergt dat ook forse investeringen in terminals om schepen te vullen. Ook wordt er gedacht aan het heropenen van oude nu gesloten routes zoals de Trans-Arabische pijpleiding, die bij Libanon de Middellandse Zee bereikt.
Ook Irak zou onder druk van de actuele situatie willen investeren in nieuwe pijpleidingen waar al langer over wordt nagedacht. Zo ligt er een plan om vanuit oliestad Basra aan de Perzische Golf een pijpleiding aan te leggen naar de Zuid-Jordaanse havenstad Aqaba aan de Rode Zee. De kosten voor deze projecten zijn echter immens: de Saoedische pijplijn zou 5 miljard dollar kosten, de internationale pijplijn van Irak mogelijk 15 tot 20 miljard, aldus de Financial Times.
De huidige energiecrisis kan nog wel eens langdurig voor onrust in de regio zorgen, en daarmee voor onzekerheid over de staatsinkomsten van de oliestaten. De wereldmarkt voor olie zal hoe dan ook een nieuwe balans vinden. Afnemers van olie kunnen immers op zoek naar alternatieven (VS, Zuid-Amerika, Afrika) om aan de blokkade van de Straat van Hormuz te ontkomen. Zolang de nooduitgang voor de Straat niet is aangelegd, hebben de olieproducerende landen aan de Perzische Golf die keuze niet.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen