Home

Waarom is het zo moeilijk de arbeidsmarkt te hervormen?

Werk Afgelopen week sprak de Tweede Kamer over een eerste van zes wetsvoorstellen over de arbeidsmarkt. Dat was vele jaren na diverse adviezen. NRC sprak met experts over vier blokkades voor een arbeidsmarkthervorming.

Een aspergesteker op een veld in Mierlo.

Vakbonden, werkgevers, de politiek – iedereen lijkt het erover eens: de arbeidsmarkt moet veranderen. Een vast contract is te vast en een flexibel contract te onzeker. Jaar na jaar debatteert de Tweede Kamer over nieuwe arbeidsmarktwetten. Er verschijnen adviesrapporten aan de overheid. Maar het doorvoeren van echte veranderingen verloopt traag.

Nederland heeft in Europa relatief het hoogste aantal werkenden met een flexibel contract. Werkgevers zijn volgens deskundigen verslaafd aan flexibele contracten: zonder vaste uren en van tijdelijke aard. Waarom? Een vast contract komt met veel verplichtingen voor de werkgever waar zij moeilijk vanaf komen, zeggen werkgevers zelf. De risico’s van een medewerker aannemen in vaste dienst zijn, zo klinkt het, zo groot dat het simpelweg noodzakelijk is om met flexibele contracten te werken.

En daarom waren er eind 2025 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zo’n 2,7 miljoen medewerkers van 15 tot 75 jaar met een flexibel contract. Baanonzekerheid, bijvoorbeeld door tijdelijke contracten, vormt volgens wetenschappelijk onderzoeken een reële bedreiging voor de mentale gezondheid van medewerkers.

Op de ideale arbeidsmarkt raken mensen met een tijdelijk contract minder makkelijk werkloos. En is een vast contract misschien iets minder vast. Als voorbeeld kijken deskundigen vaak naar Denemarken. Daar ervaren werkenden de meeste baanzekerheid op de arbeidsmarkt, zo blijkt uit enquêtes. Het vaste contract is daar redelijk flexibel, maar wie zijn of haar baan verliest wordt snel weer aan een nieuwe baan geholpen.

De Tweede Kamer debatteerde afgelopen week over de Wet meer zekerheid flexwerkers. Dat gebeurde zes jaar nadat een commissie onder leiding van oud-topambtenaar Hans Borstlap daarover adviseerde. Uit dit advies volgden in totaal zes wetsvoorstellen. Deze wet is de eerste van de zes die de Tweede Kamer behandelt. De wet verbiedt onder andere nulurencontracten, behalve voor studenten en scholieren. Bij een nulurencontract werkt een medewerker op oproepbasis en is diens inkomen onzeker.

Waarom is het zo moeilijk de arbeidsmarkt te hervormen? NRC sprak hierover met deskundigen. De verschillende kabinetswissels hebben logischerwijs voor vertraging gezorgd. Maar wat zit er nog meer achter? Vier obstakels voor de hervorming van de arbeidsmarkt volgens deskundigen.

1Nog altijd is onduidelijk hoe de arbeidsmarkt precíés moet veranderen

De Sociaal Economische Raad, de belangrijkste kabinetsadviseur voor de arbeidsmarkt, kwam in 2021 met een advies voor arbeidsmarkthervormingen. De politiek, werkgevers en vakbonden waren het eens over dit advies. De SER pleitte er onder meer voor dat het kabinet fors zou investeren in zekerheid van werk en inkomen. De adviezen gaan voor een groot deel over de verschillende contractvormen op de arbeidsmarkt, zoals het nulurencontract en andere tijdelijke contracten.

„Iedereen is het erover eens dat er iets moet veranderen, maar hoe dat precies moet, daar lopen de meningen over uiteen”, zegt Paul de Beer, emeritus hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. „Het SER-advies biedt onvoldoende houvast over wat er exact in de wet zou moeten worden vastgelegd.”

Werkgevers, vakbonden en beleidsmakers zouden daarom opnieuw met elkaar om de tafel moeten gaan zitten, zegt Marjolein ten Hoonte, arbeidsmarktexpert bij uitzendconcern Randstad. „Het moet dan veel meer gaan over de vraag: hoe ga je vanuit werkloosheid weer aan het werk? In een dynamische arbeidsmarkt als de huidige zou snel doorstromen namelijk belangrijker moeten zijn dan het type contract dat je hebt.” Dat maakt volgens Ten Hoonte nu alleen maar zo veel uit, omdat we dat samen zo hebben bedacht. „Als je snel een nieuwe baan hebt, is de contractvorm niet zo relevant.”

Nederland is geobsedeerd door de vraag onder welke contractvorm arbeid wordt verricht, ziet Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University. Vast, flex, nul-uren? Dat is waar de discussie over de arbeidsmarkt onder meer in adviesrapporten aan het kabinet tot nu toe vooral over ging. „Als we alle energie die we nu steken in het denken over die contractvormen hadden gestoken in het investeren in opleidingen en vaardigheden van mensen, dan had de arbeidsmarkt er nu misschien wel anders uitgezien.” Neem de invloed van AI op de arbeidsmarkt. „Je ziet nu dat het niet zeker is of je altijd hetzelfde werk kunt blijven doen, omdat je misschien wel vervangen wordt door technologie. Dat maakt het veel minder relevant of je een contract voor onbepaalde tijd hebt. En veel relevanter of je vaardigheden mee-ontwikkelen met de rest van de maatschappij.”

Elke keer als de overheid een pad afsluit, vinden bedrijven een nieuw paadje

„Er zijn zoveel verschillende soorten arbeidsrelaties in Nederland”, zegt De Beer, „dat als je aan één knopje draait, er op andere plekken ook veranderingen kunnen optreden.” Het gebeurde volgens De Beer al vaker dat de overheid de ene vorm van flexwerk probeerde in te perken, en dat bedrijven telkens nieuwe vormen van flexwerk bedachten.

Bijvoorbeeld een paar jaar geleden, vertelt Wilthagen, toen er in de politiek gediscussieerd werd over tijdelijke contracten. Arbeidsmarktintermediairs, zoals uitzendbureaus, vonden voor werkgevers een manier om de risico’s laag te houden zonder zelf tijdelijke contracten uit te delen: payrolling. Je werkt dan bij een bedrijf, maar dat is niet jouw werkgever. Het payrolling-bedrijf is officieel jouw werkgever en draagt de risico’s voor de echte werkgever. Terwijl de ‘echte’ werkgever jou wel aanstuurt op de werkvloer. De werknemer heeft dan veel kariger arbeidsvoorwaarden.

De arbeidsmarkt moet je volgens Wilthagen zien als „een soort tuin waar mensen doorheen moeten lopen”. „Beleidsmakers proberen die tuin aan te harken en nieuwe paadjes aan te leggen om doorheen te lopen”, zegt hij. „De overheid probeert de paadjes naar flexwerk met poortjes te sluiten. Maar elke keer dat je ergens een poortje neerzet, vinden bedrijven dus weer openingen naar andere paadjes.”

Flexibele contracten zijn voor werkgevers zo aantrekkelijk, dat ze altijd zoeken naar manieren om die flexibiliteit te waarborgen, zegt Wilthagen. „Bij flexwerk heb je als werkgever weinig verantwoordelijkheid. Je hebt minder kosten en je kunt heel efficiënt opereren: precies zo veel personeel inzetten als je nodig hebt.” De overheid kan volgens Wilthagen dus allemaal wetten maken om dit terug te dringen. Maar de belangen rondom flexwerk zijn zo groot dat de markt steeds „een nieuwe vorm van flex bedenkt”. „Als er een nieuwe wet wordt aangekondigd om flexwerk in te perken, organiseren flexwerkaanbieders en werkgevers de volgende dag een heidag om oplossingen te zoeken om die flexibiliteit toch te behouden.”

Ook bij invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers zullen werkgevers dit gaan doen, denkt De Beer. „Je kunt eigenlijk al voorspellen dat werkgevers straks bij voorkeur scholieren en studenten zullen aannemen, omdat het verbod op nulurencontracten niet voor deze groep geldt. Zo kunnen werkgevers blijven doen wat ze doen, namelijk: zonder aan allerlei verplichtingen vast te zitten, goedkoop personeel aannemen.”

Dit laat volgens De Beer zien dat het niet efficiënt is om al die arbeidsmarktwetten apart van elkaar in te voeren. „Eigenlijk zou je met één groot pakket van wetten moeten komen dat je tegelijkertijd invoert”, zegt hij. „Een pakket waarmee je niet alleen flexwerk aanpakt maar ook de zelfstandigenproblematiek, waarbij veel mensen als zelfstandige werken terwijl ze dat eigenlijk in loondienst horen te doen. Als je dat allemaal in één keer regelt, kunnen bedrijven niet steeds een nieuw paadje vinden.”

3Aan een vast contract sleutel je niet

„Wie iets aan het vaste contract wil veranderen in Nederland, heeft meteen een probleem”, zegt hoogleraar Wilthagen. Een discussie over het aanpassen van het ontslagrecht leidde in 2007 zelfs bijna tot de val van een kabinet. Het vaste contract veranderen is volgens Wilthagen nagenoeg „onbespreekbaar”. „Voor vakbonden en veel politieke partijen voelt dat als een aantasting van een enorme verworvenheid. Een minister van Sociale Zaken die voorstelt om nog eens goed naar dat vaste contract te kijken, kan bij wijze van spreken al bijna rekenen op een motie van wantrouwen.” 

Dat komt volgens Wilthagen doordat Nederlanders weinig vertrouwen hebben in de instituties van de arbeidsmarkt, zoals het UWV. „Wij zoeken zekerheid in een contract voor onbepaalde tijd in plaats van in de arbeidsmarkt zelf”, zegt hij. „De psychologie is dat je een vast contract moet behouden omdat je anders een tijdelijk contract krijgt en dat je niet goed ondersteund wordt als je weer op zoek moet naar nieuw werk. Het vaste contract voelt daarom bijna als een soort huwelijksakte.” 

Terwijl er ook landen zijn, zoals Denemarken, waar werknemers zekerheid niet in een vast contract zoeken, zegt Wilthagen. Deense medewerkers kunnen makkelijker ontslagen worden dan in Nederland maar weten volgens Wilthagen dat ze bij baanverlies makkelijker weer aan nieuw werk worden geholpen. Je krijgt daar van een arbeidsbureau op een gegeven moment een paar banen als opties en dan moet je kiezen en weer aan het werk. Het systeem is ook daar volgens Wilthagen niet perfect. „Maar je wordt wel beter aan nieuw werk geholpen dan in Nederland.”

De overheid is nu begonnen met zogeheten regionale werkcentra, zegt Wilthagen, die mensen moeten ondersteunen in het vinden van werk. „Maar als ik bij bedrijven vraag wie weet wat dat zijn, steekt niemand zijn hand op. Dat is geen goed teken. Deze stukjes ‘arbeidsmarktinfrastructuur’ moeten juist zichtbaar zijn.” De overheid moet dit soort plekken volgens Wilthagen „aantrekkelijk” maken. „Laat daar de nieuwste technologie zien. Help mensen met het maken van een ‘skillspaspoort’. Wees open op zaterdag zodat mensen er met hun kinderen langslopen en denken: laat ik ook eens gaan kijken hoe het er met de toekomst van mijn werk voor staat.”

Paradoxaal genoeg zoeken Nederlandse werknemers naar een vast contract, terwijl werkgevers juist terughoudend zijn om iemand vast in dienst te nemen, zegt De Beer. Zelfs op de huidige krappe arbeidsmarkt. „Vooral het feit dat je als werkgever nog twee jaar loon moet doorbetalen als de werknemer ziek wordt, is een belemmering om mensen vast in dienst te nemen.”

Nederland wijkt daarin sterk af van andere landen. In Duitsland betalen werkgevers bijvoorbeeld zes weken loon door, in België twee weken. „Er wordt al lang gesproken over aanpassing van deze regel”, zegt De Beer. „Maar telkens zeggen zowel politici als sociale partners dat het inkorten van die twee jaar naar één ervoor zal zorgen dat mensen eerder een arbeidsongeschiktheidsuitkering moeten krijgen en dat dat ook duur is.” Dat geld moet immers collectief worden opgebracht. „Bovendien, zo is de angst, zullen werkgevers minder pogingen doen om zieke medewerkers weer te laten re-integreren.” 

Het vaste contract zoals het nu is, is bedacht in een tijd waarin het nog heel normaal was dat je je hele loopbaan bij één werkgever bleef werken, zegt arbeidsmarktexpert van Randstad Ten Hoonte. Dat is tegenwoordig anders. „Geen werkgever kan een medewerker nog beloven dat hij of zij voor altijd hetzelfde werk kan blijven doen. De economie en de manier waarop we ons werk doen veranderen veel sneller dan een aantal decennia geleden.”

4Verlies van baan lijkt nu een van de ergste dingen die een mens kunnen overkomen

Het hervormen van de arbeidsmarkt gaat eigenlijk over de vraag hoe je een samenleving wilt inrichten, zegt Ten Hoonte. „Het gaat over de vraag hoe wij de boel met elkaar organiseren. Over wat we gezamenlijk onder zekerheid verstaan.” Voorheen zag men het meteen kunnen ontvangen van een uitkering bij werkloosheid als zekerheid.

„Met de huidige krappe arbeidsmarkt is het misschien wel logischer om te zeggen: je hebt meteen nieuw werk nodig in plaats van een uitkering.” Er zijn immers in veel sectoren mensen nodig, waardoor het in principe makkelijker is om een nieuwe baan te vinden. „De arbeidsmarkt hervormen is telkens opnieuw over dit soort fundamentele kwesties nadenken.”

Het verlies van werk heeft volgens Ten Hoonte bovendien nog altijd een heel negatieve lading, terwijl het met de huidige krapte op de arbeidsmarkt steeds makkelijker wordt om nieuw werk te vinden. „Baanverlies komt voor in de top vijf van erge dingen die een mens kunnen overkomen”, zegt ze. „De overheid zou ervoor moeten zorgen dat er een nieuwe vorm van zekerheid in onze samenleving komt. Namelijk dat wat er ook in je leven gebeurt, je altijd geholpen wordt om weer nieuw werk te vinden.”

Werk is volgens Ten Hoonte een fundamenteel onderdeel van ons bestaan. „Het is vergelijkbaar met wonen en zorg – iedereen heeft ermee te maken. Bij al die dossiers zijn we nu op een punt gekomen dat hoe we het altijd deden niet meer houdbaar is en we opnieuw naar de tekentafel moeten. Maar op een thema dat iedereen aangaat, ligt alles wat je wil veranderen erg gevoelig.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Arbeidsmarkt

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next